‘Wat mot je,’ zei PJ tegen me toen ze de deur opendeed.
‘Ik wil praten.’
‘Over wie.’
‘Over je ex, Hein.’
‘Die kan rotten in de hel. Dat meen ik.’ Ze sloot de deur voor mijn ogen.
Ik belde nogmaals aan. Ze deed met een loeichagrijnig gezicht open.
Ik moest