Ik werd wakker door een penetrante schijtlucht. Een lucht die me liet kokhalzen. Een geur die niet te lang mocht aanhouden. Het erge was, ik kon niet opmaken of dit uit mijn lichaam kwam of dat de geur hoorde bij degene die naast me lag.

Hoewel ik na een paar minuten niets meer rook, bleef het door mijn hoofd spoken.

Je hebt te veel bier gedronken, je hebt te veel sigaretten opgerookt, je hebt te veel geleefd. Je lichaam is aan het afsterven. Dat is wat je ruikt. Karma heeft een naam en het heet schijtlucht.

Was ik het echt zelf?

Ik rook aan mijn oksels: opgedroogd zweet dat opnieuw vochtig was geworden en daarna weer was opgedroogd. Smerig. Maar niet super smerig.

Mijn buik maakte gorgelende geluiden. Als ik mijn hand erop legde, voelde ik het borrelen.

Deze schijtlucht kwam van mij.

Gatverdamme.

GATVERDAMME.

Wat een horror dit. Ik walgde van mezelf. Ik walgde van deze kamer. Ik walgde van alles.

De dingen om me heen begonnen vies en smerig aan te voelen.

Het dekbed was vettig. Het nachtkastje naast me te stoffig. De geur in deze kamer te muf.

Ik begon te bidden, met de ogen dicht, in mijn hoofd.

‘Buik. Houd op. Alsjeblieft. Sla me eens een keer over. Laten we doen alsof ik geen bier heb gedronken.’

Ik wist hoe dit ging eindigen. Binnen nu en twee uur zat ik op de wc, de hele pot onder te sproeien met iets wat niet thuishoorde op deze aardbodem.

Bier en ik waren al een tijdje geen vrienden meer. Als ik er één nam, moesten er minstens acht volgen. Mijn lichaam kon het gist en de alcohol niet meer verwerken. Het was er klaar mee. Geen idee wanneer deze love affair over was gegaan in een haatrelatie. Het moest ergens vorig jaar zijn gebeurd.

Mijn katers werden heftiger. Ik had meer tijd nodig om te herstellen. Geen pijnstiller hielp meer. De enige remedie was tijd laten verdwijnen door zoveel mogelijk te slapen.

Ik werd ouder. Godverdomme wat werd ik oud.

Wat nou als het niet pas over twee uur gebeurde, maar over een half uur? In dít huis?

Ik moest weg hier. Meteen.

Dit ging niet hier gebeuren. De wc-pot werd namelijk met acht huisgenoten gedeeld.

Acht huisgenoten! Bestond er geen wet voor dat dit niet mocht? Een misdaad tegen de mensheid. Dat was het.

De kans was groot dat als ik erop zat, minstens drie mensen langskwamen en aan de deurklink gingen trekken en duwen omdat ze ook moesten.

Nog erger: mijn stank zou onder de deurpost doorgaan En zich als een mistige sfeer door het hele huis verspreiden. Het liet mensen dingen zeggen als ‘sjezus’ en ‘gatverdamme’ en ‘wat ruik ik nou toch’.

Dan zou het moment komen dat ik de wc uit ging en iedereen zou weten dat ik de dader was. Guilty, your honor.

Maar dit was nog niet eens het ergste. Dit zou ik allemaal wel overleven. We waren tenslotte allemaal mensen. Ja toch?

Het punt was de wc zelf.

Het hok - want dat was het - was een één bij één meter gebeuren. Daar hadden ze een pot ingezet en dat was het.

Praktisch gezien moest ik mijn benen in de lucht doen om mijn anus te kunnen spreiden. De wc was gemaakt voor kabouters.

Niet voor mijn lichaam.

Ik moest echt naar huis.

Ik keek opzij en zag haar rug. Naakt.

Ik had dit lang geleden afgezworen.

Niet met eenzame meisjes meegaan als je de volgende ochtend niet haalt. Deze kwaliteitscheck gaf echt een impuls aan mijn seksleven en had mijn SOA’s drastisch verminderd.

Ik was er bijna trots op.

Wilde ik deze clean sheet reeks nou verbreken? Door nu weg te gaan voor ze haar ogen opende?

Ik ging ‘m verbreken.

Ik ging hier niet schijten.

Ik had beter niet zoveel kunnen drinken.

Als. Als. Als. Als. Als.

Ik wist wat ze bij het wakker worden ging denken: het was dus toch zo’n jongen.

Ja, helaas schat.

Ik had niet eens haar 06 en had ook geen zin om haar wakker te maken en ‘blijf maar lekker liggen schat’ te zeggen.

Ik moest nog minstens 20 minuten fietsen voor ik thuis was.

Ik voelde me zo ellendig. Ze zou het me vast vergeven als ik haar ooit nog eens een keer ergens tegenkwam…

Ik stapte uit bed en deed niet eens mijn best om echt mijn geluid te dempen. Het knopje was om. Ik ging hier weg. Ik had niets te verbergen.

Dan had ze maar een mening over me.

Bovendien lag ze in coma. Naakt. Met haar rug naar me toe. Ze tikte sneller biertjes weg dan ik en dat vond ik afgelopen nacht verdomd aantrekkelijk.

Zou ze mijn naam eigenlijk nog wel weten?

Hm.

Vast wel.

Iedereen wist mijn naam.

Charlie.



Dit zijn twee boeken die ik heb geschreven:


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Charlie
📖 Ik heb een boek geschreven: > Vrouwen die Charlie haten
📗 Ik heb enkele blogs gebundeld in een boek: > Digital love
📜 Bezoek m'n store met posters en boeken
📞 Laten we appen (en ontvang een appje bij het volgende verhaaltje) >
🌌1 november 2018 verschijnt na 2,5 jaar schrijven mijn nieuwe boek Ze volgt me niet terug. Meer weten? Laat je e-mailadres achter en ontvang wekelijks exclusieve updates over het boek.
📷 Foto via @iamwinter


Volg me via 📞WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'feest is AAN' met je voornaam naar mij
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je niks.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.