Ik word misselijk van de bittere smaak.

Ik haat de geur van alcohol.

Ik moet er te vaak van plassen.

En ik laat dan van die hele pijnlijke boeren.

Ik zeg dan dingen die ik niet meen tegen mensen die ik nauwelijks ken.

Ik weet niet waarom ik zuip.

Misschien is het omdat ik zo graag ergens anders in mijn hoofd wil zijn.

Of omdat ik zo graag met haar wil praten, zonder dat ik me bewust ben van de stand van mijn handen.

Ik wil zo graag grappig zijn op een niet grappige manier.

Ik weet niet waarom ik het gebruik.

Als ik begin met één.

Komt er ook een twee.

Drie.

Nummer vier.

Dan zeg ik dingen als ‘ja doe er nog maar een’ en ‘hupsakee, nog een biertje of twee’ en ‘om het af te leren’.

Ik geef dan rondjes aan onbekende mensen terwijl ik rood sta op mijn bankrekening.

Ik verklaar al schreeuwend de liefde aan mijn vrienden.

Ik probeer bewegingen uit op de dansvloer die voor mij heel logisch voelen.

Ik lach heel hard om mijn eigen grappen zonder te weten of een ander reageert.

Ik wil na acht bier elke vrouw neuken die naar me terugkijkt. Maar ze beantwoorden vaak niet eens meer mijn vraag.

Ik weet niet waarom ik het consumeer.

Ik kom er niet meer door klaar.

Kan me vaak niet meer herinneren welke weg ik naar huis heb genomen.

Soms val ik op de bank in slaap met mijn kleren nog aan.

Ik word vervolgens te vroeg wakker met een droge mond.

Dorst.

Kramp in mijn buik.

Pijn in de kop.

Stijve spieren.

Graftakkenlucht uit mijn bek.

Waarom kwel ik mezelf zo graag?

Waarom onderga ik dit elk weekend weer?

Wanneer leer ik eens beter voor mezelf te zorgen?

Wanneer word ik eens die gespierde strakke droge fit boy?

Iemand die volledig in controle kan genieten, maar dan wel met mate?

Misschien morgen.

Of over week.

Volgend jaar is vroeg zat (woordgrap).

En anders vast over twee jaar.

Over vijf jaar sowieso.

Dan ben ik volwassen.

Dan ben ik pas echt verstandig.

Dan snap ik het leven.

Dan hoef ik mijn onzekerheid niet weg te drinken.

Proost.

Op 2019.

Een nieuw jaar vol katers en gaten in mijn geheugen.