De mens is altijd onderdeel geweest van een familie of een stam. Je stond in dienst van dit grotere geheel. Dit wat we bijvoorbeeld nu nog erg in Rusland zien. Wat goed is voor Rusland, is goed voor de Rus. Niet andersom.

Wat ons bindt in een cultuur of familie zijn de verhalen die we elkaar vertellen. Wie zijn wij (geschiedenis)? Waarom zijn wij hier (betekenis)? Wat moeten we met z'n allen doen om vooruit te komen (de opdracht)?

Maar in het Westen hebben we dit conservatieve idee van traditie en cultuur losgelaten. In de 18de eeuw kwam het individualisme opzetten. Niet ‘Wat is ons verhaal?’, maar ‘Wat is jouw verhaal? Wie ben jij? Wat wil je? Wat verlang je? Wat wil je bereiken?’

Het ging niet meer om de cultuur van de familie of je land. Maar om je eigen legende te creëren (wellicht is het boek De alchemist daarom zo populair).

Hoe maak je jezelf een beter mens om te krijgen wat je wil? Wat wordt jouw heldenverhaal dit leven?

Dit betekende dat mensen in de 19de eeuw braken met hun familietradities. Ze gingen voor hun eigen geluk. Ze hadden geen zin meer om in de voetsporen van hun pa of ma te treden. Ook al gebeurde het al generaties lang. Mensen wilden het beste uit zichzelf halen. In de politiek. In zaken doen. In het leven.

The self made man kwam op.

Maar dit kwam met een mentale prijs... Meer en meer mensen werden gek. Ze werkten te hard aan hun succes die vaak uitbleef. Waar er een wint, verliest de rest. Daarnaast kon je niet meer terugvallen op je familie, want die hadden de meesten achter zich gelaten. De samenleving begon ook nog eens onvoorspelbaarder en drukker te worden.

Niet voor niets kwam de psychologie in de 19de eeuw opzetten.

Tal van nieuwe mentale ziektes traden op en die trend is niet gestopt.

Anno 2021 heeft een op de twee mensen een stoornis in Nederland. Een op de twee! 40 procent van de Nederlanders zal minimaal een keer in het leven in behandeling zijn voor mentale klachten.

Wereldwijd heeft een op de vier mensen een stoornis.

En hoewel mentale ziektes per cultuur en sekse kunnen verschillen, stijgt het aantal mensen met depressies, angststoornissen en verslavingen al jaren, wereldwijd.

Maakt de samenleving ons ziek of is het een biologisch component dat ons ziek maakt?

Ik neig naar het eerste. In deze prestatiemaatschappij, waarin we geacht worden allemaal mee te draaien in deze economie, in baantjes die of te stressvol zijn of betekenisloos aanvoelen, ligt mentale uitputting op de loer.

Wat enorm ironisch is. Want Nederland is tegelijkertijd het gelukkigste land van de wereld. Wat mij doet beseffen dat we het maximale qua geluk wel bereikt hebben. Beter dan dit wordt het niet en niemand voelt zich volledig tevreden.

Volgens mij is ultiem gelukkig zijn de grootste utopie (iets wat niet bestaat) in deze wereld.

Mijn belang is niet jouw belang. Dus een van ons twee zal meer ontevreden zijn in dit leven.

Net zoals je armoede nooit zou kunnen oplossen in een kapitalistisch systeem, want waar de een profiteert, betaalt de ander onderaan de ladder altijd de prijs.

Begrijp je?

Ik snap wel dat veel baantjes niet bevredigend genoeg voelen. We worden geacht ons een bepaalde rol aan te meten. Een rol die we niet per se zijn.

Neem een zorgberoep. Je wordt geacht empathie te hebben voor de patiënten die je verzorgt. Zoals filosoof Slavoj Zizek schreef in zijn  essaybundel Pandemie: 'de druk van constant aardig zijn'. Want empathie kost energie. Empathie trekt je bijna letterlijk leeg. Dat constant rekening houden met andermans gevoelens.

Of neem een beroep in de commerciële sector. Er wordt verwacht dat je passie hebt voor het product dat je verkoopt. Het begint al bij je sollicitatie waar je moet laten zien dat je 'affiniteit' hebt met een of andere suffe dienst waar je, tot je de vacature zag, nog nooit van hebt gehoord, maar waarover je nu met een pokerface doet alsof het je roeping was. Slavoj Zizek zegt dat dit ook energie kost. Elke keer creatieve oplossingen bedenken om een product aan de man te brengen waarbij je zelf weinig mee hebt.

Dan is er nog het aspect van de kantoorbaan. Degenen die dicht tegen het management aanzitten, die creatieve oplossingen moeten bedenken, zodat het bedrijf nog efficiënter en winstgevender wordt. Bij de overheid hebben ze het nooit over winst, maar hebben ze dezelfde obsessie om geldverspilling te voorkomen. Je wordt een slaaf van de kwartaalrapportages. Het doel heiligt de middelen. Ook dodelijk vermoeiend.

Het vreemde is dat we in het Westen de repeterende werkzaamheden hebben verbannen. Zoals fabrieksarbeid aan de lopende band. We vinden het eigenlijk inhumaan en laten het liever aan machines over. Maar het feit is dat dit werk niet verdwenen is. Ergens aan de andere kant van de wereld weven kinderen onze kleren. Zetten Chinezen onze telefoons in elkaar.

Dit is het ware gezicht van het kapitalisme. Iedereen kan rijk worden, maar in de praktijk is er een hele grote groep die arm wordt gehouden. Vaak degenen die fysiek het zwaarste werk doen, krijgen het minst betaald. Niet alleen in Nederland in het onderwijs of in de zorg. Maar ook in China, India of Taiwan.

Degenen die mentaal het 'hardst' nadenken, krijgen hier in Nederland de grootste salarisstrook. Maar ook zij voelen zich gevangen en ongelukkig.

Je hebt tegenwoordig de work hard, play hard-mentaliteit bij startups en andere startende bedrijven. Hustle jezelf naar een miljoen euro. De eigenaren vinden het vrij normaal om 80 uur per week te werken. Om altijd aan te staan. Begrijpelijk. Het is vaak hun eigen kapitaal dat in zo'n beginnend bedrijfje zit. Maar ze verwachten ook dat hun personeel er zo over denkt. Mensen met een privéleven, een gezin, met een vast salaris in plaats van aandelen. Natuurlijk hebben zij niet hetzelfde belang als Mr. Hustle. Maar toch worden ze gepusht om zichzelf te verbeteren. Om te allen tijde bereikbaar te zijn voor hun baas. Om te presteren.

Het verhaal van het individu is dit: werk harder aan jezelf om te slagen in het leven. Succes ligt binnen handbereik. Als je maar wil.

Dit is exact dezelfde mentaliteit die getalenteerde jongens op de voetbalvelden in Nederland horen. 'Doe beter je best. Niet alleen op de training. Maar ook daarbuiten. Alleen dan kan je slagen.'

In Nederland worden al 7-jarige jochies geworven door professionele voetbalclubs. 7 jaar!

In de hoop dat er een nieuw talentje tussen zit dat ooit voor een paar miljoen doorverkocht gaat worden aan een nog grotere club.

In de NPO-serie Voetbaldroom zien we hoe giftig deze omgeving is. Je ziet trainers tegen twaalfjarigen zeggen: ‘Werk harder. Dan word je gezien. Dan word je de nieuwe Ronaldo.’

De jongens (en sommige meiden) hebben op school status. Hun familie bewierookt ze. Ze zijn niet meer Jordy, maar Jordy die bij Feyenoord speelt. En zelf maken ze zich ook één met hun droom: ik ben iemand die ooit prof gaat worden.

Het feit is alleen dat slechts vijf op de honderd talentjes bij voetbalclubs het eerste elftal halen. Slechts twee van de honderd spelen meer dan twintig officiële wedstrijden in hun leven. Wat betekent dat 95 procent hun droom voor hun 18de al in duigen ziet vallen.

Ze worden als een baksteen losgelaten door de clubs. Met alle gevolgen van dien. Tot hun 18de of 21ste jaar stond alles in hun leven in het teken van de sport.

Op tijd naar bed. Geen feestjes. Een opleiding op lager niveau doen, om zo meer vrije tijd over te hebben. Leven bij gastgezinnen. Veel reizen. Van school wisselen die verbonden is met de voetbalclub. Ze hebben ontzettend veel offers gebracht en dan moet het volwassen leven nog beginnen.

Allemaal voor die ene droom. En dan opeens zijn ze niemand meer.

Veel van deze jochies vallen in een heel diep gat. Depressie. Zelfmoordneigingen. Velen willen geen bal meer aanraken. Niet alleen dat. Die clubs waar ze zoveel jaren hebben doorgebracht, laten niets meer van zich horen.

Het moment waarop je wordt verteld: ‘Sorry, we gaan niet meer met je door’, doen de clubs bewust per telefoon. Want een huilend kind aan tafel en een woeste ouder op de gang was toch iets te heftig allemaal.

Vind je het gek dat die jongens en meiden in zo'n diepe put vallen?

Het is de keerzijde van de belofte dat jijzelf de sleutel tot succes in handen hebt. Je voelt je een enorme sukkel als het niet lukt. Wie ben je dan nog?

In die NPO-documentaire interviewen ze de Zweed Martin Bengtsson. Inmiddels 35 jaar. Hij was een van de grootste talenten van Europa. Hij werd op 17-jarige leeftijd naar Milan gehaald om te voetballen voor Inter. De talenten woonden allemaal samen in een huis. Hij deelde zijn kamer met drie andere jochies. Aangezien je zo op elkaars lip zit, moet je vrienden met ze worden. Maar tegelijkertijd zijn al die jongens je grootste concurrent voor die ene positie op het veld, wat zorgde voor een aparte dynamiek in het jongenshuis.

Er was een avondklok. Ze mochten niet zonder toestemming boodschappen doen. Martin werd er gek van dat hij geen ruimte had om alleen te zijn. Hij voelde zich diep ongelukkig. Hij vond troost in de gitaar. Hij schreef in dat huis tientallen gedichten en lyrics en hing die op aan de muur om er naar te kijken en ze te herlezen. Toen hij voor een interlandwedstrijd voor het Zweedse elftal even niet in Italië was, rukten de schoonmakers al zijn teksten van zijn muur en gooiden die allemaal weg. Uiteraard in opdracht van de club. Toen hij terugkwam, brak hij. Hij deed kort daarna een poging om zijn leven te beëindigen in bad.

Ze vonden hem op tijd. In het ziekenhuis snapte het personeel niets van zijn zelfmoordpoging. 'Je hebt alles waar anderen van dromen. Een vooruitzicht op een carrière. Op veel geld. Je kan met elk model dat je maar wil naar bed gaan. En toch wil je je leven beëindigen.'

Maar hij was niet gelukkig in die droom. Hij voelde zich een gevangene in een wereld waar alles draait om mannelijkheid, geld en succes. Waar de jochies een product zijn in plaats van mensen. Hij zat opgesloten in een droom die hij niet meer wilde leven.

Wat me doet afvragen of wij niet allemaal in een droom leven die we eigenlijk niet willen leven.

Die hang naar erkenning van de ander. Naar 'succes', naar het perfecte gezin, de perfecte baan, de perfecte vakantie, het perfecte huis, het perfecte feest, de perfecte seks, het perfecte lichaam.

Alles om een fantastisch verhaal over onszelf te vertellen.

We zijn niet bezig met onze cultuur, onze familie of de toestand op aarde.

We zijn vooral bezig met onszelf. Om niet een gemiddeld leven te leiden. Een gemiddeld mens te worden. Met verwaarloosbare prestaties en ervaringen.

We betalen mentaal de prijs. En de aarde betaalt ook een prijs. Want onze consumerende manier van leven is niet vol te houden. Elk aangeprezen product op tv belooft ons meer vrijheid, meer blijheid en meer geluk. Maar geen enkel drankje of auto kan ons redden van onszelf.

Dit is wrang en vervreemdend.

Het biedt me troost dat zelfs in de 19de eeuw, toen er nog geen telefoon was, nog geen faxmachine, geen auto of vliegtuig, de mensen al gek begonnen te worden van het opkomende individualisme en consumentisme.

Ja, geloven in jezelf als the self made man, heeft onze westerse samenleving ver gebracht qua technologie en vooruitgang. Het voedt de prestatie. Maar waar de één succes heeft, hebben 99 anderen gefaald.

We betalen daar vroeg of laat allemaal een prijs voor.

Liefs,

Darko

Als je dit een inzichtgevende tekst vond en overweegt om mijn werk te steunen, dat kan via petje.af/tomsondarko. Eenmalige donatie of een maandelijks abonnement op mijn werk is mogelijk. Voel je overigens vrij om me te e-mailen met een idee voor mijn e-mails of iets anders wat je dwars zit.