✖ liever boos op een ander dan teleurgesteld in mezelf
We passen onze herinneringen aan totdat ze overeenkomen met wie we denken te zijn.
Op mijn knie zit een lelijk litteken.
Ooit gevallen met mijn fiets. Op een lange weg tussen twee dorpen in. Mijn voorwiel blokkeerde en lanceerde mij de lucht in. Het asfalt ving vooral mijn rechterknie op. Een auto reed stapvoets langs me heen, maar er ging geen raam naar beneden. Daarna reed die weer door.
Thuis zei ik dat er een dikke tak tussen de spaken was gekomen. Mijn woede richtte zich op de doorrijdende automobilist.
Tja. De woede moet ergens heen.
Mijn moeder was het met mijn boosheid eens.
Het was alleen niet de waarheid.
Ik stak al rijdend mijn eigen voet tussen de spaken van mijn voorwiel.
Zoals we allemaal weleens liggend op bed of op de bank bedacht hebben om een flesje water op onze lippen te zetten om wat te drinken.
(Er moet een gebied in ons hoofd zijn waar dit soort briljante ideeën vandaan komen.)
===
Ken je die Italiaanse handelaren die overal langs de Middellandse Zeekust handelsnederzettingen hadden? Tot aan de Zwarte Zee aan toe, in het huidige Oekraïne.
De Genuezen.
Ze hielden rond 1300 erg van pronken met hun rijkdom. Ze stonden bekend om hun hooghartigheid, hun mooie vrouwen en goudkleurige mantels en noem het maar op.
Het leuke aan denken dat je beter bent dan anderen, is dat je gaat denken dat God met je is.
Sterker nog.
God moest geboren zijn in Genua. Dat vertelden ze elkaar.
En toen kwamen de Mongolen in 1345 aan in Caffa, op de Krim, en belegerden de Genuese stad.
Maar de belegering door deze heidenen stokte. Uiteraard. Want zij geloofden niet in de christelijke God.
Er ging een ziekte rond in het kamp van de Mongolen. Een voor een stierven ze met bulten op hun lijf. De misselijkmakende geur van de rottende lijken trok als een mist door de stad.
Kijk! Dit is Gods wapen. Onze gebeden zijn verhoord. God straft ze.
Maar die Mongolen waren ook niet dom. Die dachten: weet je wat? We leggen die rottende lijken op een katapult en torpederen ze zo over de muur heen de stad in.
Chemical warfare, bitch!
(Ik had een huisgenoot die graag ruften liet en als de geur mijn kant opwaaide, dit heel hard zei.)
Ook in de stad begonnen de mensen te sterven. Tot verbazing en afschuw van deze Italianen. Hoe kan God dit toestaan? Waarom zijn wij niet immuun?
De Mongolen dropen uiteindelijk flink uitgedund af. Terug naar hun eigen land. En de inwoners van Caffa moesten ook deze plek verlaten.
Overal waar ze kwamen vertelden ze hoe heidens de mongolen waren. Met hun rottende lijken. De ziekte begon overal in Europa op te duiken.
Allemaal de schuld van de kloot mongolen!
Eind slecht al slecht.
Alleen is dit verhaal niet de waarheid.
De pest kwam niet via katapulten met rottende lijken de stad in.
Het waren de ratten die via de kieren en gaten en ondergrondse stelsels de stad binnendrongen en het verspreidde. Zoals ook in de rest van Europa dit gebeurde.
In zeven jaar tijd overleed een op de drie Europeanen aan de Pest.
Waanzin.
—
Ik vind dat verzonnen verhaal over rottende lijken over de muren gooien fascinerend.
Want dat is wat we doen als tegenslag ons overkomt.
Het simpelweg accepteren dat er iets met je gebeurt wat je niet begrijpt, is onmogelijk. Helemaal als je gelooft dat je het uitverkoren volk van God bent.
We passen het verhaal aan, zodat we geloofwaardig blijven voor de ander.
Zoals ik me te veel schaamde om toe te geven dat ik mijn voet tussen mijn voorwiel had gestoken.
De tak kon ik niet de schuld geven. Dan maar de auto die me negeerde.
Wat wel waar was. Dat die me negeerde.
Maar ik dacht al opstaand, met een hoop bloed op mijn been: rijd alsjeblieft door, ik heb geen medelijden nodig.
Dus waar die woede vandaan kwam?
De onmacht. De onmacht.
===
Ken je de theorie van socioloog Charles Horton Cooley (1864–1929)?
Die zei:
‘Ik ben niet wat ik denk dat ik ben, en ik ben niet wat jij denkt dat ik ben. Ik ben wat ik denk dat jij denkt dat ik ben.’
Dat is wat we als sociale wezens zijn. We maken verhalen in ons hoofd over wat onze identiteit is en hoe we overkomen op de ander.
En we blijven dit verhaal aanpassen, zodat het klopt met onze (aangenomen) identiteit.
We kunnen ons daarin erg verharden, om geloofwaardig te blijven.
Want wie zijn we als dat allemaal wegvalt?
Geen idee.
Ik heb echt geen idee.
De moraal van dit verhaal is:
- steek geen voet in het wiel als je rijdt.
- En als je een flinke griep te pakken hebt en het soms voelt alsof je doodgaat, besef dan dat je lijk alsnog van nut kan zijn. Om over de muur te gooien naar de vijand.
Ik hoop dat je gedachten lief voor je blijven.
liefs,
tomson
Eerder gepubliceerd via de tomson darko club.