Vervolg van 1.8 Vergeet me

Ik was nu al moe en het was nog niet eens half elf. Nog anderhalf uur tot de lunch. Nog 6,5 uur tot 17.00 uur. Alle mensen... Als dit elke dag zo ging zijn. Tot in den eeuwigheid. Wat had ik dan voor leven?

Koffie. Ik had koffie nodig. Vanavond misschien maar op tijd naar bed gaan. Anders ging ik de vrijdag nooit levend halen.

Elke verdieping had minstens drie koffieautomaten. Deze werkgever begreep de essentie van cafeïne. Behalve dan dat de koffie niet te zuipen was. Waterige drek dat mijn kaakspieren bij elkaar liet trekken. Het gaf me niet alleen een vieze adem. Het liet mijn darmen dingen doen die ik nog nooit had meegemaakt. Ik bespaar je de details.

Ik ging bij een automaat staan. Een touch-screen-apparaat. Zo’n scherm waar je niet te zacht maar ook zeker niet te hard moest drukken. Ik moest minstens vier menu’s door om suiker toe te voegen aan de koffie. Suiker ja. Anders was het echt niet te doen.

Wat was er mis met normale knopjes? Deze gedachte liet me glimlachen. En huilen. De millennial die vond dat de machine te digitaal was. Dat was grappig. En oh zo treurig. Dit ging mijn humor worden in mijn leven. Kantoorhumor. Ik was gedoemd om te mislukken dit leven.

Het apparaat spoot koffie in een kartonnen beker zoals mijn darmen me iets in de wc-pot lieten spuiten na het drinken van deze koffie. Ik onderdrukte een gaap door mijn kaakspieren aan te spannen.

‘Zo jongen. De nieuwe slaaf van Frits! En je bent nu al moe.’ Ik kreeg een klap tussen mijn schouderbladen. Een mollige man met piekhaar in een strak pak ging naast me staan.

Hij knikte naar mijn koffie. ‘Klaar?’

Ik haalde de beker eronder vandaan. Hij plaatste er een mok onder met de tekst ‘daddy-o’ erop en toetste toen een code in op het scherm. ‘733. Capuccino extra sterk. Onthoud de nummers en je hoeft nooit meer te veel te tikken.’

‘Ik heb niet zoveel met getallen’, zei ik maar. ‘Geef mij maar echte knoppen.’

‘Charlie is de naam toch?’ Hij gaf me een stevige hand en liet pas los toen ik knikte dat dit mijn naam was.

‘Ik ben Roel.’

‘En jij doet?’

‘Lang verhaal. Zullen we even een bakkie doen? Als je nu tijd hebt natuurlijk.’

‘Ik denk het wel’, zei ik. ‘Frits probeerde me uit te leggen hoe ik moest printen. Maar we kregen zoveel foutmeldingen op z’n laptop te zien. Hij is nu verhaal halen geloof ik bij facilitair.’

‘Ach. Die Frits maakt zich altijd druk om dingen waar hij zich niet druk om moet maken. Printen. Wie print er nog? Kom mee. We duiken even zo’n hok in.’

Ik volgde hem een vergaderhok in. Roel duwde met zijn voet de deur dicht en wees me een stoel aan. Toen ging hij zitten en zette zijn mok op de ronde tafel.

‘Hoe lang werk je hier al?’ Vroeg ik.

Roel barstte in lachen uit. Zijn buik schudde mee. ‘Te lang. Veel te lang. Maar het is een prima plek. Doen alsof ik druk ben. Net zoals ieder ander. Veel geld verdienen. Als iemand vraagt hoe het met je gaat of iets, antwoord altijd dat je druk bent. Serieus. Zeg het gewoon. Dat scheelt een hoop vervelende gesprekken. Het is een soort rookgordijn dat we met elkaar ophouden.’

‘Druk dus’, herhaalde ik.

‘Dus ook als je niet druk bent zeg je dat je druk bent. Gesnopen?’ Ik knikte en haalde uit mijn zak een klein notitieblokje die ik van Frits had gekregen. Ik schreef op: ‘Welke gek zegt nou het woord gesnopen?’

Roel knikte instemmend dat ik zijn woorden opschreef. ‘Heb je beetje zin in je nieuwe job?’, vroeg hij toen.

‘Ja’, zei ik, ‘behalve dan dat opstaan een hel is. Maar alles is beter dan in de hal bij een drukkerij werken. Dat was m’n vorige baan. Nou ja, bijbaan. Ik studeerde ernaast. Ik deed… ’

‘Ah ja. Leuk. Leuk. Knoop dit in je oren Charlie. Het heeft me exact een jaar geduurd voor ik in de gaten had dat niemand me echt begrijpt op dit kantoor. Dus als je af en toe een beetje vreemd voelt… Je bent niet alleen. Je zult vanzelf in het leven achter komen dat het in dit leven niet gaat om gelijk te krijgen. Serieus. Je gaat hier geen gelijk krijgen. Helemaal niet met een Arnold of een John boven je. Dus bespaar jezelf de energie. Anders word je een soort Frits. Overgevoelig voor alles. Constant tegen een burn out aanhikken. Hij is blij met je. Jij gaat ál zijn problemen oplossen. Succes daarmee zou ik zeggen. Die zit binnen drié maanden weer ziek thuis hoor. Ik roep het al járen.’

Deze man hoorde zichzelf te graag praten, schreef ik op. ‘Frits is wel oké toch?’, vroeg ik toen. Of zoals David Bowie zong: Putting out the fire with gasoline.

‘Ja hoor. Helemaal oké Charlie.’ Hij beet niet. Helaas. Ik had wel zin in een negatieve roddel. Want ik had niets beters te doen.

‘Weet je’, zei Roel toen, ‘negeer ook maar mijn gelul over Frits. Ik moet je ziel niet vertroebelen. Het leven gaat ook helemaal niet om gelijk krijgen. Ik hoef geen gelijk te krijgen over hem. Het gaat erom dat we begrepen worden. Het heeft me in dit bedrijf vijftien jaar gekost om met 100 procent zekerheid te kunnen concluderen dat iedereen met zichzelf en hun eigen trieste omgeving bezig is. Dus hoe kan ik begrepen worden als niemand de ander wil begrijpen? Dit kantoor is een gebouw vol zielen die hier elke dag binnen komen gewandeld en elke dag onbemind en onbegrepen weggaan. We houden elkaar voor de gek dat we een gemeenschap zijn. Het enige wat ons bindt hier is het salaris en de telefoon van de zaak. Heb jij al een telefoon?’

‘Volgens Frits krijgen mensen met een tijdelijk contract geen telefoon.’

‘Nee. Inderdaad. Je doet hetzelfde werk. Je hebt dezelfde verantwoordelijkheden. Maar je bent niet een van ons. Met je tijdelijke contract. Via een uitzendbureau zit je hier zeker?’

‘Ja. Nee. Detachering geloof ik. Of payroll? Ik snap de constructie niet helemaal. Maar als ik goed mijn best doe krijg ik hier een contract aangeboden zei hij.’

‘Belachelijk die constructie. Maar ja. Wie ben ik nou?’

‘Roel’, zei ik.

‘Wat is er?’

‘Ik beantwoordde je vraag’, zei ik.

‘Hoe bedoel je?’

‘Laat maar.’

Debiel, schreef ik op in mijn notitieboekje. Hij snapte ook al mijn humor niet.

Een klop op de deur. Frits stak zijn hoofd om de hoek. ‘Oh hier zit je Charlie. Vervelend dit hoor. Ik wist niet waar je was. Volgende keer wel zeggen, ja? Je kan printen. Maar je moet wel even naar Bas van ICT toe om rechten te regelen voor dat fotobewerkprogramma waar we het over hadden. Daar heb ik allemaal geen verstand van hoor. Echt niet.’

Hij keek toen naar Roel. Zijn blik had iets kwetsbaars. Voer voor pestkoppen zoals Roel. Ik dronk mijn koffie zo cool mogelijk op zoals een kantoorpikkie dat hoorde te doen: grote slokken nemen om zo snel mogelijk een nieuwe kop te halen, en zei toen: ‘Waar zit ICT eigenlijk?’

‘Einde van de gang. Je kan beter nu gaan voor de grote exodus naar de kantine begint’, zei Roel. ‘Of niet Frits.’ Roel begon hard te lachen. ‘Of niet Frits!’

‘Wat jij wil’, zei Frits met een rood hoofd. ‘Wat jij wil.’

Lees verder 1.10 Paint gebruiken om je ex uit foto's te knippen, omdat jij er zelf te leuk opstond


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Charlie op kantoor. Begin bij verhaal 1.1 De enige manier...
📗 Ik heb een boek over Charlie geschreven: > Vrouwen die Charlie haten. Die kan je prima lezen zonder voorkennis van de andere blogverhalen.
📷 Foto via @williambeauplant

Bezoek mijn store voor > boeken en merchandise