Jodie keek me niet eens aan toen ze me ophaalde bij de receptie en me een slap handje gaf.

Strak in een mantelpakje liep ze voor me uit.

We moesten minstens vijf minuten wachten tot de lift kwam.

Zij staarde naar haar telefoon.

De lift kwam aan. We stapten als enigen in.

Mijn handen trilden licht, dus ik hield ze dicht tegen mijn lichaam aan. Ik voelde me vies, bezwaard en ik moest mezelf dwingen om niet in huilen uit te barsten.

Jodie drukte op de zevende verdieping.

Ergens halverwege zei ze: ‘Je ruikt naar seks’.

Ik wist niet wat ik moest zeggen, dus zweeg ik maar.

‘Je had beter thuis kunnen blijven ‘, zei ze toen. ‘Nu verspil je alleen maar onze tijd.’

‘Ik...,’ stamelde ik.

‘Het is dat Christopher een hoge pet van je opheeft.’

‘Ik...’

‘Zeg maar even niets Juul. Je moet een verdomd goed verhaal hebben om mij te overtuigen vandaag.’

De lift deuren gingen open.

Ik voelde me weer zo’n sul. Zij liet me een sul voelen.

Een niemand.

Zoals Yort me liet voelen.

Of Naomi. Soms.

Jackie ook weleens.

Jodie stapte uit en wapperde met haar arm langs de opening van de lift om de deuren open te houden.

‘Kom je mee of wat?’

Ik was geen woordtovenaar. Verbaal delfde ik altijd het onderspit.

Ik kon nooit van iemand een discussie winnen. Ook al had ik gelijk.

Als ik zweeg zagen ze me als een aansteller.

Dan kwam ik zwak over.

Want zo waren mensen.

Gelijk krijgen was blijkbaar fijner dan gelijk hebben.

Begrepen worden was beter dan proberen een ander begrijpen.

O wee als ik slechter, stommer of dommer overkwam. Dan wreven mensen het me in mijn neus. Dan voelden ze zich beter dan mij.

Mensen ontkenden hun eigen emotie. Kwetsbaarheid mocht niet bestaan. Niemand deed moeite om dingen van een andere kant te bekijken. Ik wilde me nooit meer voelen als iemand die minder was dan een ander.

Jodie bleef me koud en ongeduldig aankijken.

Wat deed ik hier. Ik wilde hier niet zijn. Niet bij deze mensen. Wat was het ergste wat me kon gebeuren als ik nu naar huis ging? Ik was alleen niet zo goed in confrontaties. Dan liep ik rood aan en kwam ik niet uit mijn woorden of zei ik juist dingen die ik niet meende.

‘Kom nou Juliette. Je bent niet de snelste hè?’

Ik moest weg hier.

Meteen.

Hier was maar een antwoord op. Het kwam van diep vanbinnen. Ik was bijna vergeten dat ik het in me had.

Dus ik gilde.

Heel hard.

Heel hoog.

Zoals ik vroeger ook deed als mijn moeder me niet wilde begrijpen, toen ik vier of vijf jaar was.

Ik gilde zo hard dat ik wist dat ze over twee dagen nog een piep in haar oor voelde.

Ik sloot mijn ogen. Zodat ik haar reactie in haar gezicht niet werd opgeslagen als herinnering. Zodat het niet onverwacht ooit als een demon kwam opzetten in mijn hoofd.

Ik bleef gillen tot ik de liftdeuren hoorde sluiten. Ik opende mijn ogen. Ik was weer alleen. De ventilator van de lift bromde hard.

Ik drukte op B.

De lift kwam in beweging met een piep. De rit naar beneden leek een eeuwigheid te duren en dat was fijn.

Ik voelde me anders dan paar minuten geleden.

Minder katerig.

Minder alleen.

Minder onzeker.

Ik voelde me vrouwelijker.

Hoe gek dat ook klonk.

Ik voelde me meer Juul.

Toen kwamen de tranen. Heel veel. Ze hielden niet op met stromen toen de liftdeuren openden op de begaande grond.

Ik liep snel, starend naar de grond langs de receptie zonder naar de receptioniste te kijken.

Dit was niet mijn plek.

Ik hoorde hier niet te zijn.

Ik liep het gebouw uit en bleef lopen. Langs minstens vier bushaltes richting de stad.

Uitgeput liep ik een parkje in.

Mijn telefoon ging over.

Christopher?

Jackie?

Een geheim nummer.

‘Ja’, zei ik.

‘Hé’, zei Cees. ‘Ik heb het Naomi verteld. Dus dan weet je dat.’

‘Oké.’

Het was maar beter ook dat Naomi het wist. Ze zou wel bijdraaien, na mij weken te negeren.

Als ze niet bijdraaide, dan was dat ook duidelijk.

‘Ik vond het fijn gisteravond en vanochtend’, zei Cees.

Dat had hij niet moeten zeggen. Nu begon ik gevoelens voor hem te krijgen. Ik wilde zo graag mijn hoofd op iemands schouder leggen.

‘Ik ook’, loog ik.

Mijn telefoon trilde tegen mijn oor aan. Een appje van Jackie.

Jackie: WTF.

‘Hoe ging je sollicitatiegesprek?’, vroeg Cees.

‘Ik heb nee gezegd.’

‘You go girl’, zei Cees.

Cees z'n schouder.

‘Wat ben je nu aan het doen?’, vroeg ik.

‘Niets?’

‘Kan ik zo langs komen?’


Dit zijn twee boeken die ik heb geschreven:


7️⃣ Je leest een verhaal uit de reeks Zeven
📷 Foto via @guillaumegbrt


Volg me via 📞WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'feest is AAN' met je voornaam naar mij
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je niks.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.