Sommige mensen houden hun donkere periodes in hun leven graag verborgen voor je.

Waarom zouden ze die ook delen met een half-vreemde zoals ik? Er valt meer te verliezen met kwetsbaarheid dan dat er iets te winnen valt.

Sommige mensen zetten die donkere periodes in hun leven om in een verhaal vol positiviteit en optimisme.

‘Eens had ik het zwaar. Maar nu waardeer ik de kleine dingen en dat is een verademing!’

‘Eens trok ik me alles heel persoonlijk aan. Maar nu heb ik die negatieve mensen uit mijn leven geknipt en kijk mij hier eens lachend staan!’

‘Eens zat ik elk weekend aan de drugs. Nu mediteer ik me elke dag een ongeluk. Moet jij ook eens doen. Hier. Ik heb een app voor je.’

Ik hoor ze.

Begrijp me niet verkeerd.

Ik ben blij voor ze. Voor deze verandering in hun leven.

Maar toch wil ik liever alles weten over hoe zwaar ze het hadden. Waarom ze het zich zo persoonlijk aantrokken. Wat er in hun leven is gebeurd waardoor ze in die donkere spiraal terechtkwamen.

Ik geloof het allemaal wel, dat ze nu de pijn omarmen, affirmaties bij het opstaan opzeggen en ze het leven meer waarderen.

Maar het gesprek blijft aan de oppervlakte.

Ik voel toch liever een connectie met je als ik hoor waar de pijn vandaan komt. En als je openstaat voor mijn verhaal, heb je een band voor het leven.

Want in het lijden van de ander zit de herkenning en het maakt de ander meer mens dan de positieve goeroepraat die we allemaal kennen.

Yuval Noah Harari is historicus en schrijver en vindt het lijden van de mens de sleutel in zijn werk.

Ik begrijp hem volledig.

Hij is niet geïnteresseerd in hoe het Romeinse rijk de macht greep en wat de oorzaak van welke oorlog was.

Hem boeit het juist het meest of het Romeinse rijk het lijden van de inwoners minder heeft gemaakt.

De grote vraag van het leven is niet wat de zin van dit alles is. Nee. Ook niet op welke manier je een God tevreden stelt.

Harari’s fundamentele vraag over het leven is: ‘Hoe bevrijd je jezelf en anderen van het lijden?’

Hij bekijkt de geschiedenis via de bril van macht én het menselijk lijden in het geweldige boek Sapiens.

‘We zijn als mens heel goed in het creëren van macht. We zijn niet zo goed in die macht omzetten in geluk voor de inwoners.’

Ik dacht aan deze wijsheid bij het lezen van het boek De Prooi van Jeroen Smit. In dit boek onderzoekt hij de ondergang van ABN Amro in 2008 toen die met staatssteun gered moest worden.

Het boek begint in de jaren ’80 en eindigt op het moment dat minister Wouter Bos ABN Amro nationaliseert in 2008.

Je ziet dertig jaar lang een strijd om macht in de wereld. ABN Amro wilde zo graag een universele bank worden. Op meerdere markten dominant zijn. Die zette alles in het werk om dat te bereiken.

Medewerkers hogere bonussen geven dan het gemiddelde jaarsalaris van een ABN Amro-directeur bijvoorbeeld. Het overnemen van tal van banken in het buitenland, zonder dat het echt een toegevoegde waarde had. Elke twee jaar van strategie veranderen.

Alles om invloed te vergroten.

Maar het tegenovergestelde gebeurde.

Ze werden qua omzet wel groter, maar de kosten stegen en stegen maar.

Niet alleen dat. De bank verloor grip op het personeel.

De werknemers werden niet gelukkiger door de machtshonger. Ze voelden zich eerder vervreemd.

Na 2002 ging het snel bergafwaarts met de bank.

Door de arrogante houding hadden ze nauwelijks geïnvesteerd in relaties met hun aandeelhouders, in klantcontact of in warme banden houden met politiek Den Haag.

Een agressieve aandeelhouderspartij was er klaar mee en vond dat ABN Amro opgesplitst moest worden, zodat iedere aandeelhouder kon cashen.

Ik bespaar je de details, maar ABN Amro had nauwelijks grip meer op wat er gebeurde in de jaren die volgden. Ze wilden zelf het liefst fuseren met de Britse bank Barclays. De Nederlandse overheid zag liever een fusie met de Nederlandse ING zitten. En toen kwam er een vijandelijke overname van een consortium die een veel hoger bedrag bood dan Barclays.

Het consortium bestond uit drie banken die, zoals die agressieve aandeelshouderspartij had bekokstoofd, ABN Amro zouden overnemen en in drieën zouden verdelen. Alle aandeelhouders zouden er rijkelijk voor beloond worden.

Dat betekende dus het einde van een Nederlandse bank die al meer dan honderd jaar bestond.

ABN Amro hoopte op steun van de politiek, van het Nederlandse bedrijfsleven, van de eigen aandeelhouders én van andere Nederlandse banken om dit tegen te houden. Om op te staan voor de Nederlands trots en economie.

‘Je kunt je toch niet voorstellen dat een fundament van onze samenleving in buitenlandse handen valt?’ was het argument.

Maar het boeide eigenlijk niemand meer wat. De bank had de afgelopen dertig jaar al hun krediet (knipoog, knipoog) verspild.

De top van ABN Amro had zich totaal vervreemd van de rest van de wereld door hun honger naar macht, in plaats van connectie.

En dat is best pijnlijk. Een Nederlandse bank met zo’n rijke historie die uiteen viel. Daar was de klant, het personeel en Nederland zelf uiteindelijk niet bij gebaat.

Niemand werd hier ‘gelukkiger’ van, behalve de aandeelhouders.

En toch gebeurde het.

De Nederlandse tak van ABN Amro kwam in handen van het Belgische Fortis.

Toen de kredietcrisis in 2008 uitbrak, bleek Fortis een heel groot gedeelte aan foutieve leningen te hebben.

Ze stonden op omvallen.

De Nederlandse overheid greep in en kocht het Nederlandse gedeelte terug voor 18 miljard euro.

18 miljard euro!!!

Ons belastinggeld.

Absurd.

Het boek De Prooi laat fantastisch zien hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren.

Je zit als een vlieg op de muur in de CEO’s kamer. Dertig jaar lang.

Fascinerend.

Het zijn net mensen, die directeuren.

Voorbeeldje. Toen ze aan het onderhandelen waren over een overname door Barclays waren ze niet per se bezig met wat dit betekende voor het personeel of de klanten. Nee, de directeuren waren vooral bezig met welke positie zij zelf zouden krijgen bij de fusie en welke aandelenpakketten verzilverd konden worden.

Lol.

Oké.

Even terug naar Harari.

Harari noemt macht en geluk de grootste paradox van onze mensheid.