De wekker herinnert me er elke dag aan dat ik eerder naar bed had moeten gaan.
Zwijgend wachten met elkaar tot de deuren opengaan, om ons met z’n allen in de te kleine ruimte proppen, elkaars oogcontact te negeren en af en toe te spieken of het juiste nummertje nog steeds brandt.
‘Mijn stop’, roepen en me langs de warme lichamen wurmen.

Mijn plekje veroveren.
Toetsenbord rechtzetten.
De slaap uit mijn oog wrijven.

Mijn oren spitsen of iemand automaatkoffie gaat halen en er een voor mij mee wil brengen.
Zwart met klein beetje suiker graag.
Outlook als het scherm waar ik de meeste tijd mee doorbreng: als een nachtelijke verovering  die te lang bleef plakken.

Elk mailtje voelt als: niet nu. Stop met tegen mij praten. Negeer me.
De gesprekken om me heen die nooit echt iets blootgeven van ons andere leven thuis.

Degene in kwestie heeft me afgelopen nacht verlaten.
Niemand weet het hier.
Niemand ziet mijn bloedende hart.
De uitgesproken woorden echoën door mijn hoofd, terwijl de cursor van mijn tekstverwerker blijft knipperen van ongeduld.

Egoïst.
Narcist.
Luilak.

Mensen vragen me waar mijn ene mailtje blijft.
Hoe het met die opdracht staat.
Of ik al naar hun document heb gekeken.
Ik glimlach.
Ik zeg: ‘Ben ermee bezig.’
Zoals ik altijd ergens mee bezig ben.

Ik wil huilen, zonder dat iemand me ziet.

Ik heb mijn telefoon naast me liggen en kijk naar de status op WhatsApp.
Wachtend om mijn laatste smeekbede te sturen.
Te hopen op het antwoord: ‘Ik heb me vergist.’

Maar ik weet beter: ik wil je nog steeds, ook al wil jij me niet.

Het is geen opwindend leven meer hier.
De belofte dat jij op me wacht als ik mijn beeldscherm heb uitgedaan, hield me gemotiveerd.

Als ik de trein in was gestapt met de rest van bewegend Nederland.
Als mijn sleutel het enige gat waar het inpast weer had gevonden.
Om jouw lach te zien op de bank als je me zag.

Outlook geeft aan dat het niet meer reageert.
Net zoals ik jou online zag verschijnen, ik een veel te lang tekstje typte en na anderhalf uur staren wist: het antwoord blijft uit.
Iemand riep: ‘ICT is ermee bezig.’
Ik wilde terugschreeuwen: ‘Maar wie is er met mij bezig dan?’

Niemand die de storing in mijn hart kan repareren.
Niemand die je hart weer voor mij kan laten kloppen.

Ik parkeer mijn hoofd op mijn toetsenbord.
Iemand vraagt: ‘Gaat het?’
Ik steek een duim op.

‘Outlook werkt weer zegt iemand.’
Ik richt mijn hoofd op.
Zie al die mensen die iets van me willen op mijn scherm verschijnen.
Alsof ze me hebben gemist.
Alsof…

Maar het enige wat ik denk is:
‘Als ik vanavond thuiskom, zit er niemand meer op de bank die naar me glimlacht.
Niemand.’

Deze tekst komt uit mijn vijfdaagse e-mail. Ontvang ook dagelijks een tekst van tomson darko over de melancholie van het leven.

Deze tekst is in mijn digitale bundel Ik mis je nog steeds opgenomen. Koop het in mijn shop.