Vervolg op 1.5 Hij is niet het antwoord op dat lege gevoel

‘Hé’, zei Yara verbaasd en trok haar jas dicht. ‘Wat doe jij buiten?’

‘Ik stond met mijn lul te zwaaien in de club. Dat vonden de beveiligers van de TivoliVredenburg niet zo fijn’, zei ik.

Ik stond bij de fietsen in een steegje bij Tivoli. Met opgetrokken schouders een peuk te roken.

‘Serieus? Waarom dat?’

‘Ik wilde graag mijn ware ik aan Kurt laten zien. Sinds hij mediteert is hij zo anders. Geen grap.’

Yara keek me lang aan. ‘Ik vind het maar een raar verhaal. En je hebt geen jas aan.’

‘Ja. Ik weet het. Ik wacht op Sjoerd om mijn garderobe-nummer op te halen en dan mijn jas te brengen.’

‘Ik weet wel een manier om je warm te krijgen.’

Ze sloeg een arm om mijn nek en greep met haar andere hand naar mijn ballen.

‘Oké?’

‘Heb je nog een beetje over me zitten fantaseren afgelopen maanden?’, fluisterde ze.

‘Misschien.’

‘Ze voelen wel klein aan.’ Ze haalde haar hand bij mijn ballen weg en deed een stap naar achteren en keek ongeïnteresseerd naar de grond. ‘Heb je een peuk voor me?’

‘Waarom ben jij eigenlijk buiten?’, en ik gaf haar een Marlboro-peuk.

‘De drank smaakt me niet. Ik ben moe. Ik ben wel klaar met dit gedans. Ik hoef me aan niemand meer te bewijzen. Snap je?’

Dit was niet de Yara die ik kende. Die was van het avontuur en het plezier. Hier leek een uitgebluste burn out-chick voor me te staan.

‘Waarom ben je dan überhaupt gekomen vanavond?’, vroeg ik.  

Ze haalde haar schouders op. ‘Praat met me zoals geliefden tegen elkaar praten’, zei ze toen.

Zie ook C-8 Houd je nog een klein beetje van mij

‘Ik moet maandag gewoon werken hè?’, zei ik met een big smile. ‘Wie had dat gedacht? Ik en een serieuze baan. Man. En dan loop ik hier met mijn broek op mijn enkels rond. Arnold en John moesten eens weten…’

‘Ga je nu elk weekend saaie kantoorverhalen vertellen tegen je vrienden omdat dit je leven is geworden? Kapotte kopieerapparaten? Trage computers? Zeurende collega’s?’