Ik ben de persoon die op je verjaardag zegt: ‘Gefeliciteerd. En nu?’ Of: ‘Lekker. Weer een jaartje dichter bij de dood.’

Bij het wakker worden roep ik regelmatig: ‘Yes. Ik ben er nog!’

Ik weet niet waarom ik zo ben. Er zit een ironische ondertoon in mijn stem als ik het uitspreek.

Het leidt tot verwarring bij andere mensen. Sommige vrienden of collega’s begrijpen me verkeerd en raken verward. Of vatten het echt heel verkeerd op en denken dat ik ze dood wens.

Anderen gaan mee in deze zwartgalligheid en dikken het nog wat aan. Omdat ze denken dat het mijn ironische humor is.

Maar wat nou als ik je vertel dat ik het ook meen?

Dit besef dat het eindigt. Dat mijn gedachten zo zijn.

Ik zeg dit soort dingen ironisch, om mensen geen schrik aan te jagen. Zoals ik ironie vaak gebruik om het verborgene aan de oppervlakte te brengen.

Zoals toen op kantoor, toen de climate control het niet deed op de warmste dag van het jaar.

De hele dag waren mensen aan het puffen, klagen, mopperen, puffen, klagen, zweten.

Dus ik deed rond 16 uur mijn koptelefoon af, draaide me om naar mijn collega’s en vroeg met de meest oprechte twijfel in mijn stem:

‘Ligt het nou aan mij of doet die climate control het hier niet?’

Ik lach nog steeds hardop om mijn eigen humor.

Ironie is een mooie cover-up.

Want zwartgalligheid is een mood changer. Wie heeft er nou zin in negatieve praat in de groep?

Dus ik deel deze donkere gedachten vaak niet.

Ook al cringe ik in elkaar als mensen een kwartier lang praten over wat nou ‘gezond eten’ is, dat het al tien dagen regent of het nieuwe kapsel van de collega.

Omdat dat, als je elke dag opstaat met het besef hoe snel alles eindigt, er weinig toe doet.

Maar wie denkt nou nog meer zo?

Ik dacht dat ik alleen was.

Tot ik erachter kwam dat de stoïcijnen zo ook naar het leven kijken.

Die gekke oude Grieken van 2.500 jaar geleden.

De Romeinse keizer en stoïcijn Marcus Aurelius schreef: “You could leave life right now. Let that determine what you do and say and think.”

Memento mori is een bekende Latijnse spreuk. Het is de tegenhanger van carpe diem.

Dat laatste betekent: Pluk de dag, geniet.

Dat eerste: Gedenk dat jij zult sterven.

Genieten is fijn. Maar het geeft mij totaal geen urgentie.

Genieten is niet mijn levensdoel.

Memento mori wel.

Omdat het de zin van de onzin onderscheidt.

Het is niet dat ik deze spreuk mij eigen heb gemaakt en zo naar de wereld ben gaan kijken.

Het is meer: zo beleefde ik de wereld al en opeens vond ik een hele filosofische stroming die er ook zo naar kijkt.

Ik zou mezelf nooit als pessimistisch of zwartgallig omschrijven.

Want in die opmerking op iemands verjaardag: ‘Weer een jaar dichter bij de dood’ zit de urgentie verborgen.

Dat het morgen voorbij kan zijn.

Dus wat zeuren we nou over die kleine dingen?

Laten we juist de zaken doen die we willen doen.

Minder uitstellen. Minder dromen. Meer uitvoeren.

Ook stilstaan bij hoever we zijn gekomen dit leven.

Je kent die mensen ook. Die hun eigen verjaardag verschrikkelijk vinden. Niet alleen dat, maar daar kunnen ze een kwartier lang over klagen tegen iedereen.

Ouderdom. Bleh.

Dat begrijp ik zelf dus niet. Dat geklaag.

Je leven had ook tien jaar eerder afgelopen kunnen zijn.

Hoe ik dat weet?

Omdat ik mensen heb gekend die niet verder zijn gekomen dan veertien verjaardagen, of eenentwintig, of vijfentwintig.

Dat geeft me een wat triest gevoel. Deze gedachte. Maar ook het besef om me niet te schamen voor mijn memento mori-persoonlijkheid.

Het is niet dat ik onzin verkondig.

Het is ook niet dat ik mensen dwing om zo te denken. Ik herinner ze er alleen maar subtiel aan.

Juist op hun verjaardag.

Het moment dat je stilstaat bij je eigen sterfelijkheid.

Ik zou ook willen voorstellen om niet de jaren erbij op te tellen, maar af te tellen. We beginnen bij 100 jaar.
(optimist dat ik ben)

Als je dertig bent, vieren we je zeventigste verjaardag. Enzovoort.

En als je 103 wordt, noemen we het niet -3, maar +3. Omdat je bonus jaren erbij hebt gekregen. Je hebt het leven verslagen.

Dit slaat eigenlijk nergens op, maar tegelijkertijd ook weer wel.

Als je nog 70 jaar te gaan hebt, op papier gezien, geeft dat meer urgentie, dan de dertig aantikken.

Dat voelt zo vaag aan.

Maar niet als je volgend jaar 69 wordt. En daarna 68. En dan 67.

Het gaat eens stoppen.

Dat is in zekere zin bevrijdend.

Voor elke keuze die nog op je pad gaat komen.

Het is niet dat ik het heel serieus bedoel.

Er zit ironie in deze manier van je verjaardag tellen. En tegelijkertijd meen ik het wel.

Deze tekst is eerder verschenen als onderdeel van mijn vijf-daagse mail. Alleen voor petje.af abonnees.