Laten we het eens over de dood hebben
De dood laat je je extreem levendig gedragen. Waardering voor het leven is wat we er zelf van maken. Al waardeer ik bij confrontatie met de dood, vooral, de dood.
Deze tekst gaat over de dood, kanker, zelfmoord en andere opbeurende thema’s. Je bent gewaarschuwd.
De dood is iets abstracts.
Tot je het lichaam van een bekende in bed of in een kist ziet liggen.
Het is niet waar dat je het leven meer waardeert als je de dood ziet.
Het is iets anders. Het is de confrontatie met de onomkeerbaarheid. De overledene leeft nog door in je hoofd. Maar hun stem, hun huid, hun loopje, hun geur. De mogelijkheid dat er een antwoord komt als je ze bericht. Dat is voorgoed voorbij.
Dat geeft je levendige gevoelens. Maar dat hoeft geen euforie te zijn. Of een besef dat je maar moet genieten, want voor je het weet is het voorbij. Nee. Tranen zijn zeer levendig. Ze zijn warm en stromen over je wangen. Het laat je neus vollopen. Dat verstompte gevoel in de buik is levendig.
De dood laat je je extreem levendig gedragen.
Waardering voor het leven is wat we er zelf van maken.
Al waardeer ik bij confrontatie met de dood, vooral, de dood.
Ik kwam een stukje tegen tijdens het herlezen van mijn favoriete boek van de Canadese Douglas Coupland (1961).
In het boek De Shampoo planeet (1992) bezoekt Tyler elke zomer het graf van Colby. Een klasgenootje dat ooit aan kanker overleed.
Het is de enige persoon die Tyler kent die gestorven is. Hij gaat daar dan op de grond liggen.
‘En dan probeer ik me voor te stellen hoe het is om dood te zijn — door niet te ademen en mijn geest uit te schakelen — niet te bestaan. Maar dat lukt nooit. Het leven wint het altijd weer.’
Om vervolgens de begraafplaats heel levendig te verlaten. Hij is benieuwd tijdens zijn eurotrip of beroemde mensen die begraven liggen in Parijs op Père-Lachaise ook ditzelfde effect op hem hebben.
Hij gaat op zoek naar het graf van Jim Morrison (1943–1971). Komt onderweg Oscar Wilde (1854–1900) tegen. En volgt dan maar een groepje toeristen, dat hem bij Jim brengt. Daar begraven mensen jointjes in de aarde. Drinken mensen bier. En zijn ze emblemen op hun rugzakken aan het naaien.
Tyler raakt in gesprek met een zekere Chyna uit Denver en vraagt aan haar waarom ze hier bij het graf is.
‘Omdat ik de dood een stuk minder eng vind als ik weet dat mijn idolen dood zijn.’
Daarna vertrekt Tyler samen met zijn nieuw gemaakte vrienden met een flesje bier in de hand richting Parijs om te feesten.
Ja.
Hij voelt zich net zo levendig als na een bezoekje aan het graf van Colby. Het meest levendig als hij kan zijn.
Euforisch, agressief, hang naar seks.
Het hele boek is doordrenkt van naïef begin-twintigeroptimisme. Zoals deze passage over de dood.
De reden dat je diepgaande gedachten kunt uitspreken met een vleugje ironie en cynisme, wil niet zeggen dat je het leven echt begrijpt.
Maar daar ben je begin twintig voor.
Met een glimlach een puinhoop maken van je leven. Want de toekomst is later. Meer dan genoeg tijd om het te herstellen en serieus te worden.
Heerlijk.
Wat deze scène goed laat zien, is dat ze het wel voelen, de dood, maar eigenlijk nog niet echt.
Voor veel jonge mensen is de dood iets onbekends. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen.
De eerste confrontatie met de dood was de boodschap dat de kanker onomkeerbaar was.
Ik zat in groep 3. M’n tante was ergens begin twintig en overleed uiteindelijk.
De tweede confrontatie was in groep 7. Een klasgenootje had het weekend bij haar vader en broer doorgebracht. Op de terugweg in de trein maakte haar broer een einde aan zijn leven in de slaapkamer. Met een broekriem.
Op de middelbare school schepte een auto op een provinciale weg een andere oud-klasgenoot van me.
De ouders van mijn oma heb ik nog lang, tot in mijn tienertijd, gekend. Tot ze van ouderdom stierven.
Daarna volgden mijn eigen opa’s en oma’s. En soms collega’s van andere afdelingen die ik een beetje kende.
Nu zit ik in een levensfase dat ouders van vrienden sterven. Soms ouderdom. Vaak ziekte. Soms onverwacht. Vaak een lange aanloop.
Ik heb mensen ontmoet die halverwege de twintig waren en nog nooit een dode hadden gezien. Ik heb twintigers ontmoet die al te veel mensen hebben verloren in hun jonge leven.
Eén ding staat vast. We krijgen allemaal een portie dood te verwerken in het leven.
Iedereen.
Maar we praten er eigenlijk niet zo vaak over. Terwijl ik er elke dag wel aan denk. Sowieso aan mijn opa’s en oma’s. Soms aan het oude klasgenootje. Of aan mensen waar ik een tijdje mee ben opgetrokken en de vraag of ze nog zouden leven.
Ik vraag regelmatig op feestjes of iemand begraven of gecremeerd wil worden. Als iemand begint te proesten of deze vraag veroordeelt omdat die te duister is, zijn ze niet mijn type mens.
Degene die een vlammend betoog houdt over wat voor type graf die wil, absoluut wel.
Ik wil graag een grafsteen boven me met de tekst: stop met gelukkig worden, wees melancholisch.
Zodat ik over 100 jaar nog steeds mensen een beetje melancholisch kan prikkelen.
Al heb ik niet de illusie dat de grafrechten zolang worden doorbetaald door de nabestaanden van de nabestaanden. Op een gegeven moment stopt iemand daar mee.
Als de grafrechten aflopen en niet worden verlengd, wordt je graf uiteindelijk geruimd. Met dat wat er nog van je over is.
Zo’n lelijk woord, ruimen.
Het klinkt heel ambtelijk. Heel afvalbranche-achtig.
Wat onze ongemakkelijkheid met de dood alleen maar meer bevestigt.
Ik hielp een paar weken geleden bij een verhuizing. Ik kwam de trap af met een kartonnen tas.
Ze zei: ‘Je hebt nu Ria in je hand.’
De overleden moeder.
‘Oké,’ was het enige wat ik uit kon brengen en ik keek in de tas op zoek naar een urn. Maar het was gewoon een paarse doos.
Hoe vaak heb jij eigenlijk met een tas met een urn rondgelopen?
Toch vreemd.
Aan de ene kant niet. We zijn ook maar gewoon tijdelijk een zak vlees. Aan de andere kant heel vreemd.
Omdat in ieder van ons een heel universum schuilgaat.
Aan herinneringen, voorkeuren, angsten en karaktertrekken en kennis en ambitie.
Mijn leven is niet te vergelijken met dat van jou.
We zijn een uniek universum.
Ook een kenmerk van levendigheid.
Onze levendige ziel. Wat nooit in as zal veranderen.
Wat een melancholisch besef.
liefs,
tomson🪐