Dit verhaal is onderdeel van een blogreeks. Ik deel elke maandag deel 1 (van de vier delen) van mijn boek Ze gingen samen het toilethokje in.mp4. Hier vind je een overzicht van de reeks.

We fietsten door de overbelichte straten van Oostervoort om het gevoel van veiligheid te vergroten. Paul lette op alles, behalve de weg. Hij slingerde regelmatig mijn kant op. Geen enkel detail ontging hem. Alsof de alcohol zijn ogen groter had gemaakt. ‘Bijna alle auto’s hebben hier een witte of zwarte kleur,’ zei hij. ‘Dat hebben de Duitsers ook. Zijn jullie halve Duitsers?’

‘Niet dat ik weet.’

Hannah en Naomi fietsten een stuk achter ons. Ik fietste liever naast Naomi. Om te vragen wat ze bedoelde met ‘timide’. Ik had niet het idee dat ik me anders voordeed dan de andere keren. Ik was gewoon mezelf.

‘Ik vind die Hannah wel lekker,’ zei Paul. ‘Niet zo hard praten,’ zei ik.

‘Zou ze een beetje kunnen pijpen?’

‘Volgens Berend wel,’ fluisterde ik. ‘Ze maakt vrij veel speeksel aan als er iets in haar mond zit. Althans, dat zei hij.’

‘Kinky,’ antwoordde Paul. ‘Volgens mij valt er veel met haar te beleven in bed.’

‘Noemen ze je echt Splinter?’ vroeg ik.

‘Ik noem mezelf graag Splinter. Maar ik wil dat niet meteen zeggen. Paul is zo gewoon. Ik ben graag iemand anders.’

‘Wie wil je zijn dan?’ ‘Splinter.’

‘Want?’

‘Want? Want? Want een splinter jeukt. Die doet pijn. Die ontsteekt. Een splinter ontregelt.’

Leo woonde in het buitengebied. Een vrijstaand huis met een grote lap grond eromheen. Het was geen boerderij, al hadden ze er wel geitjes en een pony rondlopen. Zijn vader had een drukkerij in een dorp ernaast. Leo schepte op school altijd op dat zijn koelkast ijsblokjes kon maken. Ik snapte nog steeds niet wat daar het nut van was in de herfst of winter.

We parkeerden de fietsen op de oprit. Toen liepen we langs het huis, wat wel een wandeling van een kwartier leek. Paul was naast Hannah gaan lopen en vroeg haar het hemd van het lijf. Ik deed dat ook graag. Dan begonnen mensen dingen aan mij te vertellen die ze nooit met anderen deelden. Echte geheimen. Dan had ik het idee dat ik iets betekende in het leven van de ander. Ik hoopte dat Naomi naast me ging lopen zodat ik haar dingen kon vragen en zij geheimen kon vertellen. Maar ze was te druk met sms’en.

We staken het weiland over naar het verlichte schuurtje. Leo kwam net de schuur uitgelopen en schreeuwde al zwaaiend ‘Hallo!’ naar ons. De krullen op zijn hoofd bewogen mee. Berend kwam naast hem staan en keek met zijn armen over elkaar bedenkelijk naar Paul.

‘Ik heb mijn neef meegenomen,’ zei ik met een grote glimlach.

‘Leuk hoor,’ zei Leo. ‘Welkom, neef van Jordy!’

Paul schudde Leo uitgebreid de hand. ‘Noem me maar Splinter.’ Hij stak een hand uit naar Berend. Die keek er bedenkelijk naar. ‘Zijn dit je turtles?’ zei hij toen Naomi en Hannah langs hem liepen.

Het schuurtje was een paradijs voor ons, ook al stonk het er naar hondenvoer en vocht. Er stonden twee versleten leren bankstellen in, een rammelende koelkast, kerstverlichting die als slingers door de ruimte heen waren gespannen en wat houten stoelen.

Leo had een versterker met twee geluidsboxen op een tafel neergezet en had zijn discman daarop aangesloten. Daar klonk nu Guns N’ Roses uit.

Ik ging op de bank naast Berend zitten.

‘Is hij van je vaders of moeders kant?’ vroeg hij.

‘Moeder,’ zei ik.

‘Dus dit is de befaamde keet,’ zei Paul, die bij een megagrote poster van Grolsch bleef staan met Marilyn Monroe erop als de enige echte blonde.

‘Nee hoor. Gewoon ons eigen stekkie,’ zei Leo.

‘Gewoon ons eigen stekkie,’ deed Paul in Leo’s lokale accent na. ‘Is goed, gozert. Jullie zouden hier een bar in moeten maken. Tap. Barkruk. Bartafel. Hierzo.’ Paul begon met grootse gebaren de bar uit te beelden.

‘We zouden helemaal niks,’ zei Berend met zijn armen over elkaar.

‘Wat is zijn probleem?’ vroeg Paul later aan me. Ik wist het ook niet. Berend kon heel vijandig zijn tegen vreemde mannen. Net zoals Berend die avond tegen me fluisterde: ‘Ik snap niet zo goed waarom je hem hebt meegenomen.’

‘Waarom niet?’ vroeg ik toen.

‘Hij is zo aanwezig.’

‘Hij is gewoon zichzelf,’ gaf ik als antwoord. Mensen moesten vooral zichzelf zijn. Dat vond ik echt.

Hannah en Naomi gingen op het andere bankstel zitten. Berend klapte hard in zijn handen en zei ongemeend: ‘Gezellig’. Iedereen keek naar hem, behalve Hannah. Ze zouden wel weer ruzie hebben. Vast iets over aandacht. Ze maakten het elkaar zo moeilijk. Hannah zag dat ik naar haar keek en draaide verveeld haar ogen van me weg.

‘Wat heb jij vandaag gedaan dan, Jordy?’ vroeg Naomi. Ik haalde mijn schouders op.

‘Paul opgehaald.’

Leo duwde een flesje Heineken in mijn handpalm en ging op de rand van de bank zitten naast Berend.

‘Jordy! Check dit!’ Ik draaide me om. Paul had een cowboyhoed in een van de kasten gevonden en opgezet. ‘Nu ben ik écht van het boerenland.’ Hannah lachte het hardst van iedereen. Berend keek me nog doordringender aan.

‘Je hebt het gewoon niet zo op mensen uit de stad,’ fluisterde ik.

‘Mag toch?’

‘Waarom kijken jij en Hannah niet naar elkaar vanavond?’, probeerde ik zo neutraal mogelijk te brengen. Berend kon heel lichtgevoelig zijn als het op dit soort onderwerpen aankwam.

‘Weet ik veel. Zal wel weer beledigd zijn,’ zei hij.

‘Zeg gewoon sorry dan.’

‘Wat weet jij daar nou van?’

‘Niets?’

‘Heeft ze weer tegen jou zitten klagen of zo?’

‘Nee? Ze heeft niet met me gepraat vandaag. Echt niet. Ik bedoelde meer dat sorry schijnt te helpen bij vrouwen. Ik dacht dat jullie misschien woorden hadden gehad, omdat ze je negeert.’

Berend begon zo hard te lachen dat iedereen naar ons keek. ‘Jij hebt echt geen verstand van vrouwen, Jordy.’ Ik keek maar naar de grond, wachtend tot mensen weer verder gingen met praten. Misschien had ik inderdaad geen verstand van vrouwen.

Paul ging wijdbeens op een houten stoel naast me zitten. Nu zaten we in een kringetje. Iedereen aan het bier. Ik dacht even dat ik me nu op mijn gelukkigst voelde dit jaar. Mijn vrienden en neef in een ruimte. Zuipend naar muziek aan het luisteren.

‘Je zou hier van die grote discospeakers in moeten bouwen. Discolampen. Zo’n bol die ronddraait,’ zei Paul al wijzend naar het plafond. ‘Uitsmijter aan de deur. Dan heb je je eigen illegale feestkeet. Hoe vet is dat?’

‘Jij hebt ideeën, hè. Echt ideeën,’ zei Leo klappend in zijn handen.

‘Hebben jullie zeker niet, hè? Keten in de stad?’ vroeg Berend toen.

‘Nee. Wij hebben gekraakte panden. Ander genre. Zelfde idee. Zelfde gezelligheid. Alleen ander bier.’ Paul bekeek zijn Heinekenflesje en nam er een slok van met een vies gezicht.

‘Mijn ma heeft geen verstand van bier,’ verontschuldigde Leo zich.

‘En wat doe je zoal in de grote stad?’ vroeg Naomi.

‘Ik werk voor een supermarktketen. Orders pikken. En wat wil jij later worden dan?’

‘Human Resource Management wil ik gaan studeren. Ik weet nog niet wat ik wil worden,’ zei Naomi.

‘Ik ook niet,’ lachte Paul.

‘Wat voor studie heb jij gedaan dan?’ vroeg Berend.

‘Niets.’

‘Wat denk je te kunnen worden dan, met niets?’

‘Niets,’ knipoogde Paul.

‘Mooi toch, deze vent? Hij maakt zich in ieder geval geen illusies, hoor,’ zei Leo.

‘Daar kunnen sommige mensen nog wat van leren,’ zei Hannah en keek voor het eerst richting Berend. Hij zuchtte hard als antwoord. We voelden nu allemaal de spanning tussen deze twee. Zelfs Paul had het in de gaten.

Hij had een stukje vloei op de tafel uitgestald. Daarna maakte hij kruimels van de wiet en legde die verspreid in de vloei. Hij brak een peuk in tweeën, draaide de tabak eruit met zijn vinger en liet het in de vloei vallen. ‘Pretsigaretje iemand?’ vroeg hij.

Leo keek er met grote ogen naar, net als Naomi. Paul pakte de vloei op, stopte de tip erin, begon ermee te draaien met twee handen en likte de vloei dicht met het puntje van zijn tong. Hij tikte de joint staand tegen de tafel aan en scheurde de overtollige vloei eraf.

Naomi hees als een bezeten junk aan de brandende joint. Ze was echt niet zichzelf. Ze kwam anders over. Ze zoop sneller haar biertjes leeg dan Berend. Ze hield de joint langer bij zich dan Leo en ze lachte overdrevener dan Hannah om grapjes die helemaal niet grappig waren.

Het deed me denken aan de nachtbus van Parijs naar Arnhem. Ze was hyper van de oververmoeidheid en hield ons allen wakker met gegil, gegooi met aanstekers en slechte grappen. Maar toen we er bijna waren kroop ze met haar hoofd tegen mijn borstkas aan en vertelde me dat haar oma op sterven lag. Daarna viel ze in slaap en ik wenste dat de busreis nooit zou ophouden. Misschien had ze weer pijn en deed ze daarom zo hyper. Misschien zou ze later vanavond weer tegen me aan in slaap vallen. Ik moest met haar praten. Zorgen dat ze iets emotioneels bekende aan me. Dat was mijn terrein. Het luisterend oor. Laten zien dat ik belangrijk genoeg was in haar leven.

Ik deel elke maandag deel 1 (van de vier delen) van mijn roman Ze gingen samen het toilethokje in.mp4. Verder lezen? Bestel de paperback of hardcover in mijn shop en ontvang het boek met een persoonlijk bedankje in je huis.