We zaten beiden op de bank van Floor, met de deken hoog opgetrokken.

We waren drie shotjes vodka verder.

Ik voelde me duizelig van de drank.

We hadden al vijf minuten niets tegen elkaar gezegd.

Floor was niet echt een feestbeest.

Ik was niet echt een feestbeest bij haar.

Hoeveel shotjes moest zij nog nemen om euforisch te worden?

‘Wat heb jij eigenlijk vanavond gedaan?’, vroeg ik.

‘Wat dingen opgeschreven in dit Moleskine boekje.’

‘Wat voor dingen.’

‘Je wilt het niet weten schat.’

‘Je wel. Wat. Ik wil het lezen.’

‘Ik meen het Juul. Je wilt het niet lezen.’

‘Waarom niet.’

‘Omdat je het niet zou begrijpen.’

‘Wat. Duistere gedachtes?’

‘Meer dan dat. Laten we gewoon leuke huisgenoten zijn, zonder mijn zware poëzie in een Moleskine boekje.’

‘Voel je je oké?’, vroeg ik.

‘Beetje dronken aan het worden geloof ik’, zei Floor.

‘Behalve dat. Voel je je oké?’

‘Ik luister al drie dagen onafgebroken Radiohead. Alle albums. Op repeat.’

‘Is dat leuke muziek?’

‘Leuke muziek?’ Floor keek me voor het eerst deze avond echt aan. Ze barstte in lachen uit. Zo’n dronkenmanslach.

Ik voelde me hier niet serieus genomen.

Zij lachte echt naar. Als een heks.

‘Het is zware muziek. Het versterkt m’n gevoel’, zei ze na een lange stilte.

‘Waarom luister je het dan? Of wil je zo voelen?’

‘Het is andersom. De muziek die ik luister geeft vaak aan hoe ik me voel. Als ik happy ben, is het heavy metal en rock. Als ik geil ben, R&B en The Weeknd. Als ik me moet concentreren Bach en Mozart. Als ik me fucking somber voel, London Grammar en Radiohead.’

‘Ik ken het niet. Is dit wat ik nu hoor Radiohead?’

Ik had nu pas in de gaten dat er muziek op de achtergrond draaide.

‘Geen idee wat het is. Spotify zet uit zichzelf nummers voor me op. Ik denk dat er een tijd komt waar ik niet eens meer ontbijt hoef te maken. Dan heeft Amazon op basis van mijn verleden een gerecht in elkaar geflanst en schuift het zo naar binnen mijn mond in.’

‘Wat een horror’, zei ik.

‘Vooruitgang is verschrikkelijk. Het is zo verschrikkelijk’, zei Floor met een sombere stem.

‘Weet je zeker dat het oké gaat met je?’

‘Ik wil dood.’

Ik lachte. Dat klonk echt zo grappig. Floor lachte niet mee.

‘Want’, zei ik.

‘Omdat ik niemand meer tot last wil zijn met mezelf. Ik voel me een predikant van een verhaal dat niemand wil horen. Omdat iedereen doet waar ze goed in zijn: leven. Iets waarvan ik niet weet hoe dat moet. Voel me te onzeker om jongens mee naar huis te nemen. Voel me te saai om feestjes te organiseren. Heb te weinig geld om naar Ibiza te vliegen. Ben te huiselijk om door Azië te reizen.’

‘Je bent leuk. Je bent grappig. Je bent gezellig. Dit allemaal niet zeggen. Je bent echt leuk’, zei ik en ik het meende het niet en dat wist Floor ook wel want ze reageerde niet.

Ik schonk onze borrelglazen vol.

We proostten. Toen sloegen we ze beiden achterover.

‘Mijn therapeut moest om me huilen vandaag’, zei Floor.

‘Waarom.’

‘Zij zuchtte dat ze niet wist wat ze nou met me aan moest omdat ik zo weinig deelde en zo weinig leek te voelen.’

‘En toen.’

‘Toen zei ik dat ik haar niet tot last wilde zijn. Omdat ik het niet waard ben om geholpen te worden. Ik weet niet – mensen die wel iets willen bereiken in het leven en daar depressief van willen worden – die moet zij helpen. Ik wil niks gewoon. Echt niks. Toen vroeg ze waarom ik dan niks wilde. En toen zei ik: Omdat we allemaal dood gaan. En toen zei zij: Maar dat is toch juist een legitimiteit om te leven. Toen zei ik: Jij gaat ook dood. En toen zei ze: Dus? Toen zei ik: Dus laat je me uiteindelijk net zo hard vallen als iedereen om me heen. Toen moest ze huilen.’

‘En toen.’

‘Toen voelde ik niks. Alhoewel. Ik voelde wel iets. Ze is mooi. Mooi als ze huilt. Pure emotie of zoiets. Geen masker meer op. Haar tranen waren heel mooi.’

Ik voelde me nog duizeliger worden. Ik hoorde dit verhaal aan en tegelijkertijd ook niet. Het klonk zo zwaar. Dit klonk niet echt. Ik was echt dronken.

‘Heftig dit. Waarom. Waarom wil je niks worden dan’, zei ik nog.

‘Omdat ik van binnen al weet dat ik dood ben. Ons lot staat vast. Mijn lot staat vast.’

‘Je bent een predikant zei je. Je haalt energie uit vertellen dat we dood gaan. Dat is toch iets om voor te leven?’

Ik was dit gesprek op de automatische piloot aan het voeren. Mijn bewustzijn had geen grip meer op mijn woorden.

‘Maar ik ben het verhaal!’ Floor sloeg de dekens van haar af, stond op en gebaarde wild. Ze ging tegenover me staan. Een felle blik in haar ogen. ‘Ik predik niet het verhaal. Ik ben het verhaal! Ik ben het levende bewijs dat we allemaal al eigenlijk dood zijn.’

‘Ik volg je niet’, zei ik. Ik volgde mezelf niet meer.

‘Dat weet ik. Niemand volgt me. Zelfs mijn therapeut niet.’

‘Wil je echt dood?’

‘Ben ik al.’

‘Ga je zelfmoord plegen?’

‘Nee. Durf ik niet.’

‘Misschien moet je dat gewoon doen’, zei ik met een dubbele tong.

‘Waarom?’

‘Dan ben je ons niet meer tot last’, zei ik en meende het ook. Voor enkele seconden dan. Daarna kwam de reden. Het was mijn dronken eerlijke ziel die sprak.

‘Ja. Inderdaad. Ik ga gewoon lekker een mes in mijn hart steken’, zei ze.

‘Doe maar. Kom ik lekker op je begrafenis en ga ik naar de tijd kijken wanneer het is een keer over is.’

Ik begon te lachen. Zo hard te lachen. Dit was absurd. Ik was zo dronken. Floor liep zo vaag te lullen over dood en zelfmoord en huilen.

‘Ik ga mensen niet tot last zijn met een begrafenis’, zei Floor serieus. Ze liep naar haar telefoon die met een kabel verbonden was aan een kleine speaker. ‘Ik stort me ergens in Frankrijk van een klif af en niemand die me vindt. De zee zal mij opnemen.’

‘Wel romantisch’, zei ik.

‘Waarom lach je nou?’, vroeg Floor.

‘Vodka.’

‘Vodka’, glimlachte Floor. ‘Vodka.’

‘Sorry hoor Floor. We zijn dronken. Ik weet niet wat ik allemaal zeg.’

‘Ik zei toch dat je het niet zou begrijpen? Niemand begrijpt mijn gedachtes.’

‘Niet zelfmoord plegen, oké?’

‘Waarom niet.’

‘Floor’, zei ik.

‘Ja.’

‘Niet dood gaan.’

‘Nee.’ Ze kwam naast me zitten. Ik gaf haar een knuffel en ze knuffelde me terug. Zo stevig dat ik nauwelijks lucht kreeg.

Dit was wat ze nodig had. Een knuffel. Ik moest haar meer knuffels geven. Daar ging niemand dood aan.

‘Juul’, zei ze.

‘Ja.’

‘Dankje.’

‘Vodka?’


Dit zijn twee boeken die ik heb geschreven:


7️⃣ Je leest een verhaal uit de reeks Zeven
📖 Ik heb een boek geschreven: > Vrouwen die Charlie haten
📗 Ik heb enkele blogs gebundeld in een boek: > Digital love
📜 Bezoek m'n store met posters en boeken
📞 Laten we appen (en ontvang een appje bij het volgende verhaaltje) >
📷 Foto via @theogosselin


Like me op Facebook
Achtervolg me op Instagram