Vervolg van 1.7 Thuis. Dit moet de plek zijn

Een te dikke man in een te klein roze overhemd begroette me met een zachte hand in de hal van het kantoorgebouw. ‘Jij moet Charlie zijn. Ik herken je van de foto op je cv. Leuk je te ontmoeten.’

‘Hoi. Jij bent Frits?’

‘Niet van de spits. Gehehe. Ik heb hier een tijdelijke toegangspas voor je. We halen straks je echte op.’

Tien minuten later zaten we in een klein vergaderhokje zonder ramen. Hij met een beker thee. Ik met zwarte koffie, extra sterk.

Zijn buik was te rond. Ik kon er niet naar kijken. Ik zag bijna hoe zijn vaten dicht aan het slibben waren.

‘Sorry dat ik niet bij het sollicitatiegesprek kon zijn. Ik had een vrij onverwachte ingelaste vakantie. De werkdruk steeg even naar mijn hoofd. Van John moest ik er echt even uit. Ja ik gun mezelf zo weinig rust hè. Ik sta altijd paraat voor dit bedrijf. Ik werk keihard. En hij ziet dat. Fijne manager hoor. Je gaat hem ook nog ontmoeten.’

‘Ik heb hem al ontmoet. Hij zat bij het gesprek.’

‘Echt? Dus. Ik was graag bij je sollicitatiegesprek geweest, aangezien wij intensief met elkaar gaan samenwerken. Maar goed. Arnold en John zaten er dus bij. Zo. Hier zijn we dan. Hoe gaat het met je?’

‘Prima’, zei ik en ik kon een hoestbui niet onderdrukken. ‘Oh sorry hoor. Ik heb op de tocht gestaan afgelopen weekend. Geen jas en zo. Lang verhaal.’  

‘Oké oké’, zei Frits. Hij kon voor geen moment zijn handen stilhouden en keek langs me heen als hij praatte. Hij had een mascara-korrel in zijn wimper zitten.

‘Nou Charlie. Dit is nou wat ze noemen, een flexkantoor. Wat ook als praathok kan fungeren. Waar je net was, was de kantoortuin. Daar vragen over?’

‘En hier tegenover is het kantoor van Arnold toch?’

‘Ja.’

‘Gaan we hem straks nog zien?’

‘Uitgesloten. Ik leg je straks wel uit waarom.’

‘Oké. Ik wil hem graag bedanken voor deze kans. Ik had het niet verwacht.’

‘Nee. Dat gaat niet gebeuren.’

‘Ow. Oké.’

‘Prima. Waar was ik gebleven? Oh ja. Het is vaak lastig uit te leggen aan een buitenstaander wat wij doen op de afdeling Reputatie en Onderzoek. Het is mijzelf ook niet geheel duidelijk of wij iets toevoegen aan dit bedrijf. Oh, wat erg dat ik dit zeg eigenlijk. Nou ja weet je Charlie. We zijn geen onderdeel van een productieproces. Dus als je onze afdeling weg zou snijden zou niemand het merken. Tot het schip op de bodem ligt en iemand zich afvraagt: Hé, hadden we daar die ene afdeling niet voor om ons hiervoor te behoeden?’

‘Oké’, zei ik. ‘Moet ik dit onthouden? Word ik overhoord?’

‘Oh nee hoor. Wees maar niet bang.’

‘Nee. Oké. Ik dacht, ik vraag het toch even.’

‘Zoals je weet ben ik verantwoordelijk voor klantonderzoek. Er staat daarom ook ‘adviseur’ in mijn titel. Dat betekent dat ik één derde van mijn tijd kwijt ben met vergaderen. Daarnaast ben ik druk met mijn mail beantwoorden en moet ik ook nog adviesnotities en rapporten schrijven. Ik kom dus eigenlijk niet toe aan de klantrapportages. Na drie jaar zeuren hebben we eindelijk 1FTE vrij kunnen maken voor jou. Charlie. In ieder geval voor de komende zes maanden. Op onze site, aan de telefoon, per e-mail en onze social kanalen vragen we elke dag, twentyfourseven de mening van onze klant. Jij gaat die rapporten draaien, doet er een analyse op en zorgt dat die rapportages bij de verantwoordelijke managers komen. Het is gewoon klik werk. Jij bent een millennial. Dat je moet je wel lukken toch? Ik ben opgegroeid in een tijd dat we nog gewoon buiten speelden. Ik en computers? Uh uh. Geen goede combinatie. Sorry dat ik het zeg hoor, maar die dingen lopen altijd vast bij mij.’

‘Bij mij ook’, zei ik. ‘Dat heet Windows.’

‘Oké. Onze afdeling wordt geleid door Arnold en daaronder staat John. We praten alleen met John. Arnold houdt zich met veel belangrijkere dingen bezig dan ons takenpakketje. Verder vragen?’

‘Zie ik Arnold zo nog?’

‘Kijk. Ik weet dat je in de zeros bent opgegroeid maar hier hebben we een hiërarchie. Dat betekent dat je alles aan mij rapporteert en communiceert. Niets aan John. Laat staan Arnold. Als hij je wat vraagt of mailt, mail je mij het antwoord of zet mij minstens in de CC. Altijd. Ik ben verantwoordelijk voor je. Je rapporteert alles aan mij. Niks aan John. Je praat nooit met Arnold. Verder nog vragen?’

‘Wanneer krijgen we het salaris uitbetaald eigenlijk?’

‘Meen je dat?’

‘Ik vraag het gewoon.’

‘Ik heb geen idee Charlie. Het boeit me ook niet zo. Als onze relatie zo begint, gaan het een lange zes maanden worden. Dat kan ik je wel vertellen.’

‘Sorry, wacht even’, zei ik en ik begon weer uitgebreid te hoesten. En ik bleef hoesten. Tot braken aan toe. Daarna zei ik met een rood hoofd ‘sorry voor dat.’

‘Gaat het?’

‘Nou. Ik heb me wel beter gevoeld om eerlijk te zijn.’

‘Wil je hier wel zijn Charlie?’

‘Tuurlijk! Klantonderzoek. Jij bent Frits. Ik praat niet met Arnold. Jij snapt niets van computers. Ik wel. Ik begrijp het helemaal. Ik heb er echt zin in.’

‘Op de een of andere manier kom je heel nonchalant over’, zei Frits.

‘Nonchalant?’ Ik haalde mijn schouder op. ‘Ik vind het gewoon spannend.’

‘Dat hoeft niet hoor. Je bent in goede handen bij mij. Ik ga je de fijne kneepjes van het vak leren.’

‘Als een maagd, voor de eerste keer aangeraakt’, zei ik zo filosofisch mogelijk.

‘Wat?’

‘Ik voel me gewoon een maagd.’ Ik knikte er heftig bij.

‘Op welke manier?’, vroeg Frits met een vies gezicht.

‘Bij wijze van spreken natuurlijk. Bij wijze van spreken.’

‘Sorry hoor. Wat heeft dit nou weer met seks te maken?’

‘Seks? Hoe bedoel je? Seks?’

‘Is dat echt het enige wat er in je hoofd omgaat? Seks?’ Hij trok een gezicht alsof iemand citroen in zijn mond had gespoten.

‘Nou ik ben meer van seks hebben dan over seks nadenken. En ik kan je verzekeren dat ik…’ Ik stopte met praten.

‘Ja. Wat?’

‘Nee. Niets. Vergeet wat ik zei’, zei ik.

‘Nee zeg dan.’

‘Nee. Dit is een kantoor. Ik moet me gedragen.’

‘Dat moet je je zeker.’

‘Fijn dat je me wil helpen met de fijne kneepjes van het vak Frits.’

‘Graag gedaan.’

‘Maar even serieus. Wanneer krijgen we salaris.’ Ik boog voorover. ‘Ik heb een beef met mijn huisbaas. Snap je?’

‘Charlie. Nogmaals. Ik weet het niet.’

‘Nee oké. Zou Arnold het weten?’

‘Charlie.’

‘Grapje! Kom op Frits. Wel beetje humor hebben hoor. Anders kan ik niet ontladen.’

‘Ontladen?’

‘Ja. Ik probeer gewoon mezelf te zijn.’

‘Dat moet je vooral blijven doen’, zei Frits. ‘Goed dat je dit zegt. Onszelf zijn is een belangrijk goed. Juist in zo’n omgeving als dit. Dus we zitten helemaal op een lijn.’

‘Een lijn. Nu al. Gewoon een lijntje’, herhaalde ik.

‘Heb je het nu over coke?’

‘Coke?’ Vroeg ik verbaasd.

'Ik volg je niet helemaal Charlie.'

Hij volgde me echt niet. 'Vergeet wat ik zei', zei ik. 'Vergeet het.'

'Ik meen het. Ik volg je niet. Ik wil je graag snappen, maar er komt zoveel onzin uit je mond.'

'Vergeet me', zei ik toen. 'Vergeet me. Dan hoef je me ook niet te volgen. Snap je? Dan hoef je ook niet dingen te voelen zoals verlangens en haat. Vergeet me gewoon.'

'Ik snap echt niet wat je bedoelt', zei Frits. 'Het spijt me zeer.'

'Nou kijk. Als ik niet meer verder wil met een scharrel app ik haar met de woorden 'vergeet me'. En ik dacht, omdat jij me niet helemaal begreep en ik dan vaak afhaak in een liefdesrelatie. En wij nu ook aan een relatie werken. Werkrelatie. Nou dat. Snap je? Werken aan. Werkrelatie. Snap je? Werk-relatie. Werk. Laat maar.'

Dit ging niet meer goed komen. Hij begreep mijn humor niet. Hij nam het allemaal te serieus.

Na een lange stilte zei Frits: 'Nee oké. Laten we maar aan het werk gaan.'

Lees verder 1.9 gelijk hebben is zoiets als gelijk krijgen. Maar toch niet helemaal


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Charlie op kantoor. Begin bij verhaal 1.1 De enige manier...
📗 Ik heb een boek over Charlie geschreven: > Vrouwen die Charlie haten. Die kan je prima lezen zonder voorkennis van de andere blogverhalen.
📷 Foto via @williambeauplant

Bezoek mijn store voor > boeken en merchandise