De kilte omarmt me. Alsof die een strik om mijn hart legt en het flink wordt aangetrokken. Een rilling over mijn rug. Dat idee dat je in een grote ruimte bent beland zonder ramen en meubels. Slechts beton en zo’n muffe, vochtige geur.

Ik zie eindelijk wie jij werkelijk bent. Alsof ik wakker ben geworden uit de roes van mijn eigen drugs.

Elke uitgesproken zin. Elk appje. Elke beweging van jou om mijn lijf aan te raken. Elke vorm van aandacht.

Het valt op zijn plaats.

Ik ben voor jou niets meer dan een medicijn tegen de verveling.

Jij bent niets meer dan dat vage romantische idee van wat ware liefde moet zijn in mijn leven.

Dat ik er elke keer voor moet werken om je aandacht te krijgen. Dat je elke keer weer van me walgt, zodat ik nog beter mijn best ga doen, zodat uiteindelijk de beloning komt dat je me wel een avondje echt ziet staan.

Je doet alsof ik je aandacht en liefde moet verdienen.

Zoals ik vroeger als klein kind thuis mijn aandacht en liefde moest verdienen. Maar in plaats daarvan werd ik of genegeerd of gestraft.

Mijn ouders zijn geen verkeerde mensen.

Zeker niet.

Ik snap ze, in hun beperkingen.

Maar toch doet het pijn, dit besef, dat mijn emotionele littekens patronen zijn geworden.

Dat ik nog steeds hunker naar aandacht bij de mensen die die me nauwelijks willen geven.

Die doen alsof ik het niet volledig waard ben om voor te gaan.

Omdat ik het toelaat.

Omdat ik me zo dienstbaar opstel.

Omdat ik het woord ‘nog’ hoorde toen je zei: ‘Ik heb geen ruimte voor je. Ik kan je niet de aandacht en liefde geven die je nodig hebt.’

Ik heb nog geen ruimte voor je. Ik kan je nog niet de aandacht en liefde geven die je nodig hebt.

Maar je zei geen nog.

Je zei eigenlijk: je mag gerust langskomen voor wat intimiteit, maar als het begint te lijken op iets, dan pas ik.

Maar zo hoort liefde niet te werken. In ieder geval niet hoe ik naar liefde kijk.

De kilte die ik nu voel. Die is koud. Die is afschuwelijk. Alsof je jouw handen om mijn keel hebt gelegd en ik niet kan schreeuwen, me niet kan afweren. Slechts zien hoe je me vermoordt.

Maar ik moet. Ik moet je van me afslaan. Ik moet van je weg.

Ik hoef jou niet te redden. Ik moet mezelf redden.

Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Ontvang ook dagelijks een tekst van tomson darko over de melancholie van het leven.