Soms had ik het vermoeden dat het systeem waar we mee werkten humor had. Sadistische humor. Vandaag had het besloten om er mee te stoppen. Niemand wist waarom. Het haalde geen data op, het kon geen data wegschrijven. Gewoon. Omdat het kon.

Nu zaten meer dan honderd man op een bureaustoel, met de handen vastgebonden aan onze rug. Figuurlijk gezien dan. We konden werkelijk waar niets doen. Om de tien minuten stuurde de coördinator een e-mail met een update met minstens acht spelfouten waarin de boodschap hetzelfde was: WE GAAN TEN ONDER.

Het eerste uur was het wel grappig, niets doen. Mijn privémail bijwerken, vier nieuwswebsites afgaan, wat oude kennissen een appje sturen.

Maar toen kwam het tweede uur: ik wist niet meer wat ik moest doen.

Gelukkig was de hitte de afgelopen dagen weggeregend buiten. Het was weer aangenaam in dit kleine kantoortje.

Larissa had haar blote voeten op het bureau geparkeerd en vijlde haar nagels terwijl ze tegelijkertijd op haar mobiel zat.

We hadden al meer dan een uur niets tegen elkaar gezegd.

Ik besloot me maar op Marktplaats te begeven. Op zoek naar bijzondere boeken die ik wellicht voor een prikkie kon kopen en voor een fortuin kon verkopen.

Tegelijkertijd ergerde ik me aan Larissa die geen enkele keer van haar mobiel weg kon kijken. Daarna begon ik me te ergeren aan dat ik mij hieraan ergerde. Ik was geen haar beter. Ik zat maar te staren naar een computerscherm.

Ik kon mezelf voor een half uur beheersen om er niets van te zeggen. Uiteindelijk moest het er toch uit.

‘Vind je het niet raar om de hele dag 'online' te zijn behalve als je slaapt?’, vroeg ik.

‘Vind jij het niet raar om de hele dag wakker te zijn terwijl je eigenlijk al dood bent van binnen?’, zei Larissa toen terug.

Die opmerking negeerde ik maar.

‘Ik heb het idee dat je zoveel van de wereld mist als je alleen maar op je telefoon zit’, zei ik.

‘Wat zou ik moeten missen dan?’

‘Leven? Je gedachtes?’

‘Geloof me Peter. Je wil niet leven met mijn gedachtes. Echt niet.’

‘Wat. Zijn het er zoveel?’

‘Het houdt niet op. Ik kan ze niet uitzetten. Chaos. Altijd. Overal.’

‘Denk je niet dat het door je telefoon komt? Te veel prikkels? Al die bliepjes en meldingen en rode bolletjes met getallen erin? Ik heb eens gelezen dat ons brein niet gemaakt is voor zoveel stress. Je zou minder op je telefoon moeten zitten.’

‘Waarom boeit jou dat wat ik met mijn tijd doe? Serieus? Ik bedoel dit niet aanvallend of iets. Maar waarom boeit het je?’

‘Je bent de enige persoon in deze ruimte om wie ik me zorgen om kan maken, denk ik?’

Ze keek me onderzoekend aan. ‘Dat is wel lief. Dat is echt lief. Meen je dat?’ Ze maakte een hartje met haar twee handen.

‘Ja.’

‘Nou. Pech voor jou! Kanker lekker op. Je bent niet mijn pa en zeker niet mijn vriendje. Dus sorry Peter. Geef gewoon niet om me. Dat is het beste voor iedereen.’

‘Want?’

Ik keek haar aan. Ze keek me met diep gefronste wenkbrauwen terug. Ze was niet zichzelf vandaag. Al sinds ze vanochtend heel stilletjes met een kartonnen Starbucksbeker binnen kwam.

‘Waarom gebruik je het woord kanker eigenlijk?’, vroeg ik toen.

‘Ga je me ook daar een preek over geven? Sorry. Oké? Sorry. Soms flapt het eruit. Omdat het zo lekker klinkt. Maar ik weet dat het woord pijn kan doen bij mensen. Nu tevreden?’

‘Tevreden.’

‘Ik ben gewoon vandaag niet zo goed in aardig zijn. Voordat je teleurgesteld raakt in me en gaat praten met anderen over me. Dan weet je dat’, zei ze. ‘Het is niet mijn dag. Ik ben ongesteld. Snap je?’

‘Waarom denk je dat ik ga praten met anderen over je? Praten mensen veel achter je rug om dan? Vroeger?’

‘Het gaat mijn hele leven al zo’, zei ze. ‘Mensen willen iets van me of iets met me. Adviezen geven, verhalen vertellen, bevestigd worden. Ik ben niet op aarde gezet om anderen een goed gevoel te geven. Serieus niet. Dus gaan ze achter mijn rug om over me roddelen. En het boeit me niets dat ze dat doen. Echt niet. Als jij over me wil praten met iemand anders, doe het. Het boeit me gewoon niet. Mijn leven. Mijn tijd. Mijn telefoon. Mijn prikkels. Mijn stress.’

Ik. Ik. Ik. Ze was zo op zichzelf gericht, besefte ik opeens.

‘Je bent de "I" in iPhone’, zei ik.

‘Ik denk het’, zuchtte ze. Ze legde haar telefoon weg en bekeek haar nagels nog eens kritisch. Toen zei ze: ‘Dat grapje heb je vaker gemaakt hè? De "I" van iPhone?’

‘Wat als ik ja zeg?’

‘Echt Peet. Echt. Wat een vent ben je ook.’ Paar minuten later. ‘Vind je het vervelend als ik met je praat en op mijn telefoon zit?’

‘Niet per se.’

‘Mijn vader wel. Hij kan zich daar heel druk om maken.’

‘Oké. Laat ik eerlijk zijn. Ik vind het ook irritant.’

‘Als je zo graag mijn aandacht wil, moet je beter je best doen Peter.’

Ze zuchtte hard.

Ze was echt niet zichzelf.

‘Ik wil niet je aandacht’, zei ik.

‘Ga je hard to get spelen?’

‘Ik ben getrouwd.’

Ik liet mijn trouwring zien.

‘Ja. En je zoent met de vrouw van de directeur. Bewaar die grote praatjes maar voor bij de mannen op zondagmiddag’, zei ze.

‘Zondagmiddag?’

‘Zo’n gast vind ik jou wel. Met je matties voetbal kijken, bier drinken, barbecue aansteken. Echt zo’n zondagmiddagman. Met allemaal andere mannen met bierbuikjes en kale hoofden en twee dagen baarden’, zei ze met een belerende toon.

‘Jij altijd met je oordeel’, zei ik. ‘Wat weet je nou over mijn leven? Ik lees liever een boek.’

‘Jezus Peet!’ Ze sloeg met haar twee handen op het bureau. ‘Je doet ook nooit je best om niet-saai over te komen hè?’

‘Wat?’, zei ik geërgerd.

Ik was moe om continu een verbale discussie aan te gaan met Larissa. Het werd tijd dat dit computersysteem het weer ging doen.

‘Ga je me nog vertellen ook dat je van die ingewikkelde boeken leest?’, vroeg ze toen.

‘De Russische literatuur ja. Tolstoj. Dostojevski. Gontsjarov. Niets mis mee hoor.’

‘Wel’, zei ze. Ik antwoordde niet meer.

Ik drukte mijn pc-scherm uit. Ik kon geen internet meer zien. Ik rolde met mijn stoel naar Larissa toe. Volgens mij speelde er meer dan haar ongesteldheid.

‘Hoe gaat het met je Tinder-date?’, vroeg ik.

‘Wat weet jij over mijn Tinder-date?’

‘Die gast met dat petje toch? Met de The Doors-quote?’

‘Peet! Je onthoudt gewoon details uit mijn leven. Dat is echt lief. En bijzonder! Het gaat goed! Nou ja. We hebben een keer wat gedronken. Eerst stelde hij voor om naar de bioscoop te gaan. Ik dacht even: dit kan de beste grap ooit zijn of hij meent het echt. Maar het was een grap en daar was ik op de een of andere manier zo opgelucht over. Echt zo opgelucht. Humor is belangrijk, vind je niet Peet? Hm?’

‘En toen?’

‘Zijn lievelingsfilm is The Avengers. Dat valt me echt tegen. Weet je, ik ben best wel een geek als het op films aan komt. Maar met die MCU heb ik gewoon niets mee. Ik ben altijd een Gotham-chick geweest. En ze stellen me echt op de proef hè? Ik doe zo mijn best om van hun films te houden. Ik probeer ze toch echt elke keer te verdedigen. Zelfs de zin ‘Martha!’. Net toen ik dacht dat ik DC kwijt was kwam WW uit. Oh man. Zo zitten genieten. Zoveel power. Zoveel feminisme. Het was heerlijk.’

‘WW?’

‘Wonder woman? Wat is de laatste film dat jij hebt gezien? Twelve angry man?’

‘Ik weet niet. Een film op Netflix? Kan dat?’

‘Kan dat? Dat kan zeker. Maar welke?’

‘Band of brothers of zo?’

‘Dat is van HBO. En bovendien een serie.’

‘Ik lees liever’, zei ik vervolgens.

‘Je moet me advies geven’, zei ze. ‘Ik heb een dilemma. Ik kom elke keer in de stad de knapste gast van mijn vorige opleiding tegen die ik niet heb afgemaakt. Een meter 90. Een borstkas om mijn hoofd op te leggen. Van die grote handen en van die zelfverzekerde ogen. Hij appte me van de week om wat te gaan doen, wink, wink. Maar ik heb deze week ook een date met die gast met dat petje. En hij is echt aardig weet je. Hij geeft me oprechte aandacht. We hebben echt een klik. Wat nu te doen? Voor die knapperd gaan of voor het petje?’

Een klop op de deur. We keken allebei tegelijk naar de deur. Joey kwam binnen gestapt. ‘Het systeem is up and running. Het MT heeft besloten een uur langer door te gaan vandaag om de achterstand in te halen.’

‘Een uur?’ Vroeg Larissa.

‘Het MT?’, herhaalde ik.

Joey zei niets, haalde zijn schouders op en vertrok weer.

‘Oké’, zei ik. ‘We praten andere keer verder. We hebben werk te doen.’

‘Maar wat vind je? Moet ik mijn crush kapot neuken of voor de ware liefde gaan?’

‘Wat is de haast?’

‘Ik heb geen haast.’

‘De pretty boy kan nog wel een weekje wachten hoor.’

‘Ik ga echt niet een uurtje overwerken hoor’, zei ze toen.

‘Waarom niet?’

‘Daarom niet. Morgen weer een nieuwe dag.’

‘Doe gewoon niet zo moeilijk.’

‘Sir, yes sir.’


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Millennia
📖 Mijn nieuwste boek is op 1 november 2018 uitgekomen:  > Ze volgt me niet terug
📗 Ik heb een boek over Charlie geschreven: > Vrouwen die Charlie haten
📜 Bezoek m'n store met posters en boeken en stickers
📷 Foto van @Rebekahdepretis


Volg me via 📞WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'confetti AAN' met je voornaam naar mij of klik op deze link
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je geen appjes.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.