Je kan deze tekst ook beluisteren

Oh. Daar ben je weer. Zwaarte. Ik zou tegen je willen zeggen: ik heb je gemist.

Maar dat is helemaal niet waar. Ik was je vergeten. Volledig. Als iemand me gisteren had gevraagd: hoe voelt dat, zwaarte? Dan zou ik het niet eens goed kunnen uitleggen. Niet eens goed kunnen hervoelen via een gedachte.

Maar nu je er weer bent, weet ik weer hoe het is. Ik was je dus niet vergeten. Ik kon me je slechts tijdelijk even niet herinneren.

Dus zo voel je.

Uitzichtloos. Als een bodemloze put. Zoals die ene droom, waarin ik viel en de bodem maar niet bereikte. Dat was niet als vliegen. Dat was meer als: wanneer val ik eindelijk eens te pletter en is dit onbehagen eindelijk voorbij?

Ik weet ook wel dat je weer gaat vertrekken. Ik weet ook wel dat ik me aan dit mantra vast moet houden. Dat ik je niet zwaarder moet denken dan je al bent.

Maar op een of andere manier geloof ik het niet, dat je weer gaat vertrekken.

En ik weet ook wel dat dit mijn grootste angst is die spreekt: dat je nu voor altijd zal blijven.

Dat ik dat niet aankan. Dat ik hier dan niet meer mee door wil gaan.

Ik weet ook wel dat je me voor de gek houdt door me te laten geloven dat je nu blijft slapen.

Dat deze gedachte juist een zelfvervullende voorspelling is. Dat je daardoor juist langer blijft. Ook al wilde je dat misschien niet.

Maar toch. Iets beseffen en het zelf geloven, zijn twee verschillende werelden. Het is de aarde en de maan. Op de een kan ik ademen. Op de andere oppervlakte totaal niet.

Ik kan niet met je dansen, zwaarte. We gaan geen vrienden worden. Ik kan je niet eens tolereren. Het enige wat je me brengt, is de eenzaamheid van onverwerkte trauma's, van stomme gedachten die ik nooit met iemand ga delen, van mezelf niets goeds gunnen, van het idee: ‘Is dit het dan?’

Ik wil vastgehouden worden. Ik wil huilen in een kussen. Heel lang. Ik wil toegefluisterd worden. Ik wil begrepen worden. Ik wil dat iemand me lichter maakt. Maar je bent gemeen, zwaarte. Je bent zo gemeen. Je sluit me op in mezelf. Ik praat wel met mensen, maar eigenlijk ook niet. Alsof je me in een kelder hebt opgesloten en ik niet eens het geloof heb om mijn stem te gebruiken om te schreeuwen. Want niemand zal me horen. Niemand zal het begrijpen.

Je bent zo fucking gemeen, zwaarte.

Ik weet niet wat ik met je aan moet. Ook al weet ik dat alles dooft. De goede en slechte dingen. De lichtheid en de zwaarte. De liefde en de haat.

Maar doven gaat zo langzaam. Doven is niet nu.

Ik haat het nu. Misschien kan ik daarom niet goed genieten als alles wat ik zo graag wil wel eens een keer allemaal lukt. Dan sta ik mezelf geen plezier toe. Geen geluk. Omdat ik jou ook niet kan toestaan.

Lichtheid en zwaarte zijn met elkaar verbonden. Als ik het ene accepteer, accepteer ik jou ook. En dat wil ik niet.

Zwart bestaat slechts omdat er ook wit is.

Je kan alleen maar rijk zijn, als de rest arm is.

Door jou, zwaarte, besef ik nu (al)weer hoe het evenwicht in deze wereld werkt.

Maar, als je binnenkort weer vertrekt, ga ik je vergeten. Dat gebeurt automatisch.

Behalve mijn onderbewuste. Mijn onderbewustzijn vergeet je nooit.

Beseffen en geloven.

Alsof die bij elkaar worden gehouden door mijn onderbewuste. Een luchtbrug tussen de aarde en de maan.

Je mag er niet zijn. Ook al zeggen al die wijshedenquotes van wel. Maar nee. Je mag er niet zijn. Ik heb genoeg van je gehad. Pak iemand anders maar. Sla mij eens een keer over. Vergeet mij, zoals ik jou vergeet als je er niet bent.

Vergeet me.

Tot je weer verschijnt en je nog zwaarder voelt dan de vorige keer. De extra ballast van herkenning. De extra ballast van het weer niet geloven dat je eens een keer definitief vertrekt.

Ik hoef geen lichtheid. Net zoals ik geen zwaarte wil.

Houd mij maar op een plekje ergens in het midden. In de leegte. In het grijze. In het grote afwezige. Het grote niets.

Ik heb het niet over morte.

Ik heb het over mijn melancholie.

Ik ben er vaak geweest. Heel vaak zelfs.

Maar op de een of andere manier check ik soms onbewust uit en vertrek dan ook de hoogte in. De berg op. Naar euforie. Naar blij zijn met mezelf. Om vervolgens weer onverwacht een ravijn in te storten.

Geef mij maar Hotel California van de Eagles. Al zou ik het eerder omdopen tot: Hotel Melancholia.

You can check-out any time you like,
But you can never leave!

Ja graag. Doe mij dat maar.


😱 Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail.  Alleen voor abonnees.
😏 Ik heb een nieuw boek geschreven. Het heet 'Ze gingen samen het toilethokje in.mp4'.