Overprikkeld. Eenzaam. Alleen. Verloren. Somber.

Er bestaan pillen daartegen.

Maar volgens mij werken die hetzelfde als een aspirine. De pijn wordt niet opgelost. Het blokkeert slechts het signaal dat je pijn hebt.

Ik houd van mijn eigen eenzaamheid. Maar ik kan niet zonder een ander.

Ik houd van onbegrepen door het leven gaan. Maar ik wil wel dat iemand me af en toe bevestigt in wat ik doe en zeg.

Ik heb niet per se iemand nodig. Maar als niemand wat van zich laat horen, weet ik zelf ook niet meer waar ik het nou allemaal voor doe.

Ik wilde dat er een taal was waarmee we elkaar makkelijker konden begrijpen. Zo’n taal als het kijken naar een schilderij, het lezen van een gedicht of het luisteren naar hetzelfde nummer op repeat en dat je dan denkt: dit gevoel. Dit ben ik nu. Dit wil ik graag vertellen aan die ander. Zodat we het erover kunnen hebben.

Maar via woorden klinkt het zo stom, soms zo heftig en komt het vaak niet over. Taal beperkt zo als het op dit soort dingen aankomt.

Zoals zeggen: ‘Ik hou meer van jou dan jij van mij.’ Waarmee je eigenlijk indirect vertelt dat jij beter bent dan de ander. Of een zin als: ‘Ik zal altijd van je blijven houden, wat er ook gaat gebeuren.’ Waarmee je gewoon even de full drama-modus hebt aangezet om jezelf hoger of lager te plaatsten dan de ander. Jij kan me vergeten! Maar ik jou niet, dus ik geef meer om ons verleden dan jij! Lekker puh.

Maar dat was toch niet per se je gevoel? Toch niet per se de boodschap? Het is toch geen wedstrijd? Het is toch gewoon een kreet uit het hart? Al die gevoelens van liefde, angst, lust, geborgenheid en enthousiasme, dwars door elkaar heen?

Hoe weet ik nou of de ander net zo veel pijn heeft als ik? Dat de ander net zo veel voor mij voelt als ik voor hem of haar? Hoe weet ik nou of de ander me zou opvangen zoals ik de ander zou opvangen als die het niet meer ziet zitten?

Daar is toch geen getal voor om het in uit te drukken?

Niet zoals het werkt met spierkracht. Dat is te meten. Dat is te trainen. Gewoon elke week weer proberen net iets meer kilogram op te tillen.

Maar liefde is geen sterker wordende armspier.

Ze zeggen wel eens dat liefde onvoorwaardelijk is. Dat het onuitputtelijk is. Ik heb echt geen flauw benul of dat kan. Mijn liefde voor veel mensen uit het verleden is uitgedoofd. Ook al geef ik nog wel om ze. En om sommigen geef ik niets meer. Die zijn spoken in mijn hoofd geworden. Maar: hoe meet ik een spook in mijn hoofd? En hoe meet ik mijn liefde voor degene die mijn hartje zo heftig heeft gebroken dat het nog steeds pijn doet, ook al zijn we vijftien jaar verder?

Mijn eenzaamheid heeft geen waarde. Jouw lijdensweg van afgelopen jaren is nauwelijks te bevatten in iets.

Toch is het er.

Hoe kan het dan dat iets, wat door een schilder honderd jaar geleden is gemaakt, zo direct mijn ziel in kan komen dat het even lijkt alsof ik één ben met wat ik zie? Dat ik in die kleuren, daar aan de muur, begrijp hoe ik me nu voel? En dat ik dan tegen die vriend naast me zeg: ‘Zo voel ik me dus regelmatig.’ Alsof de geest van het kunstwerk met me gepraat heeft in een taal die niet waar te nemen is. Alleen te voelen.

Zou die vriend het dan ook begrijpen? Zou die hetzelfde zien? Zou die het herkennen?

Misschien moet ik antwoorden in kunstuitingen, als iemand me vraagt: ‘Hoe gaat het?’.

Kunst als thermometer van mijn gevoelswereld.

‘Ik voel me vandaag een beetje The Doors – Riders on the Storm.’

Of: ‘Limp Bizkit – Break Stuff.’

Of: ‘Zo licht als een ballerina in Het Zwanenmeer.’

Of: ‘Genadig, zoals Jezus genadig was voor iedereen.’

Of: ‘Als De Schreeuw van Munch.’

Of: ‘De dood van Ivan Iljitsj.’

Of: ‘Die videoclip van Britney Spears bij het nummer Toxic.’

Sporters meten continu hoe het met ze gaat in de vorm van prestaties. Geklokte rondjes. Gemeten conditieniveau.

Maar wat is het meetinstrument voor moraal? Voor liefde? Motivatie?

Liefde en moraal kan je in zekere zin nog uiten door het gewoon te doen.

Maar hoe uit je liefdesverdriet? Mijn eenzame gevoelens in een groep vol mensen? De constante stress als ik weer dat gebouw inloop? De angst dat ik ga falen als ik moet presteren?

Het is er wel.

Het lichaam voelt het.

Maar ik kan het niet uiten.

Ik sprak eens een fysiotherapeut, die me uitlegde dat de klachten na een whiplash niets meer zijn dan een product van de geest.

Of anders gezegd: de artsen kunnen geen lichamelijke oorzaak meer vinden voor de aanhoudende pijn na een ongeluk.

Het is alsof ons hoofd het trauma van het ongeluk niet kan verwerken en het zich blijft uiten via pijn in de nek en via geestelijke klachten als vergeetachtigheid, concentratieproblemen en overprikkeling door geluid en licht.

Net zoals stress, eenzaamheid en angst langzaam via ons hoofd naar de rest van ons lichaam druppelt en zich begint te uiten via vage lichamelijke klachten. In de darmen. In vermoeidheid. In uitslag op de huid. Meer dan een miljoen landgenoten hebben deze klachten, waarvan de artsen geen duidelijke oorzaak kunnen vinden.

Als iemand in de middeleeuwen, die vastgebonden zit aan een stoel en die maar moet blijven drinken om niet te sterven. Na een tijdje loopt het water uit zijn ogen, neus en kont.

Alsof de onzichtbare pijn, stress en angst eruit willen, maar ze kunnen er niet uit, behalve op heel gekke plekken.

Overprikkeld. Eenzaam. Alleen. Verloren. Somber.

We moeten een manier vinden om dit vaker te uiten. Om het te verwerken. Voordat we verdrinken in ons gevoel. Voordat het lichaam zich tegen ons keert.

Het moet.

Maar hoe?

Deze tekst is als e-mail op 13 januari 2021 gedeeld als onderdeel van de woensdage-mail.