Dit verhaal is onderdeel van een blogreeks. Ik deel elke maandag deel 1 (van de vier delen) van mijn boek Ze gingen samen het toilethokje in.mp4. Hier vind je een overzicht van de reeks.

De Molen had een binnentuintje waar eigenlijk niemand na 22.00 uur mocht staan, maar als we met z’n allen niet te veel kabaal maakten werd het getolereerd. We waren niet de enigen die een luchtje aan het scheppen waren.

Ze haalde uit haar handtasje een pakje Marlboro light. ‘Niet tegen de anderen vertellen. Ik kan echt slecht delen,’ zei ze en gaf me een peuk.

‘Het is nog best warm eigenlijk,’ zei ik over de temperatuur buiten. Ik wist niet wat ik anders moest zeggen.

‘Ja, hè?’ Ze stak haar eigen sigaret aan, blies de rook de lucht in en gaf mij de aansteker. Ook ik stak een sigaret aan en onderdrukte een hoest.

Ik kon het tegen haar vertellen. Over Naomi en Paul. Ik wilde het zo graag delen om te kunnen duiden wat ik zag. Alleen ze kwam niet als zichzelf over. Berend vrat aan haar ziel. Zij vond hem leuker dan andersom. Dat was me vanavond wel duidelijk geworden.

‘Hij trekt wel weer bij,’ zei ik bemoedigend. ‘Wat?’

‘Berend.’

‘Wat?’

‘In een groep is hij – ik weet niet – afstandelijker. Te macho.’

Ze keek me hoopvol aan: ‘Do you think?

‘Of is hij ook zo als jullie alleen zijn?’

‘Nee. In tegendeel,’ zuchtte ze.

‘Hij trekt wel weer bij,’ zei ik.

‘Je zegt het alleen maar om me gerust te stellen. Toch?’ Haar schouders hingen naar beneden, ze balanceerde op één voet terwijl ze met de andere voet de stoep ging schuren met een gevallen blad van een boom.

‘Nee. Ik zeg dit omdat ik het meen.’

‘Gelukkig maar. Ik hoef je medelijden echt niet.’

Op de een of andere manier had ik altijd de stille hoop dat Hannah en ik eens intiem zouden worden. Tot Berend me voor was. Net zoals ik altijd sterk het gevoel had gehad dat Naomi en ik op een dag eens zouden zoenen. Tot Paul me voor was. In een smerig toilet, stinkend naar chloor. Het zou zo raar zijn als ik na Paul… Nee. Te raar. Ik wilde geen tweede keus zijn. Ik was dan liever een niemand.

‘Berend kan zo lief zijn als we met z’n tweeën zijn. Maar met alcohol op ziet hij me gewoon niet meer staan. I’m a ghost,’ zei Hannah, kijkend naar haar voet. Het blaadje was in tweeën gescheurd, maar ze bleef het heen en weer bewegen over de stoeptegel.

‘Jullie hebben toch net gedanst?’ vroeg ik.

‘Ja, dat werd tijd ook. Ja toch? Hij heeft me de hele middag en avond genegeerd!’

Paul had gelijk. Hannah praatte altijd over Berend tegen me. Maar luisterde ze wel naar mijn verhaal? Paul vond dat ik, als reactie, moest gaan ontregelen. Wat bedoelde hij daar nou mee? Moest ik dan op de kop gaan staan als zij weer zat te praten over Berend?

‘Ik zit eraan te denken om een piercing te nemen in mijn wenkbrauw,’ zei ik.

Hannah bukte, pakte het blaadje op en bestudeerde de schade in haar hand. ‘Hij is alleen maar lief als niemand in de buurt is,’ zei ze. ‘Alleen dan ziet hij me staan. Ik was vandaag zo boos op hem. Echt. Toen ik in Rotterdam was heeft hij niets van zich laten horen. Niets. Niets. Niets. Niets. Niet waar hij was. Of hij aan me dacht. Of hij wel van me hield. Gewoon helemaal niets.’

‘In mijn linker- of rechterwenkbrauw?’ vroeg ik en wees naar mijn twee wenkbrauwen.

‘Waarom zou je dat überhaupt doen?’ vroeg Hannah en ze verpulverde het blaadje tussen haar vingers. De kruimels liet ze op de grond vallen.

‘Waarom ik een piercing zou willen?’ vroeg ik verward.

‘Niets van zich laten horen? Waarom zou hij nou niets van zich hebben laten horen vanmiddag? Het zet je toch aan het denken. En toen je bekentenis bij het spel…’

Ik was inderdaad een luisterpaal. ‘En jij praat altijd met mij als Berend je onzeker maakt. Niet als het goed gaat tussen jullie,’ zei ik voor ik er erg in had. Ze keek me met grote ogen aan. Ze moest het even verwerken. Ze gooide haar peuk op de grond en trapte die uit met de hak van haar versleten gympies.

‘Lul,’ zei ze.

‘Hannah,’ zei ik. ‘Zo bedoelde ik het niet.’ Ze opende de deur en ging het gebouw weer in.

Zo bedoelde ik het wel. Ik had het alleen wat beter moeten verwoorden. Ik zei zulke stomme dingen vanavond. Ik wilde dingen helemaal niet ontregelen. Ik had het helemaal niet moeten zeggen. Nu luisterde ze niet meer naar me. Nu hadden we geen momentjes meer met ons tweeën. Hoewel ze alleen maar tegen me aan zat te kletsen had ik toch het idee dat ik iets in haar leven betekende.

Ik wilde naar huis. Nu meteen. Het liefst wilde ik in bed stappen en mijn hoofd in mijn kussen begraven. Maar ik kon Paul hier niet achterlaten. Ik zat nog de hele nacht met hem opgescheept.

Ik ging terug naar de dansvloer en nam plaats aan de zijkant op een bankje. Paul en Naomi waren diep in gesprek met elkaar, maar raakten elkaar niet meer aan. Berend dronk het ene biertje na het andere en maakte de ene na de andere houterige dansbeweging. Leo probeerde te proosten met elke vrouw in de zaal in de hoop op een praatje. Hannah stond bij een paar meiden die ze van handbal kende.

Na een uur legde Paul een hand op mijn schouder. ‘Ik ben uitgeavontuurd, man. Zullen we gaan?’

Ik keek naar Naomi. Die had haar armen om Leo heen geslagen en zong vals mee met een Linkin Park-nummer.

‘Oké. En de rest?’

‘Fuck de rest. Ik wil naar huis.’

‘Dan gaan we dan maar.’

‘Als je me je kaartje geeft, pak ik alvast de jassen.’

Ik gaf hem het papieren kaartje en liep naar Leo en Naomi toe.

‘Uhm, we gaan.’

‘Was gezellig, dude.’ Leo omhelsde me.

‘Ik zie je wel weer,’ zei Naomi. ‘Jammer wel, dat je de rest van je leven slechte seks hebt overigens.’

‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik.

‘Dat je niet de waarheid sprak bij het spel eerder vanavond.’ Ze leek zo fatalistisch ingesteld.

‘Ik denk niet dat we een heel gezellige avond meer hadden gehad als ik de waarheid had gezegd,’ zei ik.

‘Je offert je eigen seksleven op voor de groep. Zo typisch jij. Zo typisch jij.’

‘En wat is typisch jij? Tegen Pauls been aan schuren als een slet?’

Het kwam er zomaar uit. Ik had beter mijn mond kunnen houden.

‘Jordy toch. Al zittend op een bankje voor je uitstaren, afvragend waarom niemand je ziet staan. Oh, Jordy. Wanneer leer je nou eens dat je zelf in beweging moet komen? Neem zelf eens een keertje het initiatief.’

‘Ja! Initiatief!’ schreeuwde Leo, die zijn twee vuisten in de lucht stompte.

‘Niet op deze plek,’ zei ik. Niet met deze meiden, dacht ik. ‘Je veroordeelt me met je ogen. Stiekem. Ja, hè? Je vindt het niet kunnen, hè? Je bent mijn moreel kompas.’

‘Ik veroordeel je niet. Ik oordeel nooit snel. Dat weet je.’

‘Toch zie ik het in je ogen,’ zei ze. ‘Je oordeelt over me. Zeg dan gewoon wat je echt van me vindt. Met woorden. In plaats van met je blik. Eens zien of je me wel echt begrijpt.’

‘Ik vind je… Gewoon… Naomi. Zoals jij bent.’

‘Je zegt dat je nooit oordeelt. Maar je durft eigenlijk gewoon nooit de waarheid te zeggen tegen mensen. Te bang voor de confrontatie. Slappeling.’

‘Waarom doe je nou zo?’ zei ik.

‘Omdat je me veroordeelt met je ogen,’ herhaalde ze. ‘Moreel kompas van me. Maar ik vraag me af of je me wel echt kent.’

‘Je hebt te veel gedronken.’

‘En jij veel te weinig.’

‘Ik heb genoeg gehad,’ zei ik.

‘Oh, sorry hoor.’ Ze knikte achter me. ‘Je holmaat wacht op je.’

Ik draaide me om en zag Paul bij de ingang van de zaal met mijn jas staan zwaaien alsof het een sjaal was. Daarna tikte hij op zijn pols.

Ik bleef staan, me afvragend wat ik kon doen om Naomi’s stemming te laten veranderen. Iets verzoenends zeggen, iets liefs.

‘Waarom sta je hier nog?’ zei ze.

Ik liep verslagen weg. Paul gaf me mijn jas zonder me aan te kijken.

‘Ik ben toe aan een joint,’ zei hij terwijl we de kroeg uit.

‘Ik ook,’ zei ik. ‘Ik ook.’

Ik deel elke maandag deel 1 (van de vier delen) van mijn roman Ze gingen samen het toilethokje in.mp4. Verder lezen? Bestel de paperback of hardcover in mijn shop en ontvang het boek met een persoonlijk bedankje in je huis.