Robby kwam in zijn runners-outfit mijn kamer ingelopen. Het zweet stond nog op zijn voorhoofd. Met een witte handdoek veegde hij zijn nek schoon en zei: ‘Zo, pikkie. Moet jij niet eens wat aan dat lichaam van je doen? Ik wil niet lullig doen hoor, maar die negen jaar relatie zie je er wel van af. En als je een nieuw vrouwtje in dat bedje wilt krijgen van je, dan moet je wel fit zijn.’

Ik keek hem verbaasd aan, stond op van mijn bureaustoel en zei: ‘Wat?’ Ik pakte mijn buikje (nadruk op je) vast en kneep erin tot het een mislukte halve ufo werd. ‘Best gezellig toch?’

‘Dit doet echt pijn aan mijn ogen man. Ik zeg het je eerlijk. Ik zeg het je gewoon eerlijk.’ Hij trok zijn shirt omhoog om zijn ogen te bedekken terwijl zijn buikblokjes glimlachten naar me. Daarna begon hij zijn buik schoon te vegen met zijn handdoek.

‘Ja, maar ik heb dit.’ Ik wees met mijn vinger naar mijn brein.

‘Ja, maar ze kijken naar dat.’ Hij wees naar mijn buikje. ‘Bedoel. Stel je ‘s voor. Je ligt daar als vrouwtje met de benen wijd je ding te doen en dan kijkt ze met die zaadvragende ogen naar een soort enorme blubberende bewegende klotsende waterzak van vet. Daar droogt elk kutje van op man. Sahara 2.0. Sahara 2.0.’

Robby had “work hard, play hard” op zijn arm getatoeëerd. Net zoals een cijferloos klokje met twee wijzers op de binnenkant van zijn pols. Hij stond om 6 uur op met een brul, maakte zijn bed op, stoof naar de gezamenlijke keuken, gooide B12, pindakaas, bananen en rauwe eieren in de blender en maakte het hele huis wakker als de messen begonnen rond te draaien.

Daarna stapte die al fluitend onder de douche, fietste naar de sportschool. Deed daar zijn ding. Kwam terug. Douchen. Stak zich in een strak pak en stapte in zijn leasebak, om naar kantoor te rijden, 10 kilometer verder. Om half 7 kwam die weer terug. At een cracker, stapte onder de douche. Fietste naar de sportschool of ging een rondje hardlopen. Daarna douchen. Dan koken. Om de resterende tijd voor het slapen gaan mij of de andere huisgenoten lastig te vallen met zinnen als ‘Succes komt niet aanwaaien jongen’, en ‘dit lichaam laat zich niet vanzelf onderhouden.’ En ‘ik ben de beste versie van mezelf!’

‘Ik wil niet lullig doen,’ zei huisgenoot Eva een paar dagen later tegen me met een multomap op haar schoot en een studieboek naast haar op haar kamer, ‘maar Robby vind je te dik.’

Later die avond bestudeerde ik mezelf in de spiegel tegen de kastdeur aan. Mijn lijf was veranderd de afgelopen jaren. Alleen was het me niet opgevallen. Ik was een kikker, chillend in een pan vol water, op een gaspit. Mijn toen nog vriendin Liselotte had nog nooit een opmerking gemaakt over mijn nieuwe vetjes. Dus het was er niet.

Maar Robby had een punt.

Mijn buik was gegroeid. Ik had opeens twee flinke hompen vlees op mijn onderrug zitten. Mijn gezicht was voller. Net zoals mijn bovenbenen.

Maar ik voelde geen afgunst. Ook geen liefde. Ik was er neutraal over. Altijd al geweest. Dit was mijn harnas waarmee ik over de aarde rondtrok. Het viel me wel op dat op dancefeesten de laatste jaren mannen steeds vaker zonder shirt even lieten zien waar ze van gemaakt waren. Alleen dat raakte me niet. Ik had een fijne vriendin. Wat had ik nog te bewijzen?

Had ik nu iets te bewijzen? Als vrijgezel?

De volgende ochtend aan het ontbijt, goot ik suiker in mijn yoghurtje met stukjes banaan en zag Robby er met afschuw naar kijken toen hij zijn bidon uit de vaatwasser pakte.

Ik werd me opeens bewust van de ogen die me zonder woorden konden veroordelen.

Ik begon een schaamte te voelen voor mijn zucht naar snoepjes. Mijn drang naar mayonaise bij de sperziebonen, naast de bruine bonen en zelfs door de spaghetti heen. Niet de schaamte dát ik het deed, maar dat ze het zagen en er iets bij dachten.

Dus deed ik het niet meer in het openbaar en compenseerde ik het met gezinszakken chips wegvreten op mijn eigen kamertje waar niemand me kon zien. Want tja, ik moest mezelf wel blijven belonen voor de stress op werk. Want compensatie.

Het was op zich geen stressvolle baan als financieel administrator van een uitzendbureau, maar we waren permanent onderbezet. Zwangerschappen, burn-outs, plotseling vertrekkende collega’s die de wereld rond gingen reizen… Het enige stabiele op dat kantoor waren de plant in de hoek en ikzelf. Dus voerde ik zonder morren het extra werk uit. Als het moest zelfs tot 20.00 uur in de avond, met een glimlach op mijn gezicht.

Want mijn manager, díe had pas echt problemen en stress.

Dus ja. Mocht ik mezelf dan lekker belonen met chips en dipsaus gemaakt van een zakje Remia met wat mayonaise erbij in het weekend, dat naar mijn maatstaven op donderdagavond al begon, ook al moest ik vrijdag gewoon werken?

Ik was niet dik-dik. Ik had gewoon wat meer vetjes dan een ander.

Maar ik was ook vrijgezel.

Want 2020 ging mijn jaar worden.

In dit lijf.

IN DIT LIJF?

Rob had gelijk. Ik kon niet zo boven een vrouwelijk lichaam mijn ding doen. Al dat zweet uit al mijn vetkwabjes wat al druipend op een vrouwenlichaam onder mij zou vallen. Dat was walgelijk. En dan de geur van mijn gezweet. Soms walgde ik van mezelf wat er in mijn okselharen was blijven hangen. Laat staan hoe de rest van mijn huid rook.

Daar zou inderdaad elke kut van opdrogen.

De Sahara, zei Rob? Het was meer de Atacama in Chili.

Volgende week maandag het vervolg. Alvast verder lezen? CHECK HIER.

Ik app of e-mail je volgende week graag de link, zodat je het niet vergeet.


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Uitbraak.
‌📗 Ik heb een boek over Charlie geschreven: > Vrouwen die Charlie haten. Die kan je prima lezen zonder voorkennis van de andere blogverhalen.‌
📷 Foto via @lastnightsparty

Bezoek mijn store voor > boeken en merchandise

Ontvang elke week persoonlijke bekentenissen van Darko in je mailbox: