Dit is een kort verhaal uit het sombere hitsigheid universum.

Vandaag was de sterfdag van mijn vader. En daarom liet ik mij achter in een steegje nemen door een man, die mijn vader had kunnen zijn.

In een steegje!

Door een man, die op mijn vader leek!

Normaal gesproken was ik niet zo.

Ik miste mijn vader niet, want hij was er nooit geweest.

Al mocht ik dat nooit van mama zeggen: ‘Het is toch je pa’, zei ze dan.

Ja. Maar toch.

Het was een klootzak.

Ik kan het me nog zo goed herinneren dat mijn ma me opbelde.

Ik stond in de supermarkt.

Ze zei het vrij droogjes.

‘Je vader is dood.’

Het eerste wat ik dacht, was: waarom weet jij het eerder dan ik? Jullie willen verdomme al meer dan tien jaar niets met elkaar te maken hebben.

Ik blijf voor altijd de helft van zijn klootzak-DNA.

‘Kan ik je zo terugbellen mam?’ zei ik, starend naar de pakjes pannenkoekmix.

‘Sintia’, zei ma. ‘Hij is dood.’

‘Oké. Ik ga nu ophangen’, zei ik en ik hing op.

Vervolgens bleef ik daar staren naar de stroop en poedersuiker.

Nooit meer zijn appjes bewust negeren.

Nooit meer huilen op vaderdag.

Nooit meer een middelvinger naar het huis van de vrouw die alles kapot maakte opsteken als ik er weer langs reed met mijn fiets.

'Haat jij je vader?’ vroeg mijn huisgenoot Nora eens aan de eettafel bij ons thuis.

'Nee’, zei ik. ‘Totaal niet. Hoe kom je daar nou bij? Hij heeft zijn leven. Ik het mijne.’

Nora knikte onder de indruk.

‘Knap hoor’, zei ze. 'Hij liet jullie toch achter voor een vrouw achter de balie bij de Primera. En jouw ma is professioneel violiste toch?’

‘Het is gewoon mijn energie niet waard, snap je?’ zei ik.

Want het laatste wat ik wilde, was haatdragend overkomen naar iemand.

Maar ik haatte hem. Ik haatte hem zo…

Vanaf het moment dat ze voor het keukenraam naar me keken toen ik de fiets in de schuur zette.

Bij binnenkomst zei ik nog: ‘Is er wat?’

‘We moeten je wat vertellen’, zei mam, die vervolgens in huilen uitbarstte.

Daarna volgden de lage cijfers op school.

Mijn eerste depressie die totaal niemand echt begreep.

Mijn ongemak met jongens.

Het kostte me jaren om met een pokerface tegen mensen te zeggen: ‘Hij is gewoon mijn energie niet waard.’

En nu, nu is ‘ie al een jaar dood.

Een jaar.

Tijd heelt niet. Tijd slijt niet eens. Tijd maakte me nog bozer op hem.

Of nou ja.

Op zijn geest.

Maar oh zo levendige geest in mijn hoofd.

Ik wilde oprecht dat het me echt niets boeide.

Maar het boeide me wel.

Pas toen ik thuis in de keuken de spullen had uitgepakt op het aanrecht, belde ik mijn moeder terug.

‘Hartstilstand, Sintia’, zei ze. ‘Op de wc. Daar heeft hij dagen gezeten. Op de pot. Tot een vriend van hem de deur liet openmaken door de politie.’

‘Hoezo een hartstilstand?’ vroeg ik.

‘Die dingen gebeuren, Sintia’, zei mam.

‘En waar was die trut dan?’

‘Ze hadden een relatiepauze’, zei mam.

‘Heeft hij geleden?’ vroeg ik.

‘Weet ik niet’, zei ze.

‘Ik hoop het’, zei ik. ‘Ik hoop het zo.’

‘Hé, Sintia! Het is wel je vader, ja?’

‘Was. Was mijn vader’, zei ik. ‘Was.’

‘We kunnen hem vanavond samen bezoeken als je wil’, zei ze.

‘Ik heb een afspraak, mam’, zei ik.

Toen hing ik op en ik begon met pannenkoeken bakken voor mijn Tinderdate met Jesper.

‘Je lijkt afwezig’, zei Jesper met zijn opgestroopte mouwen aan de ronde eettafel. Hij had donkere haren op zijn armen.

‘Oh ja?’ vroeg ik.

‘Je drinkt niet eens’, knikkend naar mijn volle glas witte wijn.

‘Wat? Wil je me dronken voeren dan? Zodat je vieze dingen kan doen met me?’

Zijn gezicht kleurde rood. Schattig.

‘Als je het echt wil weten’, zei ik. ‘Mijn pa is dood.’

‘Dood?’

‘Ja, dood. Al een paar dagen. Maar ze hebben hem vandaag pas gevonden. Op de wc. Gekke manier om dood te gaan, vind je niet?’

‘Jezus, Sintia. Gaat het?’

Ik keek naar mijn half opgegeten pannenkoek en mijn niet aangeraakte glas wijn. ‘Weet je, Jesper’, zei ik. ‘Alles gebeurt met een reden. Hij zal het wel verdiend hebben om op de pot te sterven. Vind je niet?’

‘Moet je niet daar zijn of zo?’ vroeg hij.

‘Ik heb toch een afspraak met jou?’ zei ik.

‘Het is toch je…’ Toen zweeg hij.

‘Dus omdat het mijn pa is, moet ik nu verdrietig zijn? Huilen? Jammeren dat ik hem nooit meer kan vertellen wat voor klootzak hij is?’

Maar nee. Dat zei ik niet.

Ik kende Jesper tenslotte van Tinder.

Je kan je emotionele shit niet bij je Tinderdates neerleggen. Dat kan gewoon niet.

‘Zoen me nou maar gewoon’, zei ik toen.

‘Weet je het zeker?’

Ik knikte en opende mijn armen als uitnodiging.

Hij stond op, kwam naast me staan en boog voorover. Hij zoende voorzichtig mijn lippen. Zachtjes.

Daarna pakte hij mijn nek vast en mijn mond ging wat verder open. Zijn tong smaakte naar wijn. Zijn lichaamsgeur rook naar de hele dag hard gewerkt te hebben achter een laptop.

Mijn pa was dood en ik zoende met Jesper.

Ik rook zelfs de geur van mijn eigen kut op dit moment.

Als een lokroep om gepenetreerd te worden door deze blonde braverik.

Dood en seks waren twee dezelfde dingen. Ik had het nu pas door.

‘Laten we naar boven gaan’, fluisterde ik. ‘Voor een huisgenoot ons hier ziet.’

‘Maar weet je het zeker?’

‘Wat?’ vroeg ik. ‘Wil je me toch liever eerst dronken voeren dan?’

Ik passeerde hem en gleed met mijn heup langs zijn heup. Hij volgde me, door mijn beide schouders vast te pakken en erin te knijpen. Daarna gaf hij me een tik op mijn bil.

Een zachte.

Ik zette een voet op de trap. Langzaam. Daarna de ander. Wetende dat hij naar mijn uitgestoken billen keek. Nog een tree. En nog een.

Toen liet ik mijn handen op de traptrede vallen, met mijn hoofd tussen mijn schouders.

Normaal gesproken deed ik dit soort dingen niet. Maar vanavond wel.

Het idee dat een huisgenoot ons hier elk moment kon betrappen.

‘Trek mijn broek gewoon verdomme naar beneden, Jesper’, zei ik.

'Zijn we alleen dan?’ vroeg hij.

'Nee’, zei ik. ‘Dus schiet nou maar op.’

Hij deed mijn jurk iets omhoog en trok mijn legging naar beneden.

Daarna mijn onderbroek.

‘Lik me gewoon’, zei ik en hij begon me van achteren te likken. Zijn baardstoppels schuurden langs mijn bovenbenen.

Ik voelde zijn tong wel, maar ik dacht aan papa.

Aan hoe hij daar op de wc een hartstilstand kreeg.

Zou hij het gevoeld hebben? Zou hij het gedacht hebben?

Helemaal alleen.

Toen kwam het gesnik, zonder tranen.

Ik probeerde het nog te verbergen, terwijl Jesper ondertussen zijn tong in mijn kut probeerde te krijgen.

Maar hij had het door en zei: ‘Gaat het?’

Ik draaide me om, ging op de traptrede zitten en deed mijn benen wijd.

‘Lik me nou maar gewoon’, zei ik, terwijl ik mijn neus ophaalde en mijn lichtvochtige ogen droogknipperde.

Hij aarzelde. Ik wist wat hij dacht: ik moet weg hier, maar ik wil ook klaarkomen.

Ik wees naar beneden.

Hij ging toen braaf met zijn hoofd daar naar beneden tussen mijn benen.

Nu voelde ik zijn gelik eindelijk pas echt.

Een kreun ontsnapte uit me. Zo een van opluchting. Dat ik even mijn vader kon vergeten.

Oh. Met mijn ogen dicht ging mijn gekreun over in zwaar hijgen. In lichte krijsen. Alsof ik eindelijk mezelf volledig kon laten gaan.

Het idee alleen al dat iemand ons kon horen hier op de trap.

Het gelik stopte.

Ik opende verward mijn ogen. Maakte ik te rare geluiden? Huisgenoot gesignaleerd?

Jesper keek me heel streng aan, terwijl alles rondom zijn lippen vochtig was.

‘Wie is Rudolf?’ vroeg hij.

‘Eens zul je het begrijpen’, zei papa aan de telefoon een jaar na hun scheiding.

Maar wat valt er te begrijpen als hij ons heeft verlaten voor haar?

Ons.

Het ergste was dat ik de enige persoon in ons gezin was die er echt last van had.

Ma huilde niet. Ma schreeuwde niet eens. Ze sprak geen kwaad woord over hem. Het enige wat ze deed, was door het huis sloffen met zo’n staarblik.

Mijn broer vond het allemaal wel best.

Als ik aan hem vroeg: ‘Doet het je dan niks?’

Zei hij: 'Twee keer kerst vieren. Kom op. Neem het er gewoon van.’

Misschien haatte ik mijn pa daarom des te meer. Dat hij mijn ma in een zombie liet veranderen en mijn broer daadwerkelijk geen gevoelens had.

En nu was hij een jaar dood. Een jaar.

Ik kwam er pas achter toen ik op de bushalte zat te wachten in de buurt van stadion Galgenwaard om naar huis te gaan.

Ik voelde me de hele dag al meh.

Kijkend op mijn telefoon zag ik de datum.

Nu snapte ik het.

Alsof mijn lijf het eerder wist dan mijn bewustzijn.

In de bus staarde ik naar buiten en ik voelde me onrustig worden.

Toen de bus een straatje inreed met kroegjes en eettenten drukte ik op de rode knop.

Zo’n verlangen naar alcohol.

Ik wandelde naar de eerste de beste kroeg waar ik nog nooit was geweest.

Tot mijn verbazing was het nog best druk hierbinnen voor een namiddag. Vooral mannen van het dubbele van mijn leeftijd die naar me staarden.

Ik ging aan de bar zitten en bestelde een droge witte wijn.

Twee barkrukken verder zat een man glazig voor zich uit te staren. Hij had zijn jas nog aan.

Ik herkende de blik in zijn ogen. Dit was mama’s zombieblik.

Ik stond op en ging naast hem zitten en zette mijn wijn op een bierviltje neer. ‘Je kijkt bedroefd’, zei ik.

Hij snifte, bestudeerde mijn gezicht en zei toen: ‘Jij ook.’

‘Mijn pa is een jaar geleden overleden’, zei ik. ‘Op deze dag.’

‘Goh’, zei hij. ‘Mis je hem?’

‘Niet echt. Toch voel ik me raar vandaag. Het is toch je pa…’

Hij bromde en zei toen: ‘Je hoofd is geprogrammeerd in deze materialistische wereld. Alles is aan te raken. Alles is er. En als je iets niet meer ziet, moet je beter zoeken. Iets wat opeens verdwenen is, dat snapt ons hoofd niet. Want materiaal kan niet verdwijnen. Daarom is de dood zo raar. Omdat iets er dan echt niet meer is. Een mens is meer dan een materialistisch lichaam, begrijp je?’

Ik knikte en voelde een gek soort warmte in mijn buik en bij mijn hart. Zijn treurige ogen. Zijn rokersstem. Zijn blik bleef zelfs dof toen ik naar hem glimlachte.

‘Ik haat hem nog steeds’, zei ik.

‘Waarom?’ vroeg hij.

‘Gewoon. De scheiding. Zijn houding. Gezeik met geld. Een andere vrouw. Tig redenen om hem te haten.’

Hij knikte. Ik verwachte een nieuwe wijsheid. Maar hij zweeg, starend naar de bubbeltjes in zijn bierglas.

‘Rook je?’ vroeg hij tenslotte. Ik haalde mijn schouders op.

‘Het is een goede dag om te roken, denk ik’, zei ik.

Hij knikte naar de deur. Ik knikte bevestigend.

Hij stond op van zijn kruk en deed zijn jas recht.

'Hoe heette je pa?’ vroeg hij.

‘Rudolf’, zei ik.

‘Wat toevallig. Zo heet ik ook.’

'Toeval bestaat niet’, zei ik. ‘Het had zo moeten zijn dat we elkaar…’

Daar stonden we dan. Voor het raam van de kroeg. Te roken.

Rudolf en ik. In de regen.

‘Waarom denk jij eigenlijk dat ik mijn pa nog haat?’ vroeg ik.

‘Dat is makkelijk’, zei hij. ‘De scheiding liet je beseffen dat andere mensen over je gevoelens gaan en je er nul controle over hebt.’

Ik voelde het weer. Zo’n warmte in mijn buik en bij mijn hart. Maar nu ook tussen mijn benen een kloppend gevoel.

‘Al je woede en haat is gericht op je pa. Maar het gaat niet over hem. Het gaat over jou. Je wil maar niet inzien dat mensen voor hun eigen geluk kunnen en mogen kiezen. Ook al gaat het ten koste van andermans levensvreugde. Dat is een harde les van het leven.’

‘Je maakt me bedroefd’, zei ik met tranen in mijn ogen. Hij gooide het kontje van de sigaret op de grond, stak een nieuwe op en borg zijn pakje op in zijn broekzak.

Ik drukte mijn sigaret uit in een asbak die op de vensterbank stond.

‘Waarom ben jij eigenlijk zo verdrietig?’ vroeg ik.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Dat besef dat ze nooit meer van me gaat houden’, zei hij.

Ik knikte. Hij knikte.

Ik pakte zijn hand vast en wreef erover met mijn duim.

‘Wat stom, Rudolf’, zei ik. ‘Wat stom.’

Ik gaf zijn hand kusjes en legde die tegen mijn wang aan. Zijn hand gloeide.

Voor ik het wist zoende ik hem op de mond.

Een klein kusje.

Hij twijfelde. Ik merkte het aan zijn lijf.

Ik gaf hem nog een zoen.

Daarna zoende hij terug.

‘Er is een steeg’, fluisterde ik toen. Hij knikte.

Ik pakte zijn hand vast en trok hem naar de steeg toe.

Normaal gesproken was ik niet zo.

Daar zoenden we tegen de muur verder. Hij was wild. Met open mond likte hij mijn wang en lippen af. Dook in mijn nek. Zoog aan mijn oorlel.

‘Oh Rudolf’, hijgde ik. ‘Neem me. Neem me, alsjeblieft.’

‘Oh Henrique. Ja. Graag.’

Ik deed zijn riem los. Ontknoopte zijn broek. Vervolgens deed ik mijn eigen broek naar beneden. Draaide me om, boog wat voorover en deed mijn string opzij.

‘Kom maar’, zei ik.

En hij kwam in me, voorzichtig.

Toen begon hij snel te bewegen.

Met zijn alcohol en rookadem in mijn neus.

‘Oh Rudolf’, zei ik. ‘Oh Rudolf. Oh Rudolf.’

‘Oh Henrique. Oh Henrique. Oh Henrique’, zei hij.

Hij greep naar mijn borst. Kneep in mijn bh.

Toen kwam hij al in me klaar en pakte mijn beide borsten vast, terwijl hij zijn hoofd op mijn rug legde, kort.

Daarna deed hij zijn broek goed. Ik deed mijn broek goed. Ik keek om me heen. Niemand die ons had gezien hier.

Niet dat het me echt had geboeid vandaag.

Maar toch.

Niemand had ons gezien.

Hij durfde me niet meer aan te kijken.

‘Het is goed, Rudolf’, zei ik en legde een hand op zijn schouder. ‘Het is goed.’

Mijn lijf voelde zwaar aan. Alsof ik een voetbalwedstrijd had gespeeld met de meiden. ‘Ik ga een bus pakken, denk ik’, zei ik.

Hij knikte.

‘Wil jij mijn drankje betalen binnen, alsjeblieft?’

Hij knikte.

‘Doei Henrique’, fluisterde hij.

‘Doei papa’, zei ik.

Thuis onder de douche kwam het besef dat ik me had laten nemen door een man die mijn vader had kunnen zijn.

Normaal gesproken deed ik dat soort dingen nooit.

Het voelde niet eens smerig. Ik voelde me ook niet leeg.

Ik voelde me… opgelucht?

Toen kwamen de tranen.

Heel veel tranen.

Mijn pa.

Zittend op het toilet.

Alleen.

Wat had ik graag bij hem willen zijn die laatste minuten.

Zijn hand vasthouden.

Onze voorhoofden tegen elkaar.

Niemand verdient het om alleen te sterven.

Zelfs niet de man die je zo haat.

Als je verder wil luisteren over de levens van Sintia en Nora, koop dan mijn luisterboek Sombere hitsigheid: Onbegrepen. Hun verhaal gaat verder.


Als je meer Tomson Darko in je leven wil:

1) 🌙 In slaap vallen met Tomson Darko
Als je graag in slaap gepraat wil worden met obscure verhaaltjes en diepzinnige gedachten

2) Tomson Darko woensdagmail  
Elke woensdagavond een tekst over gevoelens waar niemand over praat.

3) 😞💦 Sombere hitsigheid
Kan je jezelf volledig verliezen in een relatie? Bestel mijn  luisterboek 'Sombere hitsigheid: Onbegrepen'

4) 📦 Tomson Darko's woorden in boeken, op posters en tasjes
Elke maandag en vrijdag verstuur ik je bestelling

5) 🪐 Abonneer je op Darko's ziel van Saturnus
Exclusieve mail en podcast over hoe de donkere episodes in ons leven ons juist helpen