Er zit een eenzaamheid in het beter oppikken van andermans pijn dan anderen. Je merkt beter dan wie dan ook op hoe relaties tussen mensen zijn. Hoe jouw relatie is met een dierbare. Het is alsof je alles tot je neemt wat er in een ruimte gebeurt. Je zenuwen zijn gevoeliger afgesteld.

Dit zit in je persoonlijkheid. Gevoelige baby's van vijf maanden oud zijn al opmerkzamer en omgevingsgevoeliger dan andere baby's.

Als dit je persoonlijkheid is, is de kans groot dat je een internaliseerder bent bij stress.

Dit is een copingmechanisme voor hoe je omgaat met afwijzing of een persoonlijke aanval.

Een internaliseerder denkt dat die zelf dingen moet veranderen.

Iemand met een externaliserende copingstijl verwacht bijvoorbeeld dat de omgeving iets moet veranderen.

Beide stijlen streven hetzelfde doel na: een poging om behoeften vervuld te krijgen.

Het is ook niet zwart-wit. Je kan een periode meer een internaliserende rol opnemen. En een andere periode juist een externaliserende behoefte hebben. Een mix komt niet vaak voor.

Internaliserende kinderen zijn geestelijk actief en willen graag veel leren. Ze zijn oplossingsgericht door zelfreflectie en door te leren van fouten. Ze denken dat de wereld beter wordt, als zij zelf beter hun best doen. Dit uit zich in zorgen voor anderen en snel een schuldgevoel hebben bij conflicten. Ook heeft een internaliseerder de angst om ontmaskerd te worden als bedrieger. Ze offeren zich bijna theatraal op in relaties met anderen en kunnen boos worden als ze hetzelfde niet terug krijgen.

Externaliserende kinderen zijn meer doeners. Impulsief. De enige manier om met angst om te gaan, is het gewoon uitvoeren. Er is weinig ruimte voor zelfreflectie en de schuld ligt vaak bij de ander of de omstandigheden in plaats van bij henzelf. Het leven is een reis van vallen en opstaan. Troost haal je op bij mensen, in drugs of andere bevredigende, ongezonde dingen. Ze voelen zich vaak slecht over zichzelf en om zelfhaat te voorkomen, geven ze anderen de schuld. Ook lossen ze deze vervelende gevoelens op door een nieuwe impulsieve actie op touw te zetten en zo wordt een vicieuze cirkel geboren.

Het zit dus in onze persoonlijkheid of we intern of extern zijn. Maar die copingmechanismen worden in stelling gebracht als onze ouders niet goed reageren op wat we doen.

Een externaliseerder wordt elke keer weer hard gestraft voor het gedrag. Een internaliseerder wordt juist niet serieus genomen en als een aansteller gezien. Die krijgt het gevoel dat er iets mis is met zichzelf.

Dit kan dus later in je leven volledig scheeflopen.

Internaliseerders zijn extreem gevoelig voor emotionele intimiteit in relaties. Ze verlangen naar diepgang met een ander. Juist om dat eenzame gevoel uit de jeugd op te lossen. Ze hebben direct door of iemand oprecht met ze is of niet. Als de signalen er niet zijn, keert die weer in zichzelf. Ze houden erg van zelfopoffering. Investeren (te) veel in relaties met mensen. Verwaarlozen zichzelf daardoor enorm.

De externaliseerder wil ook verbondenheid met de ander voelen. Maar creëert juist door het gedrag afstand. Ze lijken het ene te willen, maar doen het andere. Sneller boos, defensief, star, beledigd. Er zijn veel typen externaliseerders. Ze zijn bijvoorbeeld niet allemaal 'erg aanwezig' in hun gedrag. Maar het belangrijkste kenmerk is wel dat ze de schuld buiten zichzelf leggen. En hun gedrag is destructief.

Wat te doen als je een internaliseerder bent? Dan is het beter om meer te externaliseren. Wel op tijd je behoeften uitspreken, om hulp vragen en op tijd handelen. En een externaliseerder zou meer moeten internaliseren. Meer zelfreflectie, meer impulsbeheersing en nadenken voor die iets doet.

Lindsay Gibson (klinisch psycholoog) geeft in het boek Ongezien opgevoed deze adviezen:

  • Bewustwording. Weet wie je bent en ontdek wat je werkelijk voelt.
  • Erken je eigen sterke kanten. Bescheiden zijn en je nederig opstellen is vast erg vriendelijk. Maar ook zonde. Er is niets mis met inzien wat je goed kan en om dat te benadrukken. Het verhoogt je eigenwaarde en je zelfvertrouwen. De kans dat je verwaand wordt of als egoïst wordt gezien is namelijk niet zo heel groot.
  • Herhaal je jeugd niet bij je eigen kinderen. Verbreek de keten van familietrauma's die generatie op generatie worden doorgegeven.
  • Laat de fantasie los dat de ander die je pijn heeft gedaan tot inzicht komt. Dat gebeurt niet. Het ligt niet aan jou. Je hoeft niks te fixen.
  • Investeer in zelfcompassie. Houd van jezelf. En wees niet te empathisch naar anderen. Het is niet egoïstisch om grenzen te stellen. Zorg goed voor jezelf, bewaak je eigenwaarde.
  • Let op energieverlies veroorzaakt door andere mensen. Dat is een teken dat je te veel geeft.

Als je meer hierover wil weten, lees het boek Ongezien opgevoed van Lindsay Gibson.

Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Elke vrijdag schrijf ik over je creatief uiten of een artiest die zijn lijden om heeft gezet in een kunstwerk. Alleen voor abonnees.

Foto via https://www.instagram.com/fedeguendel/