Ik ben een fatalist.

We zijn gedoemd om te sterven op deze planeet. De mens stelt niks voor en we zullen ook nietszeggend aan een einde komen.

Als een meteoor, een virus of vulkaanuitbarsting het niet doen.

Dan doen we het zelf wel door de aarde uit te putten of door wij-zij denken.

Ik kan er niks aan doen. Zo werkt mijn brein.

Als jij je nog even druk maakt om de grote van je borsten, je onderkin en of je wel genoeg aandacht en likes krijgt op Instagram, fantaseer ik nog even wat ik zou doen als de zee onverwacht heel Nederland overspoelt en tot aan mijn voordeur komt.

De wereld is een gevaarlijke plek.

Daar verandert een twee jaarlijkse vakantie naar een all inclusieve niks aan.

Net zoals je bijna dagelijkse behoefte aan coke, mdma en amfetamine en alcohol je niet gaan redden.

Er valt namelijk niets te redden.

Hoe kom ik in godsnaam zo donker?

Ik houd zelfs rekening met een alien-invasie.

I kid you not.

Het enige wat ik uitsluit zijn zombies.
(Iets is levend of dood. Niet iets er tussenin.)

Maar voor de rest acht ik alles mogelijk.

Vraag me niet waarom ik zo fatalistisch ben. Vraag je af waarom jij het zelf niet bent.

Toen ik werd geboren stond de muur er nog in heel Europa. Om het Oosten te scheiden van het Westen.

Mijn herinneringen aan de televisie in de jaren ‘90 zijn Seedorf en die bal die hij tegen de keeper aanschoot tijdens de kwartfinale tegen Frankrijk. (over fatalisme gesproken)

En de Balkanoorlog.

Beelden van de belegering van Sarajevo.

Bombardementen op Belgrado.

De genocide in Srebrenica.

Mijn gehele tienertijd werd in beslag genomen door aanslagen in New York, Madrid en Londen.

Een invasie van Afghanistan.

Patatje Joppie*.

Een niet uit te leggen oorlog in Irak.

Mensen met een mening die in Nederland luguber werden vermoord.

Daarna volgde de instorting van de financiële markten door menselijke gierigheid.

Moet ik het nog hebben over de afgelopen tien jaar?

Mensen denken te ingewikkeld op internet.

Complot hier. Complotje daar.

Nee.

De wereld is helemaal niet zo complex en doordacht.

Het is vrij simpel.

All of humanity’s problems stem from man’s inability to sit quietly in a room alone

Zei Blaise Pascal.

Dat is het hele ding. We willen dingen en de ander wil ook dingen. Dat botst.

Conflict.

Daarnaast leven we op een aarde die ook dingen doet.

Want zo is natúúr.

Ik herhaal het nog maar een keer:

We zijn gedoemd.

Daarom omarm je als fatalist je lot.

Goed of slecht. Omarm!

Maar ik snap je.

Moet je een aanstaande kernoorlog omarmen?

Verdient Poetin een knuffel?
(Ik denk het wel. Juist hij. Heb je die tafels gezien waar die aan zit? Hoe beter je best doet om mensen op afstand te houden, hoe grager je mensen nabij wil hebben. Dat is een regel.)

Fatalisme is een coping mechanisme van mij.

Ik win altijd.

Als de ellende me niet overkomt, yeah, wat heb ik toch een geluk dit leven.

Als het me wel gebeurt, verrast het me niet, want ik was voorbereid.

Win-win.

Ik was niet geschokt door corona.

Ik was niet geschokt door Poetin.

Schakelt dit mijn angst uit?

Nee.

Maar het maakt me ook niet per se pessimistisch over de toekomst.

In tegendeel.

Het maakt me hoopvol.

Poo-tee-weet.

Ken je het boek Slachthuis 5 van Vonnegut?

Daar moet ik deze week weer aan denken als ik op Twitter in de ochtend beelden zie van de inwoners van Kiev. Een stad in puin, maar je hoort de vogels fluiten.

Poo-tee-weet.

De Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut was in Dresden tijdens het bombardement van de geallieerden op de Duitse stad. Als krijgsgevangene.

Besef: de oorlog was al bijna gewonnen door de geallieerden. Er lag niets strategisch in Dresden. Toch vonden de geallieerden het nodig om de Duitse stad in puin te leggen. 25.000 doden. 30 dagen lang stond de stad in brand.

Als 22-jarige Amerikaanse soldaat zat Kurt Vonnegut met 99 andere soldaten opgesloten in ‘slachthuis 5’ als krijgsgevangene. Het slachthuis was een geïmproviseerde gevangenis geworden. Hij schuilde tijdens het bombardement in de kelder van het gebouw. De kelder, waar normaal de varkens moesten wachten voor ze een pin door hun hoofd geschoten kregen.

Oh ironie.

Pas in 1967 publiceerde hij zijn roman Slachthuis 5, over het bombardement. Het is niet eens een oorlogsboek. Het lijkt meer op absurdisme.

Hoofdpersonage Billy Pilgrim wordt namelijk ontvoerd door buitenaardse wezens. Daar leert hij hun perspectief van tijd kennen.

Het is niet lineair, zoals we het op aarde ervaren. Maar heden, verleden en toekomst bestaan tegelijkertijd. Er is geen moraal. Geen oorzaak-gevolgwereld. De dood doet er daarom niet toe. Want als alles tegelijkertijd gebeurt, ben je dood én levend.

Ze geloven zelfs niet in vrije wil. De aliens zeggen: ‘De mens is de enige soort in het hele universum die in zoiets sufs gelooft als vrije wil.’

Na deze ontvoering begint Billy ook zijn leven tegelijkertijd te ervaren. Als jongen. Als soldaat. Als oorlogsveteraan. Als ontvoerde. Het leven na zijn ontvoering op aarde. Alles loopt dwars door elkaar heen in het boek, zonder dat je het overzicht verliest.

Het anti-oorlogboek werd een groot succes in de wereld. Het betekende de doorbraak van Vonnegut. Maar het schrijven van dit verhaal was een lange bevalling geweest. Hij heeft meer dan twintig jaar geworsteld om zijn ervaringen als soldaat goed op papier te zetten.

Hoe verwerk je een oorlog als mens? Waar vind je de zin in wat je overkomen is of wat je zelf hebt gedaan? Vonnegut leed volgens zijn kinderen en vrienden duidelijk aan posttraumatische stressstoornis. Ook al is hij daar nooit voor behandeld.

Het lukte hem pas dit verhaal goed op te schrijven toen hij die buitenaardse wezens erbij haalde. Dat element van tijd gaf hem een nieuw perspectief op de oorlog. Want als verleden, heden en toekomst tegelijkertijd bestaan, is er geen zin. Dan is het leven gewoon zoals het gaat.

Het is een zin die meer dan honderd keer wordt herhaald in het boek. ‘So it goes.’ Elke keer als een mens of dier overlijdt, of als iets gruwelijks wordt verteld, wordt het afgesloten met: ‘So it goes.’ Hoofdpersoon Pilgrim heeft deze wijsheid overgenomen van die aliens, de Tralfamadorians.

Het is grappig en ironisch, deze zin. Het is een fatalistische zin.

So it goes.

Maar ook treurig. De emotie van de dood wordt volledig weggehaald. Want zo gaat het soms in het leven… Mensen gaan dood.

Door bommen. Door kogels. Door een hartstilstand. Door Poetin.

En vervolgens gaat het leven weer door.

Dit zijn de laatste zinnen van het boek:

“It is so short and jumbled and jangled, Sam, because there is nothing intelligent to say about a massacre. Everybody is supposed to be dead, to never say anything or want anything ever again. Everything is supposed to be very quiet after a massacre, and it always is, except for the birds. And what do the birds say? All there is to say about a massacre, things like ‘Poo-tee-weet?’”

En dat is wat het zo hoopvol maakt.

De poo-tee-weet.

Want na de ellende komt er een nieuwe dag.

De vogels die er nog zijn, gaan door met fluiten. Net zoals de mensen die er nog zijn doorgaan.

Die verzinnen oplossingen.

Wij gaan niet dood.

Wij vinden een manier de komende jaren om hiermee om te gaan.

Dus als je angst voelt over dat wat komen gaat, ik begrijp je, maar angst vindt slechts plaats in je inbeeldingsvermogen.

Dat is geen goede toekomstvoorspeller.

Want het maakt niet uit wat er gebeurt.

Poo-tee-weet.

Ik weet wat angst is.

Ik ben bang voor treinreizen, eten in een restaurant met onbekenden, vastzitten in liften en andere ongemakken waar ik niet uit kan ontsnappen.

Paniekaanvallen zijn me niet vreemd.

De gedachte alleen al aan een treinreis gaf me een paniekaanval.

Angst om de angst heet dat.

Maar ik ben er van af gekomen.

Soort van.

Ik zat in de trein vorige week en ik zat al die berichten te lezen over Oekraïne.

Toen gebeurde het weer.

Versnelde hartslag.

Klamme handen.

Gevoel van dat ik hier dood neer kon vallen.

Dit ook nog. Poetin bombardeert Oekraïne plat en ik ben er niet eens in de buurt, maar krijg wel een paniekaanval van jewelste.

Tot ik dacht aan de belangrijkste les van therapie.

Poo-tee-weet.

Als ellende je overkomt in de trein, vind je altijd een manier om te overleven.

Dus laat die angst los dat je het niet overleeft.

‘Waarom zou je een paniekaanval niet aan kunnen?’ zei mijn psycholoog regelmatig tegen me. ‘Je maakt het groter dan het is. Ja het voelt zwaar klote. Maar je overleeft het. Je vindt een manier om door te gaan met je reis. Want je hebt altijd een manier gevonden om door te gaan.’

En hij had gelijk.

We vinden altijd een manier om door te gaan.

In goede en slechte tijden.

Wie zegt dat wij het niet aankunnen?

En dat maakt mij op papier meer een determinist** dan een fatalist.

Een determinist weet ook dat het geen invloed heeft op het lot. Maar niemand weet hoe het lot zal zijn. Dus kan je beter maar je best doen om er wat van te maken.

We kunnen het aan. No matter what.

Poo-tee-weet.

  • Ik raad je het boek Slachthuis 5 van harte aan. Het boek staat niet op Storytel.
  • Ontvang elke werkdag een tekstje van mij om 6.00 uur.
  • Al mijn aangeraden boeken uit mijn (dagelijkse) mails staan op deze vagina***.

Deze tekst komt uit mijn dagelijkse mail. Abonneer je ook via petje.af/tomsondarko en ontvang elke werkdag een tekst van mij.

* Patatje Joppie is in 2002 uitgevonden. Iedereen die pizza ananas of patatje Joppie eet wantrouw ik. Waarom wil je zo graag anders zijn? Wat heb je te verbergen? Heb je te weinig liefde in je jeugd gehad? Waarom ben je zo?

** Determinisme is een filosofie dat ervan uitgaat dat alles met een reden gebeurt. Niet door een hogere macht, maar door oorzaak en gevolg. Dit sluit daarom de vrije wil uit. Maar omdat niemand weet hoe de toekomst gaat zijn, kan je beter wel je best doen om er wat van te maken.

*** Dat was een grapje hè. Ik wist niet dat je boos zou worden om een tikvout.