‘Hier zijn we weer’, zei hij met een glimlach toen ik de deur opendeed.

Ik had nee moeten zeggen.

Ik wilde hem geen seks geven.

Ik wilde gewoon aandacht.

Zijn aandacht.

‘Kom verder’, zei ik.

We gingen naar boven naar mijn kamer.

De deur van Floor stond open. Ik zag haar loeren naar hem.

‘Had niet gedacht dat je me langs liet komen eerlijk gezegd’, zei Jurjen.

Hij bekeek mijn kamer.

‘Beetje klein vergeleken met jouw appartement.’

‘Ach. Schaam je niet, zei hij.

‘Dit is toch te min voor jou?’, vroeg ik.

‘Doe normaal joh. Ik heb zelf jarenlang in dit soort kamertjes gewoond. Het is pas sinds er wat geld van mijn opa is vrijgekomen dat ik nu eigen appartement heb.’

Hij wilde echt seks met me. Want diep van binnen was hij arrogant en keek hij op mensen neer. Hij had het zelf tegen mij verteld.

Ik sloot de deur, bleef ongemakkelijk staan en ging maar met mijn handen aan mijn nek zitten. Hij plofte neer op de bank. De plek waar Yort ook altijd zat.

Mannen voelde zich aangetrokken tot die plek. De plek waar de bank de zijkant van de muur ontmoette. Beter te verdedigen of zo.

Ik pakte twee wijnglazen. Ik ging op de grond zitten. Niet de plek waar ik zat toen Yort hier voor het laatst was. Geen déjà vu creëren nu.

‘Ik heb me wat voorgenomen’, zei ik, terwijl ik de glazen vol schonk.

‘Wat.’

‘Geen seks.’

‘Wat?’

De blik in zijn ogen. Hij leek echt geschokt.

‘Grapje.’

Nu keek hij verward.

Ik was niet gemaakt voor het onsubtiele spel van misschien wel zoenen – misschien niet neuken.

‘Ik volg je niet helemaal, zei hij.

‘Dat ik zijn naam niet meer ga uitspreken vanavond. Je weet wie ik bedoel.’

‘Lief.’

‘Beloofd. Dat was echt zo lomp en stom.’

‘No worries joh.’

‘Are you sure?’

‘Beetje.’

‘Oké. En dus geen seks. Nou. Niet meteen dan.’

‘Oké. Prima. Wat gaan we nu doen dan Juul?’

‘Euh, praten?’

‘Over wat.’

‘Het leven?’

‘Ach. Het leven. Al die woorden waar we iets proberen te begrijpen wat niet te begrijpen valt. Onze plek in dit universum. De reden waarom we hier zijn, wat ik daar te maken mee heb.’

‘Je lijkt Floor wel. Mijn huisgenote.’

‘Die me net zo zat aan te staren?’

‘Ja.’

‘Heeft ze dikke tieten?’

‘Wat?’

‘Grapje.’

‘Ik snap ‘m niet.’

‘Laat maar’, zei Jurjen. ‘Vergeet het. Vertel me iets eerlijks.’

‘Nee. Leg uit. Vind je Floor mooi?’

‘Ik heb haar niet goed gezien, maar ik voelde wel haar ogen prikken. Heel duidelijk. Soms voel ik dat als mensen naar me kijken. Het maakt me dan bewuster wie ik ben of zo.’

‘Ik ook’, zei ik. ‘Sowieso voel ik vaak alsof iemand mee kijkt. Ook als het geen mensen zijn laat maar zeggen.’

‘Ik volg je niet helemaal.’

‘Soms lig ik ’s avonds weleens wakker. Dan heb ik het idee dat alles wat ik doe iemand mee kijkt. Een soort stem. Of ik wel het juiste doe. Een soort onuitgesproken oordeel. Het idee dat iemand mee kijkt en me ooit op een dag, me gaat afrekenen voor al die slechte dingen die ik heb gezegd over anderen. De slechte dingen die ik heb gedaan die niet hoorden.’

‘Ik volg je echt niet helemaal.’

‘Alsof er een God is. Terwijl die er niet is.’

‘Een soort alleswetend oog. Zoals in Lord of the rings?’

‘Lord of the rings? Is dat hetzelfde als Harry Potter? Ik houd van Harry Potter. Elk jaar weer kijk ik alle films achter elkaar. Zie, ik houd ook wel van films.’

‘Nee, is niet hetzelfde’, zei hij nors.

Ik kon beter het woord film niet meer in mijn mond nemen met hem in de buurt. Hij nam dit soort praat veel te serieus.

‘Maar leg even uit dan. Dat alwetend oog’, zei Jurjen. ‘Een soort God dus?’

‘God bestaat niet. Toch voel ik me soms zo schuldig. Bijvoorbeeld als ik op m’n werk me een half uur op sluit op het toilet om op m’n telefoon te gaan zitten. Terwijl ik elk weekend weer zie hoe m’n baas de kantjes ervan afloopt en weigert bij te springen als het druk is, want hij staat dan te kletsen met een of andere kennis. Dit is een dom voorbeeld natuurlijk. Ik hoor niet een half uur te verdwijnen op m’n werk. Maar het gekke is, dat ik merk dat het niemand echt wat boeit dat ik even weg was. Zelfs m’n baas niet. Dus naar wie toe voel ik me dan schuldig? En toch voel ik me schuldig. Alsof “het oog” me heeft gezien en haar hoofd schudt.’

‘Ze kunnen je ontslaan. Of niet. Wat dan nog? Er zijn genoeg andere banen. Je kunt de hele dag niks doen. Of juist heel erg je best doen, maar op het eind maakt het niet uit. En toch voel jij je dus soort van schuldig naar iets of iemand. Terwijl dat eigenlijk niet hoeft.’

‘Weet je wat ik echt zou willen Jurjen? Ik wil graag de vrije ziel worden. Los van die kettingen van onuitgesproken regels. Hoe we in relaties moeten doen, hoe ik me moet gedragen op mijn werk. Ik wil niet de gevoelens en gedachtes onderdrukken, omdat het “fout” is. Ik zou wel echt vrij willen zijn. Als een vogeltje in een bos.’

‘Zou je iemand dan vermoorden als je zo vrij bent?’

‘Ja.’

Jurjen keek me nu heel apart aan.

Ik had geen ja moeten zeggen.

‘Ik heb het niet over anderen pijn doen’, zei ik snel. ‘Bewust pijn doen. Dat is niet oké. Maar ik ga me ook niet inhouden als ik iets voel wat ik niet hoor te voelen. Als die kettingen niet bestonden.’

‘Zoals vreemdgaan? Bedoel je dat?’, zei Jurjen.

‘Ja, nee. Gevoelens. Niet vreemdgaan. Een relatie is een afspraak tussen twee mensen. Daar bouw je met elkaar aan iets. Vertrouwen is een groot goed Jurjen.’

‘Een afspraak met je baas om te werken ook, in plaats van half uur op het toilet zetten.’

‘Ik heb mezelf vast geluld hè?’

‘Behoorlijk’, zei hij.

‘Ik voel me zo dom bij jou.’

‘Je bent mooi’, knipoogde hij.

‘Als we de mening van anderen kunnen uitschakelen, dan zijn we echt vrij, denk je niet?’

‘Ja.’

‘Misschien wel. Misschien moet ik gewoon alles drinken en eten wat ik wil, zonder me schuldig te voelen over al die calorieën die naar binnen zijn gegaan.’

‘Schuldig of niet. Je wordt er wel echt dik van. Zoveel eten. Dus er zijn gevolgen.’

Lange stilte. Ik schonk mezelf opnieuw in. Jurjen keek me op zo’n rare zwoele manier aan. Hij was ook zo slim.

‘Ik weet niet wat we zijn’, zei ik zonder naar hem te kijken.

‘Wie is we?’

‘Wij’, zei ik. ‘Jij en ik.’

‘Wil je daar nu al over hebben? We hebben pas een keer met elkaar geslapen.’

‘Ja. Maar we praten en appen en daten – soort van dan – al wel een tijdje.’

‘Wat wil je dat het is dan?’

‘Niks eigenlijk’, zei ik.

‘Laat het dan niks zijn.’

‘Vind je het niet raar dat ik Yort probeer te vergeten door met jou te zijn?’

‘Je zei zijn naam.’

‘Sorry.’

‘Je denkt te veel na over dit soort shit. Denk niet zo veel. Laat het gaan. Laten we bewust zijn. Nu. Hier. Ons tweeën. Gewoon. Dit.’

Hij knipoogde naar me en klopte met zijn hand als uitnodiging op de lege plek naast hem op de bank.

‘Ik kan het niet. Sorry. Ik wil met je praten. Heel lang. Maar meer niet’, zei ik.

‘Dat is oké.’

‘Weet je het zeker? Ik voel me toch beetje schuldig naar jou toe.’

‘Ik kan niet de hele avond met je zijn overigens.’

‘Tot hoe laat dan.’

’22.00 uur of zo.’

‘Dat is al over een uurtje.’

‘Heb afgesproken in de stad met een vriend.’

‘En als we wel seks hadden gehad?’

‘Dan had ik nog steeds afgesproken met die vriend’, zei hij.

‘Je gebruikt me’, zei ik.

‘Zeg dat soort dingen nou niet.’

‘Sorry’, zei ik.

‘Kan je mij ook nog wat inschenken?’


Dit zijn twee boeken die ik heb geschreven:


7️⃣ Je leest een verhaal uit de reeks Zeven
📖 Ik heb een boek geschreven: > Vrouwen die Charlie haten
📗 Ik heb enkele blogs gebundeld in een boek: > Digital love
📜 Bezoek m'n store met posters en boeken
📞 Laten we appen (en ontvang een appje bij het volgende verhaaltje) >
Foto via @arnoud.ele


Like me op Facebook
Achtervolg me op Instagram