Voor mij is melancholie het besef dat je alles wat je hebt ooit ook weer gaat kwijtraken.

De dood en gebroken liefdes zijn de grootste mother fuckers in deze hiërarchische ladders van kwijtgeraakte dingen.

Mijn sokken doen ook mee.

Vooral als er een gat is verschenen bij de grote teen, omdat ik mijn teennagels niet goed bijhoud.

Zelfs textiel leeft niet voor eeuwig…

Of als de receptionist-gast van waar mijn postbus staat me weer niet herkent en me als een vreemde aankijkt als ik hem vraag of hij de post al verwerkt heeft.

Des te verbaasder ben ik als vreemden me wel zien staan en onthouden wat ik zei of deed.

Niet ieders geheugen is blijkbaar een vergiet.

Maar ook hen zal ik vroeg of laat niet meer zien en dan ben ik ze kwijt.

Er is niks downs aan deze gedachte.

Het is een terugkerend thema in onze levens.

Het hing zelfs als schilderij in de gang van mijn opa en oma.

‘Er is een tied van komen en een tied van goan.’

Dit besef geeft me soms het idee dat mijn leven een droom is. Opgesloten in mijn hoofd, me afvragend what the fuck er aan de hand is om me heen.

Het andere moment laat het me heel compassievol zijn. Vol liefde en aandacht voor degene voor me.

Vooral als iemand opgeslokt wordt door verdriet, pijn, angst, schuld of schaamte.

Ik weet dat ze me niet geloven als ik zeg: ‘Het gaat voorbij.’.

Ik bedoel ook niet dat die gevoelens verdwijnen.