Vervolg van 1.9 Gelijk hebben is zoiets als gelijk krijgen maar toch niet helemaal

Na de lunch loodste Frits me door het klantonderzoekssysteem heen. Hij bracht het alsof het een of ander ingewikkeld niet te temmen beest was.

Ik had het met een oog dicht al vrij snel door wat de gedachte erachter was.

Ik schreef in mijn notitieboekje op: Te makkelijk.

Ik kon uit het ‘systeem’ de klanttevredenheidsonderzoeken halen en moest die al copy – pastend in een overzichtelijk rapport in PowerPoint zetten.

PowerPoint.

Laat dit tot me doordringen.

PowerPoint.

Onbegrijpelijk.

Om te huilen.

Microsoft PowerPoint.

Als Microsoft een kunstenaar was, was dit een kunstwerk die de massa zonder genade moesten verbranden. Dit was een belediging voor ieder mens die gevoel voor stijl en smaak had.

Anyhow.

Ik mocht in PowerPoint de getallen wat oppimpen met grafiekjes en andere onbegrijpelijke PowerPoint stijlmiddelen.

Dit was zo simpel als voor het eerst een pot verf, een kwast en een betonnen muur zien en snappen dat de verf via de kwast op de muur gebracht moest worden.

‘Heb je die rechten voor dat fotoprogramma al geregeld?’ vroeg Frits aan het einde van middag.

Ik keek naar mijn notitieboekje naar een bladzijde met daarbovenop gekalkt: To do list. De pagina was verder blanco.

Ik begon te stamelen. ‘Waar moet ik dat doen dan?’ Ik bladerde een pagina terug naar mijn aantekeningen met gesprek met Roel en zag de zin ‘je bent altijd druk’ staan.

‘Kom op Charlie. Sorry hoor. Even eigen verantwoordelijkheid.’

‘Ik was druk’, zei ik toen. ‘Druk!’

‘Met wat.’

‘Met dit.’ Ik wees naar het scherm. ‘Met jou.’

Frits zuchtte uitgebreid. ‘Einde van de gang. Bas van ICT is er nu nog.’ Frits keek op zijn horloge. ‘Ja sorry hoor. Ik ben vrij direct. Vrij direct. Ik heb het je vanochtend al gezegd.’

‘Zal ik het nu gaan regelen dan?’, vroeg ik.

Frits mompelde wat en ik nam aan dat dit een ‘ja’ was.

Ik stond op en liep langs het kantoortje van Arnold. De opperbaas. Hij zat daar achter een groot bureau, te kijken naar een blaadje. Ik liep door. Want praten met hem mocht niet van Frits.

In elk hok dat ik passeerde, zaten mensen druk te vergaderen. Achter laptops, voor whiteboards, staand of hangend in een stoel. Sommigen plakten heel fanatiek post-its op de muur. Die dingen kende ik wel. Je betaalde een godsvermogen voor een paar plakkende gele blaadjes.

Al dat gepraat van al die mensen. Wat kwam daar nou allemaal echt van terecht ooit? Nou?

Waarschijnlijk kreeg ik het antwoord nooit te horen.

Aan het einde van de gang vond ik een dichte deur met een Star wars-poster op de deur geplakt. Ik klopte en deed de deur open. Een klein hok. Het rook naar zweet en spiritus. Hier paste nog net een bureau in met een plant. Ik zag twee benen, bungelend uit het raam. ‘Bas van ICT?’ vroeg ik.

De voeten keerden terug op de vloer. Een kreun was te horen. Hij draaide zich om. Gekleed in een blauw overhemd met korte mouwen, zijn rechterarm ondergetatoeëerd, zijn zwarte haren alle kanten op. In zijn mond bungelde een sigaret.

‘Wat mot je?’

‘Rechten voor een fotobewerkprogramma.’

Hij blies de rook uit en begon toen met een spuitfles Glassex rond te sprayen.

‘De geur van schoonmaakmiddel blijft langer hangen dan deodorant’, mompelde hij. Vervolgens drukte hij de peuk uit in de plantenbak. ‘En wie ben jij?’

‘Charlie. Ik ga Frits ondersteunen.’

‘Aaah. Het nieuwe schoothondje van Frits. Leuk voor je.’

‘Ik heb dus rechten nodig voor Photoshop.’

‘Photoshop?’, lachte hij.

‘Ja. Photoshop.’

‘Wat denk je dat dit is? Een hippe startup waar we met Macbook airs, mannen met baarden, .io-domeinnamen en waar we Photoshopprogramma’s rond lopen te strooien? We zijn de saaiste meest ineffectiefste on-innovatiefste plek van Nederland en jij vraagt om rechten voor Photoshop?’

‘Frits zei dat.’

‘Frits moet eens ophouden met dingen beloven en eerst gewoon eens overleggen. Die valse nicht.’

‘Denk het.’

‘Denk het. Wat ik voor je heb is Paint shop pro. Prima programma om puistjes mee weg te poetsen en decolletés dieper in te maken en je ex weg te snijden uit je vakantiefoto’s op Bali. Maar dat kost ons wel een hoop geld. Per gebruiker. Wat ga je ermee doen eigenlijk? Waar heb je het voor nodig dan? Heb je wel een toestemmingsverklaring?’

‘Oh. Ik ga rapporten maken. Beetje tabellen oppoetsen en dergelijke’, stamelde ik. ‘In PowerPoint.’

Ik legde de nadruk op het woord ‘point’. Voor de vorm herhaalde ik het. ‘PowerPoint.’

Ik zag een lichte verbazing in zijn ogen. Hij begreep mij.

‘En wat is er dan in godsnaam mis met Paint?’, bulderde hij toen.

Ik wist niet wat ik moest antwoorden. Ik kon beter flauwvallen. Eerst PowerPoint. Nu wilden ze me in Paint laten werken? ‘Is dit een grap?’, vroeg ik.

‘Lach ik?’

‘Paint?’

‘Waar is je toestemmingsverklaring?’

‘Toestemmingsverklaring?’

‘Ik heb inkoop- en boeknummers nodig. ATB-formuliertje erbij. Een handtekening van je leidinggevende. Een uitgebreide beschrijving hoe vaak je het gaat gebruiken. Dus. Heb je die?’

‘Nee?’

‘Moet ik dan ook alles zelf doen?’

Hij zuchtte, keek naar zijn scherm en begon driftig te klikken met zijn muis. Uiteindelijk kwam er naast hem een papiertje uit een printer gerold.

Hij gaf me het formulier zonder me aan te kijken.

‘Als je ‘m hebt ingevuld, leg je het in dat postbakje daar.’

Hij wees naar een open kast tegen de muur aan met een postbak waar minstens veertig A4’tjes opgestapeld lagen. Het zag er indrukwekkend uit.

‘Bovenop?’

‘Ja. Ik werk wel van onder naar boven. Dus dan weet je dat.’

‘Dan weet ik wat?’

‘Dat ik druk ben. Anders nog iets?’

‘Nee?’

Hij wuifde me weg met zijn handen.

Rare vent. Ik liep gedesillusioneerd terug naar mijn plek. Frits was er niet. De andere collega’s keken ongeïnteresseerd naar hun schermen.

Het formulier zag er niet uit. Bij de ene vraag stonden er stippellijntjes, bij de andere vraag een lange streep. De termen zeiden me ook weinig.

Roel kwam met een kartonnen beker in zijn hand naar me toegelopen. Misschien kon hij me redden.

‘Waarom kijk jij nou weer zo serieus?’, vroeg hij.

‘Ik heb een fotobewerkingsprogramma nodig, maar ik moet een formulier inleveren.’

Ik gaf hem het formulier.

‘Ah, de vrijgeleide 38’, zei hij.

‘De wat?’

‘Asterix en Obelix?’

‘Wat moet ik doen? Ik ga echt niet met Paint die tabellen opmaken. No way. Dat is beneden mijn standaard. Beneden elk standaard.’

‘Regel 1 is: blijf rustig. Dit gaat niet om jou. Het is maar werk.’

‘Paint. Roel. Paint.’

‘Kijk. Het gaat om licentiekosten en die zijn waarschijnlijk niet meebegroot. Het moet toch van een potje afgaan. De enige die zich druk maakt om licentiekosten is chef inkoop en hij gaat niet eens over de betaling van die facturen. Dat zit bij afdeling crediteuren. En dat zijn van die zombies die alleen maar lopen te zeiken over inkoop- en boeknummers en ATB-formulieren. Als je ze de juiste nummers geeft, zijn ze happy. Zo gaat dat hier. Maar goed. Dan heb je wel een nummer en een handtekening nodig. Van Arnold.’

‘Ik mag van Frits niet met hem praten.’

‘Want?’

‘Hiërarchie.’

‘Kijk. Ik werk hier te kort om met pensioen te gaan, te lang om te vertrekken. Deze plek is een moeras. Elk jaar zak ik dieper en dieper in weg. Elk jaar wordt het moeilijker om mezelf uit deze wereld te trekken. De spijlen van de gouden kooi worden dikker en dikker. De vrije dagen, het salaris. Ik ben een slaaf van de secundaire voorwaarden. Nog even en ik loop hier de hele dag te zeiken over de kleur van de muur en weet ik veel wat. Maar hiërarchie is hier niet echt een ding. We zijn niet in Duitsland.’

‘Dus ik kan nu naar hem toe?’

‘Ah joh. Even binnenstappen en een hand schudden. Goed voor je profilering. Bedank me later. Profilering en zichtbaarheid is hier alles. Kijk, voor mij hoeft het niet zo. Maar jij wel. Jij hebt nog een heel leven voor je.’

Hij had zoveel zinnen nodig om antwoord te geven. Ik noteerde: lult veel, zegt weinig. Toen vroeg ik: ‘Profileren?’

‘Je hebt toch wel ambities?’

‘Niet echt?’

‘Wil je beetje geld verdienen?’

‘Ja.’

‘Dat is wat we ambitie noemen vriend. En om geld te verdienen moet je de ladder beklimmen. Dat doe je niet op diplomaatjes en niet op talent of productiviteit. Dat doe je door op tijd op werk te verschijnen en je te profileren. Handjes schudden. Vrienden maken. Werk aan je netwerk. Aan je PR. Gratis advies van mij.’

‘Dit is pas mijn tweede dag.’

‘Een perfect moment.’

‘Ik weet niet eens waar de toiletten zijn. Ik ben blij als ik vanavond in bed lig.’

‘Zo zwaar?’

‘Nou, vooral zwaar weekend achter de rug.’ En ik begon hard te kuchen.

‘Je hebt de hele week nog om bij te komen voor de volgende.’

‘Ik hoop het’, zei ik.

‘Moet ik je handje vasthouden naar Arnold of wat?’

Lees verder 1.11 niet voldoen aan de verwachtingen van anderen


🚬Je leest een verhaal uit de reeks Charlie op kantoor. Begin bij verhaal 1.1 De enige manier...
📗 Ik heb een boek over Charlie geschreven: > Vrouwen die Charlie haten. Die kan je prima lezen zonder voorkennis van de andere blogverhalen.
📷 Foto via @jessetallis

Bezoek mijn store voor > boeken en merchandise