Je nam weer contact met me op. Een vriendschapsverzoek dat je een paar keer per dag introk en dan weer opnieuw verstuurde.

Ik klikte nergens op.

Toen een spraakbericht. Nummer onbekend.

Het was jouw stem.

Je zei sorry.

Je zei dat je niet perfect bent. Dat je er aan wil werken. Dat je nog steeds over een ‘ons’ fantaseert.

Dat ik alles ben wat bij jou past.

Je zei een hoop meer. Ik heb het een paar keer moeten beluisteren. Door de tranen heen.

Toen heb ik het nummer geblokkeerd.

De bekende gedachten kwamen weer bij me op. Dat je me weer aan het manipuleren bent. Omdat ik je nog nooit op zelfinzicht hebt betrapt in de afgelopen jaren.

Daarna kwam de zelfhaat bij me op. Altijd weer de zelfhaat.

Ik ben zwak. Ik ben laf. Jij ziet het ook en wil het er nog eens even flink inwrijven met je valse woorden. Omdat ik naïef ben. Een zwak schaap.

Toen dacht ik: misschien voel je het.

Dat ik verder ben. Dat ik aan mijn shit heb gewerkt.

Dat ik mijn negatieve patronen door heb, ze wekelijks bespreek met mijn therapeut en dat ik het resultaat eindelijk merk.

Misschien dacht je toen: ‘Je bent me vergeten.’

Niemand wil vergeten worden.

Dat begrijp ik.

Dus daar ben je weer.

Ook al negeer ik je door niet te antwoorden.

Maar je voelt vast aan dat ik weer naar je stem heb geluisterd en dat zou je vast rust geven.

Dat je weer in mijn hoofd zit.

Dat ik twijfel: zou je het dit keer menen? Moeten we weer praten? Afspreken? Het een nieuwe kans geven?

Mensen veranderen niet zo snel.

Dat zei mijn therapeut.

‘Kijk naar jezelf. Je weet waar je pijn zit. Je weet uit ervaring hoeveel kleine stapjes er nodig zijn om die negatieve patronen en gedachten te wijzigen. Laat staan hoe dat bij je ex is.’

Ja…

De therapeut had gelijk.

Alsof jij zo snel kan veranderen. Zonder hulp.

Maar toch.

Er zit iets in mij dat blijft verlangen naar een ‘eind goed, al goed’.

Dat je volledig snapt wat je me hebt aangedaan. Zodat ik het je kan vergeven. Dat we samen kunnen zijn zonder al die bagage.

Maar dit scenario bestaat niet.

Ik weet het.

Wat slechts bestaat, is onze cirkel die we al te vaak hebben afgelegd afgelopen jaren.

We zijn twee verslaafden.

We doen alsof we om elkaar geven.

Maar je maakt me kapot en ik jou waarschijnlijk ook.

Ik zou willen zeggen: ‘Tot het volgende avontuur.’

Maar ik ga er niet vanuit.