Het irritantste aan bang zijn voor het bang zijn is dat het je hele leven overneemt.

Collega’s vragen je mee om een biertje te doen na werk op het terras, in de zon. Het enige wat je denkt, is: ‘Daar zijn mensen. Daar is het druk. Dan is er alcohol in het spel. Sigarettenrook. Dan krijg ik een paniekaanval, omringd met al die vreemde mensen. Dat is sterven zonder dat je hart ermee stopt.’

Of vrienden die voorstellen om een weekendje ergens in de Ardennen door te brengen en het enige wat je denkt is: ‘Vier dagen ver weg van een veilige plek, genaamd mijn huis.’

Je denkt dat een paniekaanval erg is. Wacht maar tot je bang wordt voor een paniekaanval.

Het neemt je hele dag over.

De angst aan dat idee dat je op een terras gaat zitten, voelt soms zo heftig aan dat je lichaam alvast maar een paniekaanval start.

Wat gebeurt, is dat je je leven gaat aanpassen. Je gaat alcohol vermijden. Koffie. Peuken. Al die substanties die iets kunnen triggeren.

Vervolgens ga je niet meer met de trein, stap je geen lift meer in en ga je liever bij iemand thuis eten dan in een restaurant.

De volgende stap is dat je ook je vrienden gaat negeren en vakanties afzegt.

Je wereld wordt kleiner en kleiner. Hoe meer je je isoleert, hoe heftiger het wordt om eruit te breken.

Dat wilde ik niet.

Ik was namelijk banger voor de zelfisolatie dan de wereld vol gevaar.

Want in isolatie zou ik oplossen tot er niets meer van me over is.

Dus ik ging wél altijd de deur uit en zegde geen afspraken af. Terwijl ik zo bang was.

Dat idee dat ik elke dag thuis zou zitten én dan een paniekaanval zou krijgen…

Dan kon je beter alvast een gat graven en mijn kist in elkaar timmeren.

Dus als ik gewoon de deur uitging en de angst elke keer weer ervoer, wist ik in ieder geval dat ik me thuis beter voelde dan daarbuiten.

Ja. I know. De logica van een angsthaas.

En helaas. Ook thuis heb ik paniekaanvallen gehad.

Wat therapie je leert, is dat je je niet moet laten leiden door angst.

Gevoelens kan je niet sturen. Gedrag wel.

Bang voor de trein? Ga vaker met de trein.

Bang voor op een vol terras met onbekenden zitten? Ga vaker op een vol terras met onbekenden zitten.

Leer leven met het ongemak.

Want hoe beter je vertrouwd raakt met het ongemak, hoe sneller de angst afzwakt.

Hoe vaker die angst afzakt, hoe sneller je op een punt komt dat je de angst niet eens meer opmerkt.

Allemaal leuk en aardig, therapeut.

Tot je weer een motherfucking paniekaanval in een restaurant krijgt en weer zes stappen terug hebt gezet in je herstel.

Weet je wat nog vermoeiender is dan de angst voor de angst?

Denken dat je de angst voor de angst hebt overwonnen en dat die dan weer in alle heftigheid terugkeert.

WAAAAAAAAAAANZIN.

Ik was de man van de festivals. Een zomer niet gefestivald, is een zomer niet beleefd.

Maar die paniekstoornis heeft me vele zomers thuisgehouden.

Ik was er klaar mee.

Down the rabbit hole.

Here I come.

Ticket geboekt. Tent geregeld.

En toen kwam de angst weer.

Vier dagen lang omringd met muziek, alcohol, mensen. Ik kan alcohol vermijden. Maar dan slaap ik slechter door al dat geschreeuw van dronken mensen. En als ik slechter slaap, voel ik me de volgende dag angstiger en dat kan weer een paniekaanval opwekken. En als ik een paniekaanval heb, dan kan je beter een bulldozer bestellen en me naar huis duwen.

Niet alleen dat. Dan liet ik mijn beste vriend daar achter. Ik wilde het met hem leuk hebben. Ik wilde geen last zijn voor hem.

WAAAAAAAAAAANZIN.

Mijn therapeut zei: ‘Een groot deel van je angst komt door het idee dat anderen je zien als je een paniekaanval hebt.’

Dat klopt.

Ook al heb ik elke keer gemerkt dat niemand het in de gaten had dat ik vanbinnen aan het sterven was.

  1. Of ik kan het goed maskeren.
  2. Of iedereen is met zichzelf bezig.

Maar toch blijft die gedachte overheersen. Dat anderen het zien.

‘Wat let je om het niet gewoon te zeggen tegen mensen dat je je even niet fijn voelt?’

Euh. Heb je even, therapeut?

Laten we beginnen met het woord KWETSBAARHEID. En dan hebben we nog het woord ZWAKTE. En heb ik al gezegd dat ik mezelf niet eens begrijp als ik een paniekaanval heb? Laat staan hoe anderen me dan zien. Nou ja. Dat snap ik wel. Als een DEBIEL.

Maar hij had een punt.

Veel paniekaanvallen die ik in mijn leven in stilte heb gehad, waren omdat ik mijn gespannenheid die ik ervaarde niet durfde te delen.

Ik ging me verzetten tegen wat ik voelde. Maar hoe meer ik me verzette, hoe heftiger de aanval werd.

Gevoelens kan je niet sturen. Gedrag wel.

‘Je haalt de angel eruit als je het deelt’, zei die.

Ja, ja, ja. Je hebt gelijk.

Maar ik heb ook gelijk.

Kwetsbaarheid.
Zwakte.
Debiel.

‘Wat let je om je zorgen over jezelf gewoon uit te spreken tegen die vriend?’

Euh. Huh?

‘Dat je gewoon zegt: “Hé. Ik heb er heel erg zin in. Maar ik voel me ook gespannen. Het kan gebeuren dat ik een paniekaanval voel opkomen tijdens het festival. Vind je het dan erg dat ik dat tegen je zeg?”’

Nou euh.

Kwetsbaarheid.
Zwakte.
Debiel gedrag.

‘Waar ben je bang voor, Tomson?’

Kwetsbaarheid.
Zwakte.
Debiel gedrag.

‘Wat kan er gebeuren als je dit zegt?’ vroeg hij.

‘Euh. Nou. Dat hij zegt: “Stel je niet aan.”’

‘Als iemand zo tegen je doet, wil je zo’n persoon wel als vriend hebben?’

‘Nee.’

‘Wat is de kans dat hij dit als antwoord geeft?’

‘Nihil.’

‘Dus wat let je om het te delen?’

Godverdomme.

Ik mijn vriend opbellen.

Verstompt gevoel in mijn maag. Klamme handjes. Zoveel angst om zoiets kwetsbaars te delen.

Ik heb nog nooit, behalve tegen de therapeut, gezegd dat ik ergens tegenop zag en bang ben voor mijn eigen lijf. Dat ik oplos in mijn eigen angst en daar nooit meer van zal herstellen. Laat staan dat ik toestemming vraag aan iemand om mijn toekomstig ongemak en plein public te delen.

Ik lijd. Ik lijd alleen. Dat is niemands probleem. Alleen dat van mij.

Nu maakte ik mensen deelgenoot van mijn lijden.

DURF IK DAT?

Ja, dat durf ik.

Ik zei dus: ‘Het kan dat ik me heel gespannen voel daar op het festivalterrein en ik een paniekaanval voel opkomen.’ Ik vroeg: ‘Vind je het erg als ik dat tegen je zeg op dat moment?’

‘Nee. Tuurlijk niet’, was zijn antwoord. ‘Zeg het gewoon.’

Opluchting.

Eind goed al goed.

DUS NIET.

Want waarom zou iets gemakkelijk gaan in het leven?

Ooooh man.

Ik ga het niet mooier maken dan het is.

Het ging niet goed met mij op dat festival.

Het was wel dertig graden. Nergens schaduw en het was zo stijf uitverkocht dat je nergens even op adem kon komen zonder gek te worden van mensen die bewogen, mensen die schreeuwden, overal kabaal, overal herrie. Overal sigarettenrook. Lucht van bier. Zweet.

Kortom: een festival.

Het was zwaar voor mijn lijf en geest.

Ik heb een paar paniekaanvallen weggepuft. Ik heb een paar keer bekend: ‘Voel me slecht, man.’

Maar na een nacht in mijn tent, waar ik van de kou lag te ijlen, zei ik de volgende dag: ‘Ik peer ‘m vandaag naar huis. IK KAN NIET MEER.’

Wat een nederlaag.

I know.

Een nederlaag.

Maar toch is dit niet wat ik mee heb genomen van deze ervaring.

Dat was dat ik me voor het eerst in mijn leven KWETSBAAR heb opgesteld en merkte hoeveel ontspanning het me gaf. Door gewoon te zeggen: ‘Ik ga me kut voelen en mag ik dat tegen je zeggen?’

Dat was een opluchting.

En ik heb het daarna nog vele malen opgebiecht aan de mensen om me heen.

Het hielp.

Dus.

Wees kwetsbaar.

Deze tekst komt uit mijn vijfdaagse e-mail. Ontvang ook dagelijks een tekst van tomson darko over de melancholie van het leven.