🪐💎 gevoelig voor oordeel
Sommige opmerkingen leven jaren in mijn hoofd. Bescherm jezelf. Weer negativiteit.
Ik heb deze hele irritante eigenschap.
Op het moment dat ik een oordeel in andermans stem of woordgebruik hoor, haak ik mentaal af in het gesprek.
Dat kan.
Nog irritanter is dat sommige veroordelende woorden nog dagen door mijn hoofd echoën.
Dagen!
Dat kan ook.
—
Ik ben sinds een paar dagen terug uit Antwerpen met mezelf.
Ik mis vooral de routine van een plek vinden voor koffie, daar een boek lezen en een beetje schrijven met pen en papier.
Om ’s avonds in het hotel, of uitgeput of licht aangeschoten, de opgeschreven zinnen over te tikken op mijn laptop.
De stad werkte op mijn verbeeldingsvermogen in. Gesprekken die ik opving, objecten die ik zag, teksten die ik las, gesprekken die ik had. Die bereikten allemaal op de een of andere manier mijn teksten.
Zo krijgen m’n uitgetikte woorden iets autobiografisch. Zoals een fotoalbum.
Maar na een paar dagen terug in Nederland valt me niet alleen op dat die hele ontspannen routine weg is en wordt opgevuld met naar een computerscherm staren. Maar ook dat mijn gedachten niet al die kleine leuke momenten herinneren.
Nee.
Als ik even wat wandel of uit het raam staar, brengen mijn gedachten me terug naar één enkel moment.
Eentje.
Het moment dat een medewerker in het KMSKA me aansprak toen ik een camerashot van mezelf nam.
Ja.
I know. I know.
Ik heb echt meer dan honderd clipjes van tien seconden gefilmd die paar dagen in Antwerpen, waarvan nul van mezelf. Maar daar staand, op de begane grond, in een hele grote zaal, gevuld met spiralen, dacht ik: ik zet mezelf erop.
Die spiralen leken op die gekleurde traplopers van vroeger.
Ken je die nog? Die dan zo de trap af ‘lopen’. Maar als je de traploper in je hand hebt, kan je hem als een accordeon helemaal uittrekken en dan krijg je een soort spiraal.
Daar leek deze kunstinstallatie een beetje op en je kon er dus tussendoor lopen.
Ik had mezelf kort gefilmd met de camera in mijn hand en daar kwam ze achter me staan.
‘Pardon meneer, dit is niet toegestaan hier in het museum.’
Ze had het over de ‘stick’ aan mijn camera, wat geen stick is, maar zij dacht van wel, zo’n selfiestick.
Het is een tripodje, met een afstandsbediening erin die je er ook uit kan halen. Dan kan je op ‘record’ drukken of ‘inzoomen’. Als je de tripod ingeklapt hebt, is het een handgreep om de camera mee vast te houden en eventueel jezelf mee te filmen.
Ik herhaal het nog maar een keer: het is geen selfiestick. Dat ding is kleiner dan de camera.
Het is in feite de camera.
Al snap ik dat ik de schijn tegen heb. Aangezien ik mezelf ermee filmde.
En ik snap dat ze haar werk deed. En ze sprak me heel vriendelijk aan. En regels zijn regels.
Maar we zijn een week verder en nog zingt dat moment steeds rond in mijn hoofd.
Omdat mijn hoofd er een ‘oordeel’ van maakte.
Het is echt weird.
Het zijn gewoon gedachten die opkomen, niet gedachten die ik actief opzoek. Ik ben ook niet boos of gefrustreerd. Niks van dit alles.
Kijk, toen ze me aansprak, voelde ik me een paar seconden stom. Alsof de leraar me aanspreekt bij het spieken tijdens een toets en het dan bij het noemen van mijn naam laat. Snap je?
En toch is dit waar ik het meest aan denk de laatste dagen.
Gedachten zijn heel raar.
Ze klitten vast in je hoofd, of je het nu wil of niet.
Zolang je je niet één maakt met de gedachten, ben je veilig. Ik maak me niet één met haar opmerking over mijn stick. Het ging niet over mij. Ik deed niks raars.
Maar soms maken we ons dus wel één met een ‘onschuldige’ opmerking van iemand. Zo eentje waardoor we opeens onszelf in een ander licht zien.
En dan is het even niet meer zo gezellig in je hoofd. Dat kost echt een hoop denkwerk en tijd om daarvan los te komen.
Ik had een oom die, toen ik een kind was, altijd in was voor vertier. Mee zandkastelen bouwen op het strand. Bommetjes maken in het zwembad. Waterpistoolgevechten houden in een vakantiepark.
Maar toen ik eens zei dat-ie eigenlijk een groot kind was, zoals ik m’n andere familieleden weleens over hem hoorde zeggen, zag ik dat hij verstarde.
En de rest van de dag niet meer zichzelf was.
Een onschuldige opmerking die blijkbaar toch zijn zelfbeeld aantastte.
Wat ik als kind niet goed snapte. Hij was toch een volwassen kind? De leukste volwassene die ik ooit had ontmoet in mijn leven. Wat was er nou zo erg aan dat ik dat zei?
Maar blijkbaar raakte het toch iets in hem. Dat hij via mij opeens begreep hoe de rest van de familie over hem dacht. Of wilde hij graag serieus genomen worden in het leven. Of wat dan ook.
Who knows?
Ik herhaal het nog maar een keer.
Je bent niet elke gedachte.
Ik ben gewoon erg gevoelig afgesteld op oordelen. Hoe terecht of onterecht ze ook zijn. Die blijven op de een of andere manier echoën in mijn hoofd.
Daarom blokkeer ik ook direct mensen die cynisch commentaar onder mijn berichten geven of stomme dingen in een dm zeggen.
Het is zelfbescherming.
Want ik wil niet dat die opmerkingen blijven doorleven in mijn hoofd. Want dat is wat ze doen. Hoe terecht of onterecht iemands woorden ook zijn. Hoe goed ik het ook kan relativeren, het klittenband in mijn hoofd is sterker.
Soms draag je een opmerking een dag met je mee Of een week Of een jaar Of je hele leven Alsof het één-secondenlijm is.
Nee.
Bescherm je ziel waar mogelijk.
liefs,
tomson🪐