Een vervolg op 1.4 Denken aan je ex is een vrij normale bezigheid

Kurt kwam ik al hangend bij de bar tegen in TivoliVredenburg. Met een glaasje prik in zijn handen.

‘Yara is hier’, zei hij zonder me echt aan te kijken.

‘I know. I know.’

‘Wat doet dat met je eigenlijk?’, zei hij na een tijdje. Hij stond op een been lenig te zijn. Geen idee waarom. De bar was geen gymtoestel.

‘Weinig’, zei ik zo nonchalant mogelijk.

‘Ik zag je praten met haar. Vind ik helemaal niks voor jou. Met exen praten. Daar deed je toch niet aan? Over is toch over?’

‘Misschien bij de oude Charlie. De nieuwe niet. Ik ben milder geworden. Alsof ik ontwaakt ben.’

Ik deed alsof er iets boven mijn hoofd ontplofte met mijn twee handen. Toen klopte ik Kurt tussen zijn schouderbladen en ik lachte er hard bij. Hij viel bijna om en zette snel zijn andere been op de grond voor het evenwicht.

Sinds zijn relatie op de klippen was gelopen, was hij op een persoonlijke reis  naar verlichting. Nu was hij ontwaakt. Wat dat ook mocht betekenen.

‘Dacht je niet heel even toen je met haar praatte: we zouden kunnen neuken?’, vroeg hij.

‘Op zich’, zei ik, ‘al dacht ik dat niet. Serieus niet.’

‘Zij is niet het antwoord op dat lege gevoel.’

‘I know pikkie’, zei ik en ik keek naar mijn telefoon.

‘We denken een ander nodig te hebben. Maar het is het ego wat roept. Het ego dat schreeuwt om verbondenheid. We moeten eerst van onszelf houden, voor we onze liefde aan anderen kunnen geven. Het gaat niet om gezien worden. Het gaat niet om ontvangen. Het gaat om geven. De rest volgt vanzelf. Samen zijn met de ander, maar toch alleen. Snap je Charlie?’

Ik keek op van mijn telefoon. ‘En je hebt niet eens geblowd, is het wel Kurt?’

‘Sinds ik ontwaakt ben, heb ik geen afleiding meer nodig. Zuurstof, water, onderdak en wat voedsel is het enige wat ik nodig heb.’

‘Niet eens wifi?’ Ik probeerde mijn Instagram-tijdlijn te verversen, maar mijn 4G leek niet te werken.

‘Wanneer zie jij eens in dat al die dingen die je doet een manier is om te vluchten voor je gevoelens?’

‘En wanneer zie jij eens in dat spirituele verlichting net zo’n goed verhaal is als Jezus gevonden hebben of een tunnel gezien hebben of een out of body experience of weet ik veel wat? Het is allemaal een verhaal dat we verzinnen om ons leven wat zinvoller te maken. Maar het is wat het is: een verhaal. Uiteindelijk zijn we 6 miljard nietszeggende wezens met vier uitsteeksels, die slechts als passagier op planeet aarde langskomen en allemaal een verhaal verzinnen om het leven zin te geven.’

‘Ook dat is een verhaal Charlie.’

‘Uiteindelijk weten we niets zeker hè?’ Ik knikte er heel serieus bij en schakelde ondertussen mijn internet uit en weer in op mijn telefoon.

‘Het enige wat we zeker weten is dat we denken. En ik denk sinds mijn ontwaking op zo’n helder niveau. Ik ben me bewust van wat er in mijn hoofd gebeurt. En ik zie waar anderen met het hoofd zitten. Jij ook Charlie?’

Ik zei: ‘hm.’

‘Jij bent duidelijk niet hier.’

‘Hm’, zei ik nogmaals. ‘Ik heb geen 4G.’

‘Dat bedoel ik.’

‘Oké. Oké.’ Ik borg mijn telefoon op.

Ik dacht even na over de woorden van Kurt. Ik miste Yara. Dat wist ik zeker. Ik had zin in haar lichaam. Als ik niet met haar gepraat had, had ik dit niet gevoeld. Kut Sjoerd.

‘Weet je waar ik me bewust van ben? Van wat er in mijn lul gebeurt’, zei ik. ‘Die voel ik soms letterlijk verlangen naar iets. En op dit moment verlangt het naar de kut van Yara. Man. Of is het de alcohol dat me dit laat voelen? Maar ik wil het niet voelen. Ik wil niet het pad van ellende volgen. Geen seks met mijn ex. Houd me alsjeblieft tegen Kurt. Houd mijn lul in bedwang.’