Niets is lekkerder dan psycholoog spelen met een ander. Collega's, vrienden en familieleden bespreken als verkapte vorm van elkaar vlooien. Wat een narcist! Typisch gevalletje borderline. Duidelijk autistisch gedrag. Wat een neuroot zeg. Even iemands gedragingen analyseren en een diagnose stellen. Daarna lekker hard lachen en jezelf nog superieurder voelen.

Heerlijk!

Wat is er mis met je zelf boven anderen zetten? Fantaseren over dat je best bijzonder bent. In ieder geval minder gek dan de anderen om je heen.

Gewoon een gezonde dosis narcisme. Niet jij bent het probleem. De ander.

Maar de grap is dat positief narcisme helemaal niet bestaat.

We misbruiken die term als we anderen of onszelf labelen. Als we het over narcisme hebben, bedoelen we waarschijnlijk eerder individualisten en egoïsten.

Narcisme is geen pretje, zegt schrijver Frans W. Schalkwijk in het boek Narcisme. Het is een heftige stoornis.

De echte narcist heeft namelijk een volledige afwezigheid van empathie.

Die kan zich gewoon niet voorstellen dat een ander persoon ook behoeften en gevoelens heeft.

Schalkwijk vergelijkt narcisme met kleurenblindheid. Aan iemand die kleurenblind is, kan je niet via woorden alsnog laten zien welke kleuren er zijn. Onmogelijk.

De narcist heeft zich een verwrongen wereldbeeld aangemeten waarin die zelf overmatig fantaseert over zijn eigen genialiteit, grenzeloze succes, grenzeloze macht en de ideale liefde.

De ander is slechts de bewonderaar die dit wereldbeeld kan bevestigen.

Je hebt ook nog een tweede vorm van narcisme.

Die is veel minder zichtbaar, maar ook heftig.

Dit wordt de waakzame narcist genoemd.

Deze persoon idealiseert juist de ander.

Als de ander groot is, ben ik ook groot.

Die fantaseert over 'Als ik er niet was, stelde de ander niets voor.'

Die stelt zichzelf in gedrag volledig in dienst van anderen.

Die is enorm gericht op het pleasen, ophemelen en helpen van mensen.

Maar er is een maar. Er is altijd een maar.

De waakzame narcist verwacht dat de ander deze dienstbaarheid vroeg of laat inziet en er ook iets voor teruggeeft.

Bijvoorbeeld een compliment.

Het is die moeder die je verzorgt en vertroetelt en dan een compliment van je verwacht.

Zo niet, dan leidt dit tot een woede-uitbarsting.

Het is de tweede man achter de succesvolle partner of manager.

Het ware genie dat vroeg of laat ervan uitgaat dan anderen dit ook gaan inzien. En anders vertrekt die meteen met ontslag.

Kijk.

Een 'normaal' persoon heeft een goed evenwicht gevonden in tevreden zijn over zichzelf, weten wat zijn gebreken zijn en die in zekere zin accepteren.

Maar ook inzien wat je eigen aandeel is in bijvoorbeeld een ruzie.

Dat het soms gepast is om sorry te zeggen.

Wat je hiervoor nodig hebt, is zelfreflectie, empathie en de emoties schuld en schaamte. Door een goede zelfreflectie voel je soms schaamte (Waarom heb ik dat gedaan?) of schuld (Dat had ik niet moeten zeggen).

Je bent een autonoom wezen, maar je staat nog steeds in verbinding met de ander.

De wereld draait niet om jou. Soms pas je je gewoon aan. Want je snapt dat anderen ook gevoelens hebben.

Maar bij de narcist zijn de gevoelens van schuld en schaamte afwezig. Of nou ja, ze zijn er wel, maar die zet alles in werking om ze niet te voelen.

Waarschijnlijk is dat al in de jeugd ontstaan. De narcist heeft niet de waardering of liefde gehad die die nodig heeft. Daardoor heeft die geleerd dat die op niemand kan vertrouwen.

Niet alleen dat. De narcist heeft ook de les geleerd dat je kwetsbaar tonen, een averechts effect heeft.

Die is zo extreem afgewezen, dat die die gevoelens niet meer wil ervaren.

Moet je je eens voorstellen.

Dat je in je jeugd om wat voor reden dan ook op traumatische wijze emotioneel of fysiek bent afgewezen door je ouders.

Als je huilt. Als je bewonderd wil worden. Continu. Als je dan aan zelfreflectie gaat doen – Wie ben ik? – dan krijg je een heel laag zelfbeeld.

Een gevoel van schaamte en schuld.

De narcist wil dit daarom niet voelen.

Die kan niet aan zelfreflectie doen.

Een narcist heeft zijn volledige wereldbeeld en gedragingen gebaseerd op het voorkomen van schuld of schaamte.

De enige oplossing: jezelf geweldig vinden.

Schalkwijk geeft in het boek het voorbeeld van de sollicitatiebrief.

Een narcist schrijft een sollicitatiebrief. Niet zomaar een brief. Maar een geweldige brief. Die gaat er daarom eigenlijk al van uit dat het sollicitatiegesprek begint met een felicitatie en dat 'ie meteen een handtekening kan zetten onder het contract.

Waarom nog überhaupt praten? Ik ben toch de meest geschikte kandidaat?

De narcist kan zich dus niet voorstellen dat er misschien ook andere geschikte kandidaten zijn.

Dat de meningen van de mensen die je interviewen er ook toedoen.

Zelfs als je op papier de beste kandidaat bent, dan moet er ook nog zoiets zijn als een klik.

Maar de narcist kan hier niet over nadenken. Die kan alleen groots fantaseren.

Als iemand anders hem niet erkent in zijn grootsheid, voelt die zich kwetsbaar. Dan moet die een sollicitatiegesprek voeren en dan kan die dus ook afgewezen worden. En een afwijzing betekent dat je gevoelens krijgt van schaamte. Dat moet voorkomen worden.

Dus als die niet de juiste erkenning in het sollicitatieproces krijgt, trekt die zich al gauw terug.

Je hebt ook narcisten die niet zo extreem reageren. Maar wel extreme dingen voelen.

Ze kunnen bijvoorbeeld een enorme minachtende mening gaan vormen in hun hoofd over de mensen om zich heen die hen dwars hebben gezeten.

Het is eigenlijk heel treurig om te beseffen dat een narcist de rest van zijn leven altijd in conflict zal zijn met de buitenwereld.

Je kan misschien een liefdespartner erin laten tuinen. Of twee goede vrienden.

Maar de rest van de wereld zal zich niet zo makkelijk aanpassen aan iemand die niet aan zelfreflectie kan doen.

Narcisten zoeken wel eens hulp bij de psycholoog. Maar niet voor zichzelf. Maar meer: Waarom kan geen enkele liefdespartner aan mijn standaard voldoen? Waarom verbreken andere mensen de vriendschap met me? Waarom kan ik maar niet goed samenwerken met anderen?

Het is altijd de buitenwereld die zich niet aanpast. De narcist kan niet zien dat het zelf het probleem is.

Ik heb begrepen dat een narcist zich maar moeilijk laat helpen in therapie. Vooral omdat die akelig snel met de therapie zal stoppen als het allemaal te kwetsbaar wordt. Want een narcist bepaalt graag de regels. De ander staat in dienst van hem, niet andersom.

Pittig.

Ik heb medelijden met deze mensen. Dat je niet in staat bent om je in te leven in een ander is een heftige handicap. Dat zo'n persoon bijna altijd woedend reageert als die kritiek krijgt, is een heftige ervaring voor iemand die dit moet aanhoren.

Niet alles is kommer en kwel overigens.

Schalkwijk stipt aan dat iemand met een laag zelfbeeld in een relatie met de narcist echt tot bloei kan komen.

Degene die graag vertroeteld en verzorgd wil worden, kan zich heel fijn voelen bij een waakzame narcist.

Het gaat dan pas mis als de behoeften van een persoon in de relatie veranderen. Daar kan de narcist maar moeilijk mee leven. Met alle gevolgen van dien.

Als je een kleine introductie wil over narcisme. Dan raad ik je het boek Narcisme aan van Frans W. Schalkwijk.


😱 Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Elke vrijdag schrijf ik over je creatief uiten of een artiest die zijn lijden om heeft gezet in een kunstwerk. Alleen voor abonnees.
😏 Ik heb een nieuw boek geschreven. Het heet 'Ze gingen samen het toilethokje in.mp4'.
👀 Ik ben een dagelijkse e-mail begonnen. Over naar bed gaan met iemand die je niet mag. Je eenzaam voelen in een club vol mensen. Over de toxiciteit van je eigen perfectionisme. Abonneer je via https://petje.af/tomsondarko/. Als je niet zo goed weet wat je kan verwachten, schrijf je dan in voor mijn wekelijkse e-mail (gratis) of luister naar mijn wekelijkse spraakberichten (gratis).