ππͺ pijn genoeg voor iedereen
Dit is de melancholie die ik zoek, in antwerpen
Ik was op zoek naar de melancholie in Antwerpen.
Maar uiteindelijk vond het mij. Vrij onverwacht. Op een gevel. In de universiteitswijk.
De wijk zelf was niet zo heel bijzonder.
Opengebroken straten. Veel anonieme gebouwen. Soms met een banier van een hogeschool of universiteit ervoor.
Ik zocht naar koffie, maar vond de motregen op mijn gezicht. Ik zag een plein. Iets met de Waag. De rode letters vielen me al meteen op aan de muur. Maar de wolken trokken grijs dicht en de druppels begonnen dikker te worden. Dus ik ging naar binnen en bestelde koffie.
Maar de gedachte keerde terug.
Heb ik wel gekeken wat er op die gevel stond?
Ik moet je zeggen.
Ik vind veel grote steden op elkaar lijken. Ja, de monumenten hebben iets unieks. Maar in elke grote winkelstraat vind je dezelfde ketens.
- Dezelfde flagshipstores.
- De straten eromheen zijn de boetiekjes en de hobbywinkels.
- Wat pleintjes met wat terrassen.
- Overal dezelfde geluiden van toeristen.
- Overal elektrische steps.
- Overal McDonaldβs.
Het is best moeilijk zoeken naar een bepaald gevoel dat er misschien niet is.
Zelfs in het KMSKA vond ik de melancholie niet.
KMSKA staat voor Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.
(Wat wil het nou zijn? Koninklijk? Een museum? Schoon? Kunstig? MAKE UP YOUR MIND)
Begrijp me niet verkeerd. Qua sfeer en indeling echt een van de mooiste musea waar ik ooit ben geweest. Niks aan overdreven.
Maar de gigantische werken van Rubens zijn me te religieus. Te theatraal ook. Er gebeurt heel veel op die doeken. Het is echt net een actiefilm. Niks mis mee. Ik snap het ambacht en de fantasie en toewijding.
Maar de kunstwerken snappen mij niet.
DalΓ was er ook.
Met het springtouwende meisje. Daar verdronk ik bijna in. Dat gele desolate landschap.
Maar DalΓ spreekt niet mijn taal. De droomwereld is niet mijn taal.
Deze stad is denk ik niet mijn taal. Al zijn ze hier rustig en gereserveerd en zijn hun boekwinkeltjes subliem.
Ik had het bijna opgegeven.
Maar daar, bij de Waag. Na het bestellen van mijn koffie toch nog even naar buiten gestapt en naar boven gekeken.
Daar vond ik iets wat ik nog nooit ergens had gelezen.
Dit was de energie die ik zocht. Dit is mijn taal. Dit is wat het hart raakt.
Dit stond erop:
de pijnfuif
vrienden
ik heb
de pijn
maar op
de kachel
gezet
om ze warm
te houden
als iemand
pijn wil
ze is
lekker vers
neem gerust
en neem
wat meer
er is pijn
genoeg voor iedereen
Gust Gils (1924β2002)
Er is pijn genoeg voor iedereen.
Wow.
Een zin die al dagen in mijn hoofd rondspookt.
Het voelt als een absurdistisch motto. Maar wel heel diepgaand.
βRustig aan, rustig aan. Er is pijn genoeg voor iedereen in dit leven.β
Het doet me ook een beetje denken aan opgroeien in een familie.
Ik las vandaag: βNa een maand in dit vijandige universum vormen we een familie. Een echte, vol eigenaardigheden en onbegrip.β (uit het boek Honderd miljoen jaar en een dag van Jean-Baptiste Andrea (1971))
Dat onbegrip. Dat is eigenlijk onze eerste emotionele pijn als zelfbewust wezen in een familie. Onbegrip is waar de emoties van aangaan. Dat is waarom kinderen heel hard huilen. Dat is waarom pubers zoveel ruzie maken.
Maar het is ook een belangrijke levensles. Dat we altijd een beetje onbegrepen zullen blijven.
Onze ouders staan niet volledig in onze dienst. De wereld staat niet in dienst van ons. Het leven schuurt en wringt. Het stelt teleur. Het doet pijn. En tussendoor is er af en toe die fijne klik met een plek, een mens of een boek.
Dat het even voelt als thuiskomen.
Voor de rest.
Is er gelukkig pijn genoeg voor iedereen.
liefs,
tomsonπͺ