Ik ben een fatalist. Dat betekent dat ik altijd win in het leven. Ik ga het je uitleggen.

Kijk.

Begrijp me niet verkeerd.

Positief zijn helpt (tot op zekere hoogte).

Zet een pessimist en een optimist naast elkaar en vertel ze alles over een eigen bedrijf beginnen. Wie heeft er meer kans om miljardair te worden?

Precies. De optimist! Want die gaat het doen, in plaats van argumenten verzinnen waarom dat nooit gaat lukken.

Met een optimistische levensinstelling breng je jezelf en anderen uiteindelijk verder in het leven. De goede kant van alles zien helpt in de relaties die je met mensen hebt. Het helpt in geloven dat je iets kan, ook al heb je het nog nooit gedaan.

Met positiviteit opstaan is een fijner begin van de dag. Zo van:

  • Wat een goede dag om te leven!
  • Deze dag gaat fantastisch worden en daar ga ik mijn stinkende best voor doen.
  • Pluk de dag, mensen! Pluk de dag!
  • Waarom mopperen? De zon is zelfs weer opgestaan vandaag.

Sterker nog. Ik vind dat je tegen iedereen die het even zwaar heeft moet zeggen: ‘kop op joh. Denk positief.’

Toen mijn eerste serieuze relatie uitging, zat ik in zak en as.

Niet eten. Niet kunnen slapen.

Alleen maar denken aan alles wat niet meer was.

Zat ik daar, zondagochtend, bij opa en oma op de koffie met een schoteltje met cake in mijn hand.

Somber te zijn.

Toen zei mijn tante bemoedigend: ‘geen hand vol, maar een land vol.’

‘Houd vast,’ zei ik tegen haar en gaf haar mijn schoteltje.

Vervolgens ben ik op de stoel gaan staan en deed een dansje en schreeuwde: ‘geen hand vol, maar een land vol!' en 'Ik neuk jullie allemaal de moeder!'

De somberheid en pijn en verdriet was in een keer verdwenen.

Optimisme helpt mensen!

Maar niet heus.

Maar toch wil ik best bekennen dat ook ik wel eens de dag optimistisch begin.

Echt waar.

Niet melancholisch of somber of cynisch. Maar optimistisch.

Maar ik moet je eerlijk bekennen: vaak is het toch eerder fatalistisch.

Stop daarom met positief zijn. Word fatalistisch.

Daar is niets mis mee. Al zeg ik het zelf.

Want met fatalistisch denken raak ik niet zo snel in paniek als onheil ons allemaal overkomt.

In mijn hoofd ben ik al jaren voorbereid op:

  • Aids
  • Kanker
  • Cholera
  • Chlamydia
  • Een pandemie
  • Alopecia areata
  • Een alien-invasie
  • Een meteorietinslag
  • De Derde Wereldoorlog
  • Een aanslag in Nederland

Het maakt me niet angstig, maar voorbereid.

Ik ben geen hoarder. Ik heb geen atoomkelder onder mijn huis met duizend blikken witte bonen in tomatensaus en honderd jerrycans water.

Doodgaan is ook gaan, laat maar zeggen.

‘Red jezelf bij een apocalyps!’ geldt niet in mijn hoofd.

Eerder: ‘Sterf waardig tijdens een apocalyps!’

Doe je mooiste kleren aan. Smeer wat gel in je haren. Knik naar de wereld, breng je platte hand naar je voorhoofd en doe een saluut als een paddenstoelwolk op je afkomt.

Nee hoor.

Dat was een grap.

Ik smeer geen gel in mijn haren.

Anyhow.

Dit is het punt dat ik wil maken.

Als onheil me niet overkomt, denk ik altijd: wat een geluk! Als rampspoed eindelijk plaatsvindt, denk ik altijd: geen paniek, dit had ik al zien aankomen.

Dus eigenlijk win ik altijd.

Als dat geen optimisme is, weet ik het ook niet meer.

Als je dit een fijne tekst vindt om te lezen, wellicht is mijn dagelijkse mail wat voor jou. Vijf dagen in de week elke ochtend om 6 uur een tekstje in je mailbox over gevoelens waar niemand over praat. Ga naar petje.af/tomsondarko.