Je verbranden aan een kampvuur is een heftiger gevoel dan het gevoel van jezelf opwarmen bij het vuur als je het koud hebt. Ons hele hoofd is zeer scherp afgesteld op gevaar, negativiteit, angsten en pijn.

Best handig in de jungle. Maar in een complexe samenleving waarin je vooral wat van jezelf moet maken, niet echt. Onze gedachten maken bij elke situatie overuren met bijna voorspelbare conclusies: het ligt aan onszelf. We zijn lelijk, dom, losers en idioten.

We voelen ons óf de hele tijd schuldig, óf we schamen ons.

We doen ook nog eens graag aan zelfkastijding. We pijnigen onszelf door er nog eens even lekker een uurtje over na te denken onder de douche waarom het ook alweer aan onszelf ligt. Nog eens naar de nieuwe foto van je ex en zijn nieuwe lover kijken. Nog een keer jezelf vergelijken met een ander. Of zoals ik: nog een keer lezen waarom iemand gestopt is met mijn dagelijkse mails lezen.

Sad. But true.

Controle proberen te krijgen over een situatie, die we van begin af aan al te negatief ingestoken hebben.

Weet je wat zo maf is? We houden van winnaars in onze samenleving. Maar dat is volgens mij alleen omdat we die zelf niet zijn. We hebben allemaal loser-DNA in ons. De durfallen die geen angst kenden, hebben allemaal het loodje gelegd de afgelopen een miljoen jaar. De angstige genen hebben het overleefd.

Ik vraag me vaak af (geen idee waarom) of een soldaat die WOII heeft overleefd nou de held is? Of is de held degene die toen sneuvelde?

Niet dat de dode of de overlever een keuze had. Het is hun ook maar overkomen.

Maar toch.

In de WOII-film Saving Private Ryan (1998) zagen we een Amerikaanse soldaat die niet zo heldhaftig was. Die kon van angst geen schot lossen. Zelfs niet toen het er om ging, zoals zijn maat redden van een Duitser.

Dat is weer eens een ander perspectief dan de gespierde actieheld die zonder twijfel een vijand naar de Filistijnen schiet. Alsof de slechterik niet een vader is en ouders heeft.

Vraag jij je ook wel eens af: Ben ik niet te veel? Ben ik niet te weinig?

Allemaal van die controlevragen. Want dat is die blauwdruk in ons hoofd. Het grootste gevaar dat ons kan overkomen, is verstoten worden door de groep. Als eenling stellen we niets voor in de natuur. We leggen het af tegen elk beest, elke bacterie en elk virus.

Maar sinds de 19de eeuw zijn we ervan overtuigd geraakt dat een individu meer is dan de groep. De arme boer die miljardair wordt. The self made man. De talentvolle voetballer uit een sloppenwijk van Rio de Janeiro die de beste voetballer ter wereld wordt.

We houden van dit soort verhalen.

Het is vreemd om te beseffen hoe goed rijke mensen hun best doen om nog minder belasting te betalen. Dus minder geld willen afdragen aan de rest van de groep. Terwijl ze niet doorhebben dat ze juist dankzij de groep zo rijk en succesvol zijn geworden. Een voetballer is niets als er niemand naar de wedstrijden kijkt.

Het is heus geen toeval dat het op dit moment vooral Westerse witte mannen zijn die de afgelopen twee eeuwen baanbrekende uitvindingen hebben gedaan en grote bedrijven oprichtten. Omdat deze samenlevingen het toelieten: goede scholing, goede infrastructuur, ruimte voor wetenschappelijk onderzoek en vrij ondernemen en graag witte mannen hier alle ruimte voor gaven.

Ik heb op kantoor vooral veel met vrouwen samengewerkt de afgelopen jaren en het was best wel treurig dat ze allemaal naar mij keken als de beamer niet aanging of de PowerPointpresentatie vastliep.

Euh...

Ik kan niet eens een connectie tot stand brengen tussen mijn telefoon en draadloze oordopjes. Dus speel nu niet de hulpeloze-vrouw-kaart. Ik ga je niet redden.

Vervolgens stormde een van de dames het hok uit om ICT'er Rudy te halen. Want Rudy redt wel graag al zuchtend vrouwen van errors en blauwe schermen.

Go Rudy!

Het vergt veel energie om af te wijken van de groep. Het is een wetmatigheid dat er in een groep een gemiddelde norm ontstaat. Dit is hoe we zijn, waar we voor staan, hoe we ons gedragen. Alles wat afwijkt, is een gevaar. De zwakkeling wordt het zwarte schaap. De onaangepaste moet gesaboteerd worden.

Dus de rebel die het anders ziet dan de anderen heeft het heel zwaar. Copernicus die als eerste doorhad dat de aarde om de zon draaide in plaats van andersom. Semmelweis die doorhad dat de ongewassen chirurgenhanden de oorzaak waren van de hoge kraambedsterfte van vrouw en kind.

Uitlachen is vernederend. Iemand negeren is nog heftiger.

Het is best opvallend dat mensen die een verhaal hebben geschreven dit niet willen delen met de wereld, omdat ze bang zijn dat iemand anders het kopieert en er succes mee gaat hebben.

Nou. Erger is dat niemand het leest en je volledig genegeerd wordt door de wereld.

En je kan je afvragen: schrijf je voor je ego of omdat dit verhaal verteld moet worden aan de wereld?

Net zoals mensen die zeggen: ‘Andere mensen vinden dat ik heel goed kan schrijven.’

Nou. Begin daar dan eens mee, in plaats van je in slaap sussen met complimenten uit het verleden.

Een goed idee is niks. Een perfecte uitvoering is alles.

Ik snap overigens wel waarom de beamer zo vaak vastliep en de PowerPoint weigerde. Als je namelijk – net als de rest van imbeciel kantoor Nederland – bulletpoints gebruikt en je die volplempt met tekst die toch niemand gaat lezen, dan verdien je eigenlijk niet eens een scherm achter je. Stamel jezelf maar door de presentatie heen dan je publiek die PowerPoint-terror voor te schotelen.

  • Tip van Tomson. Gebruik nooit woorden, alleen maar plaatjes. Succes gegarandeerd. Geloof me nou. Mensen willen vermaakt worden. Niet in slaap gesust.
  • Ik meen het. NUL woorden. Mensen zijn niet geboren met het abc in hun hersenen geprint. Wel met ogen om naar plaatjes te kijken.
    Probeer het eens.
    Als je er daadwerkelijk van overtuigd bent dat ze ook tekst nodig hebben om de boodschap te begrijpen, deel dan na afloop een samenvatting uit.

Om terug te keren naar waar ik mee begon. Over dat ons hoofd houdt van negativiteit.

Ik vertrouw optimisten dus niet. Het kan niet zo zijn dat zij niet negatief denken in hun hoofd. Het moet wel camouflage zijn wat ze aan anderen laten zien.

Een ding moet ik ze nageven: ze doen in ieder geval hun best om in te gaan tegen de zwaartekracht van negativiteit, teleurstelling en pijn.

En daar valt ook wat voor te zeggen!

Misschien leg ik de optimist nu verkeerd uit. Misschien is de optimist wel gewoon iemand die het graag beter wil maken. Omdat het alternatief dat het slechter wordt, te wrang is. Wie niet waagt, wie niet wint-principe.

Daar is uiteraard niets mis mee.

Soms moet je het ook gewoon proberen, ook al zegt iets in je dat het nooit gaat lukken.

Maar ik ben meer team 'Laten we er nog eens een keer goed over nadenken'. Dat is dus net zo erg als mensen die zeggen dat ze goed kunnen schrijven, maar er vervolgens niets mee doen.

Ik ben dus eigenlijk net zo treurig.

Terwijl ik tegelijkertijd heel erg bang ben om een cynisch persoon te worden.

Ik wil ook gerust bekennen dat ik iets optimistisch in me heb. Maar het moet allemaal niet uit de hand lopen hoor, dat optimisme in mijn hoofd. Anders ga ik nog daadwerkelijk geloven dat morgen beter word dan vandaag. Dan heb ik zulke hoge verwachtingen van het leven, dat het alleen maar kan tegenvallen.

Deze tekst is als e-mail op 7 juli 2021 gedeeld als onderdeel van de woensdage-mail.