💎🪐 Het leven is naast wachten vooral ook vertrekken

Er bestaat gewoon geen juist moment eigenlijk.

💎🪐 Het leven is naast wachten vooral ook vertrekken
Photo by Tom Podmore / Unsplash

Ik dacht lange tijd dat het leven wachten is.

Wachten op een kop koffie, een appje van je geliefde, op zaterdag, op de zon, op de slaap, op de bus, op Wie is de Mol?

Maar het leven is ook vertrekken.

M’n zusje verbaasde zich er van de week aan de telefoon over dat een manager een heel veranderingstraject in gang had gezet. Maar er tussendoor gewoon tussenuit kneep voor een andere baan. Waar hadden ze dan al die teambuilding en inspiratiesessies voor gedaan?

Tja, zei de nuchtere ik. Waar je ook werkt. Hoe gezellig of kil de organisatie ook is. Mensen vertrekken. Juist degenen die er eigenlijk het langst zouden moeten zitten om de puinhopen van hun eigen beslissingen in totale ontkenning te kunnen ervaren.

Dat is het stomme aan ergens met heel veel plezier werken. Hoe langer je er zit, hoe meer mensen je ziet gaan. Maar als je zelf te vroeg weggaat, zoek je vervolgens in al je toekomstige banen die fijne klik en energie die je hebt achtergelaten.

Er bestaat gewoon geen juist moment eigenlijk.

Vertrekken is het lot van de mens.

Mijn ouders wonen al te lang op dezelfde plek. Maar de buren zijn vertrokken. De supermarkt is in al die tijd al drie keer van naam veranderd.

De cafetaria is nog dezelfde als toen ik er nog woonde. Zelfs dezelfde mensen werken er nog. Dat heb je met een familiebedrijf.

Maar het is niet meer als in m’n jeugd. De nostalgie is ook vertrokken.

In het boek ​Honderd miljoen jaar en een dag​ van Jean-Baptiste Andrea (1971) zit een scène die me raakte.

In de roman overtuigt Stan anderen om met hem op expeditie de bergen in te gaan. Om daar een dinoskelet te vinden. Want er waren wilde verhalen dat er ooit een draak is gevonden. Dit is zijn kans om als paleontoloog een beroemdheid te worden.

Maar al hakkend en priemend door weer en kou vinden ze weinig. En zijn lontje wordt steeds korter en korter richting anderen.

Een van de reisgenoten komt zijn tent in en zegt: ‘Youri zei altijd dat vertrekken het lot van een mens is. Dat degenen die niet vertrekken nooit een schat vinden.’

Je voelt als lezer al dat dit een vooraankondiging is dat de expeditiegenoten hem willen verlaten. Stan voelt het ook aan:

Ik adem lang in, ik laat het donker mijn longen binnenstromen en geef het dan langzaam terug aan zichzelf.

Een stukje verder staat:

Vertrekken. Alsof dat zo eenvoudig is. Ik had tegen hem, tegen Youri, kunnen zeggen dat sommige mensen vertrekken en geen schat vinden. Niet iedereen is Neil Capolungo. Niet iedereen kan succes hebben in Hollywood. Niet iedereen kan een draak ontdekken.

Waarom vertrekken we? vraag ik me af bij het lezen.

Omdat we verveeld zijn. Ons miskend voelen. Niet sleets willen worden. Bang zijn om één te worden met het meubilair. Niet één willen worden met een persoon of plek. Om het idee dat het ergens anders bevredigender is. Of wellicht een schat ligt die ons de diepgang geeft in het leven die we zo graag zoeken.

Of wellicht is het simpeler.

Omdat dit het leven is: gewoon wachten om te vertrekken.

Ja.

Je weet waar ik het over heb, toch?

Morte.

Te donker voor je?

Ach. Een leuk bandje klonk in het café waar ik om 12 uur zat, omringd door Vlamingen die al aan de rosé en het bier waren gegaan. Ik aan de koffie met mijn telefoon in de hand. Om Shazam op te starten om de band te identificeren. Maar hoorde toen twee Nederlandse dames die net kwamen zitten zeggen: ‘Hé, dit is New Order.’

Ik zei: dat vroeg ik me al af, wie dit was.

Ze zei: ontstaan uit Joy Division.

Wat ik wist. Want frontman Ian Curtis (1956–1980) vertrok als 23-jarige vrijwillig uit het leven.

Ik: Joy Division heb ik heel veel geluisterd in mijn leven.

Zij: ik niet. Dat was me te donker. New Order wel. Dat swingt veel meer.

Ik: ik ga daar juist wel goed op. Op donkere muziek.

Einde gesprek.

Wellicht is dat ook het leven.

Of je bent meer het duistere Joy Division, of je bent meer het swingende New Order.

liefs,

tomson