Dit verhaal vindt plaats in het sombere hitsigheid universum. Het speelt zich een jaar voor het (luister)boek Sombere hitsigheid #0: Onbegrepen af.

Ook te beluisteren:


Met de deuren open hoorde je zijn pis tegen de pot aan kletteren.

Het had iets intiems en tegelijkertijd wat banaals.

Het bed stond tegen het raam aan.

De koude tocht van buiten was voelbaar op mijn huid.

Opgestapelde dozen namen voor een groot deel de kamer in beslag. Op een houten afgebladderde stoel hing een rode kasjmier sjaal met zorg uitgerold.

Hij verscheen in zijn onderbroek in de deuropening, al nippend uit zijn spidermanmok. ‘Wat?’ vroeg hij.

Ik knikte vanuit bed naar de sjaal.

'Die dozen?’ Hij haalde zijn schouders op en krabde via zijn onderbroek aan zijn ballen.

‘Je gaat toch niet hier wonen?’ vroeg ik en trok de deken tot mijn kin op.

'Wil jij een slok?’ vroeg hij en hij stak zijn mok uit naar mij. ‘Wel met wat Iers spul erin.’

‘Sinds wanneer drink jij weer in de middag?’ vroeg ik.

‘Moet je of niet?’

Ik schudde nee. 'Van wie is die sjaal?’

Hij rekte zich uit, stootte de bovenkant van het glas tegen de deurpost aan en keek verbaasd naar de plek van de botsing.

'Is die van je vrouw?’ vroeg ik.

Hij draaide zich om en verdween. Daarna klonk het gesputter van de douche.

De rode, zachte stof van de sjaal zat vanaf mijn borst tot net onder mijn billen om me heen gedraaid. Te weinig stof om mijn andere borst te verbergen.

De badkamerdeur stond open en hij stond gebogen zijn benen te drogen met een handdoek. Hij zag me met mijn hand in mijn zij en mijn been naar voren staan in het halletje. Ik wist hoe ik er nu uitzag na maanden intensief sporten: aantrekkelijk.

Hij kwam overeind en zei op commandotoon: 'Doe die sjaal eens weg.’

Daarna maakte hij een puntje met zijn handdoek en stopte het in zijn oor.

'Wat?’ vroeg ik en ik gleed met mijn hand over mijn zichtbare borst langs mijn tepel.

Met één beweging van mijn andere hand viel de sjaal als een parachute op de grond.

Hij stapte naar de deuropening toe, pakte de klink vast, deed de deur dicht en vervolgens op slot.

‘Peter,’ zei ik. ‘Doe niet zo flauw.’ Mijn hand plat op de deur. 'Je komt weer in Utrecht wonen, hè?’ Mijn hand veranderde in een vuist en ik begon te bonzen. ‘Zeg het nou gewoon.’ Nu ontspande mijn hand. Het gebons ging over in zachte klappen. ‘Is je vrouw je zat dan?’

Hij kwam de slaapkamer binnen in zijn onderbroek en keek me niet aan. Ik zat rechtop in bed naar een kledingsite te kijken op mijn mobiel.

Hij opende een doos. Daarna een andere. Vervolgens keek hij in een sporttas en haalde er een wit shirt uit.

‘Zeg dan gewoon dat ik moet gaan,’ zei ik, ‘in plaats van me negeren.’

‘Waar heb je die sjaal nou gelaten?’ vroeg hij.

‘Ga je dit appartement niet meer verhuren?’ vroeg ik.

Hij bukte en keek onder het bed.

Hij kwam met een rood hoofd omhoog. ‘Al die vragen,’ zei Peter.

‘Zoek je dit?’ Ik haalde de sjaal onder de dekens vandaan en liet die zien als een bewijsstuk in een moordzaak.

Hij staarde er met gespleten ogen naar, pakte vervolgens een spijkerbroek uit zijn tas en deed die aan.

‘Die sjaal is van niemand,’ zei hij.

‘Oh nee?’ vroeg ik. ‘Dus als ik dit doe, vind je dat oké?’

De sjaal verdween onder de dekens.

‘Wat doe je?’ vroeg hij.

De onzekere blik in zijn ogen. De twijfel in zijn lichaam of hij me moest laten of de sjaal moest pakken.

Hij ging aan het einde van het bed staan. ‘Wat doe je?’ herhaalde hij.

‘Niets,’ zei ik en liet de stof onder de dekens langs mijn tepels gaan. Over mijn buik, terwijl ik hem bleef aankijken.

Hij rukte de dekens van mij af. De kou op mijn lijf was alsof je in het diepe van het zwembad sprong.

‘Wat doe je?’ herhaalde hij.

Ik drukte de sjaal hard tegen mijn kruis aan en drukte mijn dijbenen tegen elkaar aan. ‘Je zaad opvangen,’ zei ik.

‘Jacq,’ zei hij rood aanlopend. ‘Zo ga je toch niet met andermans spullen om?’

In een vluchtige beweging sprong hij op bed, porde in mijn zij, griste de sjaal uit mijn handen en rolde daarna het bed af. Hij opende een doos en stopte de sjaal daarin en klapte vervolgens in zijn handen.

‘A je to,’ zei hij.

‘Zou je die sjaal niet wassen?’ vroeg ik.

‘Waarom?’ zei hij.

‘Omdat die nu naar onze edele delen ruikt?’

‘Misschien houd ik wel van geursouvenirs,’ zei hij en hij streek zijn witte shirt recht.

‘Jij of zij?’ vroeg ik.

‘Zij?’

‘Die sjaal is echt niet van je vrouw,’ zei ik.

Hij keek me recht in de ogen aan met zo’n blik van “doe niet zo dom”. Toen zei hij: ‘Wat maakt jou hier eigenlijk de expert?’

Ik pakte het kussen achter mijn hoofd vast en tilde mijn lijf iets op. ‘We waren ooit beste vriendinnen, lul,’ zei ik en gooide in een zwiep het kussen naar zijn lijf. Het vloog langs zijn lichaam heen, door de deuropening het halletje in, waar het nog even over de grond schoof tot het tot stilstand kwam. ‘Tot jij het verpeste.’

Daarna verborg ik me onder de dekens.

Mede mogelijk gemaakt door mijn petje-af community. Als mijn teksten je wat doen, word ook lid 😁 via petjeaf.com/tomsondarko.