Het is echt een vreemd gevoel. En het klinkt ook een beetje raar… Maar zelfs als ik op de wc zit, heb ik het idee dat iemand naar me kijkt. Ik snap daarom het inzicht dat zelfs als we het meest onszelf zijn, we nog steeds een rol spelen heel goed. Ik speel altijd een rol. Zelfs als niemand kijkt, voel ik me bekeken.

Je moet weten dat ik een lange man ben. Ik stoot dus wel eens mijn hoofd aan bagagerekken boven mij in treinstellen. Of die ene keer in een heel klein lokaal busje, waarin ik met mijn knieën bijna de kassa van de chauffeur eruit ramde. Maar ik moet er wel bij zeggen… Ik had ook een heel grote tas bij me, een grote winterjas aan en ik moest al bukkend dat busje uit, anders zat mijn hoofd door het dak heen. Het was allemaal heel onhandig en ik voelde me ook enorm opgelaten, want ik had bij god geen idee of ik de plaats van bestemming ooit nog zou bereiken en die chauffeur was ook nog eens een mensenhater. Nou ja, goed. Ik stapte al verontschuldigend uit en kwam buiten de bus erachter dat ik dus niet bij de juiste halte uitgestapt was. Kon ik nog een paar kilometer langs de bosrand lopen naar een of ander wegrestaurant waar ik een training had van mijn werk. Daar aangekomen deed ik net alsof mijn reis zeer voorspoedig was verlopen. Ik zweeg over mijn onhandigheid.

Als het me gebeurt – mijn kop stoten – en ik verga van de pijn, houd ik mijn gezicht dus in de plooi in het openbaar. Ik doe net alsof er niets is gebeurd. Om degene die het zag in vertwijfeling te brengen: nee, je hebt het fout gezien. Met mij is er niets gebeurd. Ik wil eigenlijk vooral niet dat iemand gaat vragen 'Gaat het?' En als ze het vragen zeg ik: 'Wablief?' terwijl ik net een stukje van mijn schedel van grond afraap en terug op de juiste plek op mijn hoofd druk.

Ik ben eens een keer uit de botsauto's gevallen. Volgens mij is dat het ultieme hoofddoel van botsauto’s: de ander uit die auto rammen. Mij is het overkomen. Ik dacht dat de zoemer al was gegaan. Dus ik stond op om een volgend muntje uit mijn zak te pakken. Toen knalde iemand tegen me aan en viel ik zo uit de wagen. Zo op de zijkant van mijn lichaam met de armen omhoog, alsof ze beiden in het gips zaten. Als een crashtestdummy zweefde ik door de lucht.

Het erge was: mijn ouders stonden aan de zijkant. Ik ging snel weer in de wagen en reed met een rood hoofd nog een rondje tot de zoemer wel ging. Er moeten meer mensen gezien hebben dat ik daar op de grond lag, maar niemand vroeg of het ging. Zelfs mijn ouders hadden het niet gezien.

Dus ik heb het maar verzwegen. Aan niemand verteld.

Ik voelde me een beetje zoals op het moment dat je een stokje in het stopcontact steekt en je dan een enorme schok krijgt. Dat je echt denkt: huh, wat gebeurde er nou? Terwijl je hele lijf ondertussen van slag is en je gedachten er wat achteraan hobbelen zoals 'Staan mijn haren nu overeind?' en ‘Had ik niet dood neer moeten vallen?'

Een jaar later kwam ik in de speeltuin bij een vriend iemand tegen die ik van voetbal kende. Die zei toen: 'Jij bent toch eens uit een botsauto gevallen?' en begon toen heel hard te lachen.

Dus toch een getuige.

Ongemak overviel me.

Hij had het gezien.

Ik lachte maar als een boer met kiespijn mee.

'Ja, dat was ik', zei ik maar en praatte er zo snel mogelijk omheen.

Ik weet echt niet waarom ik me zo raar gedraag in het openbaar als iets me overkomt. Waarom ik zo anoniem wil blijven. Alles wil verzwijgen.

Ik kan dus bijvoorbeeld ook heel erg verstijven. Toen bijvoorbeeld de rijinstructeur uit het niets de aanval opende op mijn stuntelige rijgedrag, wist ik niets meer te zeggen. Ik bleef maar zwijgzaam naar de weg kijken. Zelfs toen hij vervolgens zei: 'En ik kan gewoon nu doorlullen alsof je het allemaal niet hoort' en ik kon nog steeds niets uitbrengen.

Nou ja. Ondanks mijn lange lijf kan ik heel goed anoniem door mensenmassa's bewegen. Ook op feestjes kan ik me relatief anoniem opstellen. In teamvergaderingen ook. Het gaat me echt heel goed af.

De kunst van onzichtbaar zijn beheers ik als de beste.

Ook in een gesprek. Daarom vertellen mensen me zoveel. Ik hoef geen moeite te doen. Het gaat automatisch. Soms vragen ze voor de vorm wel eens iets aan mij, maar ik weet het altijd weer te pareren zodat de ander verder gaat met bloeden.

Ik ben ook echt oprecht geïnteresseerd. Het punt is: ik praat liever niet zelf als ik me niet op mijn gemak voel. Want dan ga ik me heel opgelaten voelen. Dan weet ik opeens woorden niet meer. Dan begin ik te stamelen en word ik me heel bewust van mijn handen. Van: waar moet ik die laten? Waar moet ik in godsnaam mijn handen laten terwijl ik praat? Misschien moet ik ermee gaan zwaaien? Nee, toch geen goed idee. Nu heb ik een vaasje met een nepbloem omver gezwiept. Sinds wanneer staat hier een vaasje met een nepbloem???? Oh, wat gênant dit.

Nou ja. Zo gaat dat dus.

Je moet wel begrijpen hoor: ik vind mijn social awkwardness best wel geestig. Ik geniet er ook van. Omdat het zo stuntelig is. Omdat ik nooit kan zijn wie ik graag ben. Dus daarom stel ik maar de vragen aan de ander. Dat jasje past me prima.

Je hebt dus ook mensen rondlopen – over jasjes gesproken – die heel directief zijn. Die gaan me dan uit het niets erop aanspreken dat ik een colbert aan heb terwijl de zon volop schijnt. 'Zo, jij gaat het heel warm krijgen vandaag' en dan weet ik helemaal niet meer wat ik moet zeggen, maar achteraf wel.

A) Houd gewoon je bek
B) Ik heb wel stijl
C) HEB IK JOU WAT GEVRAAGD SOMS?
D) Waar bemoei jij je eigenlijk mee, hondenlul?
E) Zo warm vind ik het niet eens op de fiets

Maar in plaats daarvan begin ik me half te verontschuldigen, wat rare woorden te stamelen, stap ik maar snel op de fiets en rijd ik opgelaten weg, om een half uur na te denken over wat me net is overkomen, met altijd dezelfde conclusie: 'Waarom ben ik zo gevoelig?' en 'Waar bemoeien mensen zich toch mee?'

Dus ik trek de volgende keer geen stijlvol jasje aan, maar van die kleren die niemand opvallen.

Nee hoor. Grapje.