Ben ik de enige persoon die wel eens nadenkt over wat je zou doen als je nog een jaar te leven hebt?

Wat zou jij doen? Je hebt nog 365 dagen. Daarna is het feestje over.

Kies je voor het avontuur? Alles doen wat je wil en dan groots en meeslepend? Of blijf je juist vasthouden aan de routine en vind je in de kleine momenten van het leven het ware geluk?

Een jaar lang volledig mindful leven. De blauwe lucht. Spelende kinderen. Een verwelkte paardenbloem. Wat is het leven toch prachtig.

Ik zou wel weten wat ik dan zou doen, want ik denk regelmatig na over deze vraag: sneller schrijven.

'Je moet leven alsof elke dag de laatste dag is.' Dat zeiden mensen op de middelbare school wel eens tegen mij. Net voordat ze een nieuwe peuk of joint opstaken of een shotje vodka naar binnen goten.

Leef alsof het je laatste dag is, wat gelijk staat aan jezelf verdoven?

Ik heb nooit helemaal begrepen wat ze nou echt bedoelden. Ik vroeg me af of ze het wel goed genoeg begrepen, het concept doodgaan. Ik denk namelijk niet dat ze het daar over hadden. Ik denk eerder over het loskomen van het normale. Het gezapige. Mooi woord trouwens: gezapig. Wat betekent: saai.

Niet: 'Leef alsof het je laatste dag is', maar 'Leef alsof je niet saai bent.'

Daar zit wat in. Je moet af en toe ontsnappen aan de saaiheid van het leven. Anders ga je nog denken dat je saai bent. Dus waarom ook niet met een joint in je mond en vodka in je maag?

In de film The Purge (2013) geven ze een heel andere twist aan dat ontladen. Want Amerikanen houden van geweld. Het uitgangspunt van de film: 'Om criminaliteit tegen te gaan, heeft de overheid besloten dat alle misdaden, waaronder moord, jaarlijks 12 uur lang zijn toegestaan. Deze periode wordt "The Purge" (de zuivering) genoemd. Tijdens de zuivering zijn geen van de hulpdiensten beschikbaar.'

De onderliggende boodschap van deze filmreeks is: geef jezelf een dag in het jaar over aan je bloeddorstige, gewelddadige verlangens en gedraag je als een idioot. Niemand zal je ervoor straffen.

In Nederland hebben we ook een keer per jaar een purge. Vooral onder de grote rivieren.

Die heet carnaval.

Hét moment om je normale masker van saaiheid te laten vallen en met z'n allen lekker gek te doen. Gekke kleren aan. Lekker veel zuipen. Erop los schreeuwen op nummers als 'Toet toet toeter op mijn waterscooter' en 'We hebben de L. We hebben de A. Lalalalala'. Lekker veel zoenen, beetje neuken. Het ultieme moment van het jaar om stoom af te blazen met elkaar. Want de rest van het jaar ben je: nuchter, bescheiden, beheerst, in controle, saai.

Volgens Neerlandicus Herman Pleij bevestigt het abnormale het normale in een land. Het maakt het nog duidelijker: zo zijn wij normaal, behalve met carnaval. Dan zijn we het tegenovergestelde.

Net zoals Prinsjesdag het ultieme voorbeeld is van hoe de politiek niet is: een koning in een koets, politici met gekke hoedjes op, luisteren naar een monoloog van de koning, alsof hij het voor het zeggen heeft. We hebben het ritueel nodig als zuivering. Even stoom afblazen. Om daarna weer een jaar lang normaal te doen.

Pleij schreef dit op in het hilarische boek Moet kunnen over onze collectieve mentaliteiten in Nederland. Want we zijn me wel een apart volkje hoor. Maar dat ter zijde.

Ik heb zelf trouwens ook wel eens carnaval gevierd. Ik ben opgegroeid in een katholiek dorp boven de rivieren. Ik had me als vrouw verkleed. Ik ben nog nooit zo vaak in mijn leven betast in mijn kont (IN JA) en geknepen in mijn neptieten als die avond. Ik ben ook nog nooit zo dronken geweest als toen. En mijn zusje, die ook op het feest was, heeft zich nog nooit zo erg geschaamd als toen.

Graag gedaan!

Het idee bij nadenken over je laatste jaar is natuurlijk een bevrijdende, veilige denkoefening. Want het is hopelijk nog niet je laatste jaar. Het werkt toch als een zuivering, hierover nadenken.

Wat vind je nou echt belangrijk? Wat wil je nou echt nog graag beleven? Toch maar eens die meeslepende vakantie boeken. Dingen ervaren.

Living life to the fullest.

Ik ben zelf toch meer van het gewone, niet van het uitbundige. Ook niet met carnaval. Een feest dat ik sinds ik de middelbare school niet meer vier. Dat uitbundige is gewoon niet mijn stijl.

Kijk. Ik ben sinds mijn jeugd al bevangen door de melancholie van het leven. De slogan 'memento mori' kwam ik al vroeg op het spoor en heeft me nooit meer losgelaten.

Het betekent: Bedenk dat je doodgaat.

Dus ik sta dagelijks op met het idee: ‘Dit kan mijn laatste dag zijn.’

Dus schrijf ik elke dag een stuk sneller dan ik me had voorgenomen. En ik open sneller een nieuw boek, terwijl ik het vorige nog niet heb uitgelezen.

Dit bevredigt mijn ziel enorm. Meer dan nadenken of ik de Grand Canyon wil zien, welke type drugs ik nog wil gebruiken en hoe ik 100 bedpartners verzamel in mijn leven. Als een soort steentje op je kroon.

Al schreef Spinvis dit mooier op in het nummer Club Insomnia.

Een steentje op een kroon

Nummer tweehonderdzes

En de teller staat niet stil

Het laatste wat je krijgt

Het hoogste wat je scoort

Is oogcontact van het eenzaamste soort

Veel mensen die ik hierover sprak, kunnen het zich moeilijk voorstellen dat ik dit zou doen. Maar ik denk echt dat ik nog sneller zou schrijven als mijn laatste uurtje is geslagen. Geen roadtrip door Amerika. Maar gewoon liggen op de bank met een pen en een stukje papier.

Ik heb een medeziel gevonden.

'De enorme troost die schrijven over het heelal biedt. Waarom is de aanblik van de sterrenhemel zo geruststellend? En ik heb de aanblik niet eens nodig. Voorstelling en beschrijving volstaan.'

Dit schreef Wolfgang Herndorf op 11 mei 2010 op in zijn weblog. Hij had een hersentumor en probeerde via een weblog zijn vrienden op de hoogte te houden van hoe het met hem ging. Later gooide hij de weblog openbaar en las heel Duitsland met hem mee. Tot aan zijn dood.

Zijn dagelijkse aantekeningen zijn in boekvorm verschenen en in het Nederlands vertaald als Leven met het pistool op tafel.

De kans op het overleven van de tumor was klein. Dus hij schreef een stukje sneller. Sneller dan de jaren daarvoor. Hij bracht tijdens zijn ziekte twee boeken uit: Tsjik en Sand. Tussen de chemo's, operaties en mentale inzinkingen in maakte hij beide werken af. Hij was er al jaren mee bezig en het schoot maar niet op. Maar nu, met de dood op zijn hielen, vond hij de kracht.

Ook ging hij het alledaagse anders beleven. Intenser. Hij zag meer schoonheid.

Op 5 juli 2010 schreef hij: 'Vroeger stelde ik me altijd voor dat de nachten het ergste zijn aan doodgaan. De nachten, het eenzaam in bed liggen en het donker. Maar de nachten zijn mooi en licht om te dragen. Elke ochtend is de hel.'

Wat hij schreef over het heelal is wat ik ook voel. Ik hoef het niet te zien om de kracht te ervaren. Ik kan het me voorstellen en dat schrijf ik op.

Voorstelling en beschrijving volstaan.

Desalniettemin is het goed om te ontladen. Om even iets anders te zijn, als bevestiging van wat je normaal wel bent.

Het is een soort psychologisch fenomeen dat je ook terugvindt tussen de lakens. Het is een verklaring voor waarom sommige vrouwen graag onderdanig zijn in bed. Omdat ze overdag een regelend, zorgzaam persoon zijn. In bed laten ze even de controledrang los. Net als die hoge piefen in Londen die graag 's avonds de SM-kelders bezoeken.

Volgens de Elvis onder de filosofen, Slavoj Zizek, zijn we stiekem allemaal monsters, die zich voordoen als beschaafde mensen. Gelukkig maar.

Wees wie je wil zijn, maar uit je alsjeblieft niet te veel, vindt hij. Gedraag je.

Zelfs op het moment waar we het meest onszelf zijn, spelen we onszelf.

We kunnen alleen onszelf spelen als we af en toe op een maffe manier stoom afblazen. 'A tribute to the superego' noemt hij het. Door bijvoorbeeld met vrienden elkaar even heel pervers, heftig en vernederend toe te spreken. Daarna speel je weer je normale zelf.

Zizek zegt dat hij nog nooit zulke aardige mensen heeft gesproken als lesbische sadomasochisten. Alle heftige, monsterachtige dingen die ze in zich hebben, uiten ze via seks. Wat overblijft zijn hele beschaafde, aardige, bescheiden vrouwen.

Zelfanalyserend kom ik tot de conclusie dat nadenken over de dood, elke dag weer, een perverse manier is van mijn superego om het monster in mij – dat alles zinloos vindt, omdat alles eindigt – tot kalmte te krijgen. Daarna ga ik over tot de orde van de dag. Als beschaafde, bescheiden, empathische, gevoelige, optimistische, levendige schrijver, die zin heeft om te creëren en te praten met mensen en elke woensdag jou een mail te sturen.