Waarom radicale eerlijkheid je relaties onder druk zet

Schrijf niet over echte mensen. Het brengt je in de problemen.

Waarom radicale eerlijkheid je relaties onder druk zet
Photo by Jadon Johnson / Unsplash

Mensen willen dat je over ze schrijft maar niet echt.

De woorden zijn confronterender dan een spiegel. Ze breken het ongezegde tussen jou en mij volledig af. En dan staat het als een voldongen feit op papier. En alles wat op papier staat voelt echt aan. Hoe stom die woorden ook zijn. Hoe onwaar ze ook zijn. Ze komen binnen.

Ik had op de middelbare school een verhaal geschreven over drie vrienden. Om er pas achter te komen, nadat een vriend van mij dat verhaal had gelezen, dat ik hem had opgevoerd als personage.

Ik bedoel, het personage had een brommer, droeg leren jassen en zijn gezicht zat onder de puisten. Dat was hij.

Mijn hoofd kleurde rood.

En ik had het woord ‘lelijk’ gebruikt om hem te omschrijven.

Ik schaamde me diep.

Dat was de eerste en laatste keer dat ik mijn realiteit in fictie ging opvoeren.

Jaren later in een studentenhuis vroeg iemand zich af of ik ooit een boek ging schrijven over deze levensfase.

En ik zei, licht aangeschoten, ‘absoluut!’ en begon mijn huisgenoten een voor een als een karikatuur te omschrijven voor deze toekomstige roman.

De preutse studiebol, de blowende monnik, de mannenverslinder en de sportieve, veel te hitsige, veel te serieuze gast.

Die laatste persoon was een goede vriend van me.

En ik dacht dat hij ook zo naar zichzelf kon kijken. En de ironie snapte. Maar als iemand anders het uitspreekt, gaan er radars in zijn hoofd aan het werk en gaat het verleden met al zijn onzekerheden terugpraten.

Ik zag zijn gezicht betrekken.

Hij liep geruisloos naar boven.

Waarna ik hem later die avond op het balkon vond met een discman op zijn schoot en oordopjes in zijn oren.

Dat wat hij altijd deed als hij verdrietig was.

Iets in mijn omschrijving had hem diep geraakt.

Geen idee wat.

Maar iets knapte.

Nee.

Mensen willen niet horen (of lezen) hoe je ze ziet. Zelfs niet als karikatuur.

Ik zag het terug in de Mijn strijd boeken.

Schrijf niet over echte mensen

Een van mijn favoriete boeken is Vader van de Noor Karl Ove Knausgård (1968). Het is het eerste van de zes delen uit zijn Mijn strijd-boeken.

Deze gewone man met een gewoon leven besluit al zijn gevoelens op papier te zetten en zijn leven tot nu toe op te schrijven.

Hij denkt terug aan de dood van zijn vader meer dan tien jaar geleden. Een man met wie hij totaal geen band mee had. Een vent die zijn overgevoeligheid als kind totaal niet begreep. Een man die zichzelf in eenzaamheid dood heeft gedronken.

Nu Karl zelf vader is, vraagt hij zich af of hij zelf wel zo’n goede vader is. Hij schreeuwt tegen zijn kinderen, smijt ze soms uit frustratie op bed. Hij houdt van ze, maar hij houdt nog meer van schrijven.

Hij tikt alles uit. Gaat volledig op in detail. Zoals welke schoonmaakmiddelen hij heeft gebruikt om het huis van zijn vader mee schoon te maken. Maar voert ook iedereen op die hij kent in zijn leven. Inclusief de gedachten die hij over ze heeft.

Al voor de lancering van het eerste boek, lees ik in boek 6, genaamd Vrouw, is er gedoe. De broer van zijn vader probeert de publicatie tegen te houden en zoekt de publiciteit op voor alle onzin die erin staat. Het zijn leugens, het is verdraaiing van de feiten.

Karl bekent in boek 6 dat inderdaad sommige details misschien niet exact zo zijn gebeurd. Maar dat is wat er gebeurt als je het op papier zet als romancier. Het is hoe hij het zich herinnert, niet hoe het feitelijk is gegaan. Maar wat vooral het belangrijkste aan dit schrijfexperiment is, is dat elk gevoel dat hij heeft gevoeld, op papier is gezet.

En dat levert een eerlijkheid op waar miljoenen mensen wereldwijd zich in herkenden.

Al die onzekerheden en gedachten en gevoelens over ons simpele leven vind je terug in deze reeks. En onze onvolkomenheden als mens.

Dingen als dat hij tijdens zijn eerste huwelijk verliefd werd op een andere vrouw en daar uiteindelijk ook mee ging trouwen. Dat zijn vader zich dooddronk. Dat zijn tweede vrouw aan manische depressies lijdt. Dat hij vooral in zijn jonge jaren binge dronk. Zoveel dat hij zich nooit iets kon herinneren, maar wel regelmatig de volgende dag zag hoe hij zichzelf had verminkt. Dat hij als twintigjarige leraar seksuele fantasieën had over een dertienjarige leerling.

Het was in Noorwegen en Zweden een sensatie en het gevolg was dat iedereen een mening ging vormen over deze eerlijkheid.

  • Je eerste vrouw bedriegen?
  • Seksuele fantasieën bij een minderjarige?
  • Heeft je vader zich echt doodgedronken of maak je hem gewoon zwart omdat je geen goede band met hem had?
  • Je vrouw manisch depressief en jij maakt misbruik van haar geestelijke instabiliteit om er zo over te schrijven?
  • Bij de gymles van je dochter verlangen naar de gymlerares?

De mensen in zijn directe omgeving vielen over andere dingen.

Zijn eerste vrouw Tove voelde zich verraden. Al die intieme details die ze nog nooit met iemand anders had gedeeld. Die details die hoorden bij haar relatie met Karl. Niet iets voor de rest van de wereld.

Vrienden die moeite hadden met hoe hij naar ze keek of hoe hij zich situaties herinnerde. Een vriend wilde hem weken niet meer spreken, omdat hij was omschreven als iemand die liep als een eend.

Zijn tweede vrouw Linda is woest als ze leest dat hij tijdens hun relatie, eens dronken als een maniak, urenlang op een hoteldeur heeft staan bonzen bij een andere vrouw.

De verlegen Karl, die weigert überhaupt recensies te lezen over zijn werk omdat het rommelt met zijn zelfbeeld, krijgt heel de wereld over zich heen.

En het heeft alle relaties met familie en vrienden onder druk gezet.

Succes heeft een sociale prijs

Niemand leest zichzelf graag terug in een boek.

Ook al is het een ‘roman’.

Ook al zijn het iemands herinneringen en geen feitelijke waarheden.

Karl begint met de boeken die nog moeten uitkomen te rommelen. Hij gaat namen veranderen en woonplaatsen aanpassen en details achterwege laten. Vooral boek 4 (tegelijkertijd ook de minste) lijdt er het meest onder.

Al prikken journalisten er alsnog doorheen om vervolgens iedereen op te bellen met de vraag of het echt zo gebeurd is.

Achteraf gezien noemen Karl en ook zijn uitgever zichzelf enorm naïef. Ze hadden niet gedacht dat zijn persoonlijke herinneringen zoveel ophef en pijn zouden veroorzaken. En hij voelt zich er enorm rot onder.

Maar dat weerhoudt hem niet om in boek 6 gewoon door te gaan met de eerlijkheid.

Eerlijkheid van liefdesrelaties

Boek 6 gaat over zijn relatie met Linda en hun kinderen. En zoals elke relatie zijn er spanningen en irritaties en maffe voorvallen.

Als ze afgepeigerd van een lange vliegreis door een verlaten vliegveld sjokken richting de uitgang bijvoorbeeld. Linda zwanger, koffer in de ene hand, kind in de arm, totaal oververmoeid.

Karl loopt iets voor met het andere kind. Dan begint Linda heel hard ‘help’ te roepen. Op het theatrale af.

Karl schaamt zich kapot voor haar en bijt haar toe stil te zijn. En bovenal weigert hij haar te helpen. Dat kinderachtige gedoe altijd van haar, dat ze het zo zwaar heeft en dingen niet meer kan.

Om dagen later pas te beseffen wat een sukkel hij was geweest en ze gewoon doodop was en hij gewoon de koffer over had moeten nemen of het kind.

Nee.

Karl maakt het leven en zichzelf niet mooier dan het is.

liefs,

tomson

PS

Ik heb boek 6 bijna uit. Het is het dikste boek. Met ook nog eens honderden pagina’s aan essays over Adolf Hitler (1889–1945) en zijn boek Mein Kampf (1925). Min kamp betekent in het Noors ‘Mijn strijd’. Oftewel zoals zijn eigen boekenreeks heet.

Het boek werkt langzaamaan toe naar hoe Linda in een nieuwe manische depressieve crisis belandt door de publieke aandacht van de eerste uitgebrachte Mijn strijd-boeken.

Eerder gepubliceerd via petjeaf.com/tomsondarko