De Fransman Meursault wandelde over het strand in Algiers en schoot met een pistool een Algerijn neer.

I'm alive. I'm dead. I'm the stranger. Killing an Arab.

Was het de hitte? Kwam het door de dood van zijn moeder, een poosje eerder? Kwam het door het antwoord dat hij gaf aan zijn vriendin Marie, toen ze hem vroeg: ‘Houd je van me?’ en hij zei: ‘Doet het ertoe?’

Kwam het doordat vriend Raymond zijn eigen Algerijnse vriendin psychisch en fysiek mishandelde? Kwam het door de groep Algerijnen die als wraak Raymond in elkaar sloegen, omdat Raymond zijn vriendin had vernederd? Kwam het door zijn baas, die hem een betere positie aanbood die hij weigerde, waarna de baas hem ambitieloosheid verweet?

Standing on a beach. With a gun in my hand. Staring at the sea. Staring at the sand. Staring down the barrel. At the Arab on the ground. See his open mouth. But hear no sound.

I'm alive. I'm dead. I'm the stranger. Killing an Arab.

De advocaat van Mearsault kan niet geloven dat hij geen rouw voelde bij de dood van zijn moeder. De rechter kan niet geloven dat hij niet in God gelooft. De aanklager kan niet geloven dat Mearsault een relatie met Marie begon, amper een paar dagen na het overlijden van ma.

I can turn and walk away. Or I can fire the gun. Staring at the sky. Staring at the sun. Whichever I choose. It amounts to the same. Absolutely nothing.

I'm alive. I'm dead. I'm the stranger. Killing an Arab.

De rechtbank kan niet accepteren dat een man als Mearsault terug kan keren naar de maatschappij. De overvolle publiekszaal knikt heftig mee. Wat moeten we met een man zonder moraal? Zonder berouw? Zonder spijt? Zo'n persoon is een gevaar voor ons allemaal.

De rechter vraagt waarom Mearsault de Algerijn vermoordde. Hij antwoordt: 'Het was de zon.' Op de vraag of hij spijt heeft, antwoordt hij: ‘Nee.’ Hij had meer een onbehagelijk gevoel.

Feel the steel butt jump. Smooth in my hand. Staring at the sea. Staring at the sand. Staring at myself. Reflected in the eyes of. The dead man on the beach. The dead man. On the beach. I'm alive. I'm dead. I'm the stranger. Killing an Arab.

Hij wordt ter dood veroordeeld. De priester bezoekt hem regelmatig in de dodencel. Hij kan maar niet begrijpen waarom Mearsault nog steeds God afwijst. Zelfs in de laatste uren van zijn leven.

Mearsault zegt:

‘Ik had op een bepaalde manier geleefd en ik had op een andere kunnen leven. Ik had het een gedaan en het andere niet gedaan. Ik had een bepaald iets niet gedaan terwijl ik dat andere wel had gedaan. En wat dan nog?’

De onbegrepen moordenaar in een onverschillige wereld. Niet de moord op de Algerijn werd hem aangerekend. Want Algerije was een kolonie van Frankrijk en blijkbaar is de dood van een Algerijn van mindere waarde. Maar dat Mearsault geen rouw voelde om de dood van zijn moeder. Dat hij geen liefde voor haar kende. Dat hij niet de verwachting van de wet accepteert: dat je spijt moet hebben van je daden tegen de mensen. Dat hij geen motief had.

Maar in Mearsaults ogen doet het er niet toe. Er is geen god. Er zit geen logica in liefde door te trouwen of je te verbinden. Er zit geen logica in rechtvaardigheid. Of in ambitie om hoger op een carrièreladder te komen. Er is alleen een lichaam waar hij in zit. Waarin hij vrij is om te doen wat hij wil, ook al vindt de samenleving van niet.

De wereld is onverschillig. Maar van de wereld mag hij niet onverschillig zijn. En dat moet hij bekopen met de dood.

In de laatste alinea van het boek De vreemdeling van Camus denkt Mearsault voor het eerst weer in lange tijd aan zijn moeder.

‘Geuren van de nacht, van aarde en van zout verfristen mijn slapen.

De wonderbaarlijke vrede van die slaperige zomernacht drong in mij door als een vloed.

Op dat moment, en aan de grens van de nacht, begonnen er sirenes te loeien.

Ze kondigden het vertrek aan naar een wereld die mij nu voor altijd onverschillig was.

Voor het eerst in lange tijd heb ik aan moeder gedacht.

Zo dicht bij de dood had moeder zich blijkbaar bevrijd gevoeld en klaar om alles opnieuw te beleven.

Alsof die grote woede mij had gezuiverd van kwaad, ontdaan van hoop, ten overstaan van die nacht van tekens en van sterren, stelde ik me voor het eerst open voor de tedere onverschilligheid van de wereld.

Door te ervaren hoe die aan mij gelijk was, hoe broederlijk haast, voelde ik dat ik gelukkig was geweest en het nog was.

Opdat alles volbracht zou worden en ik mij minder alleen zou voelen, restte mij nog de wens dat er veel publiek zou zijn op de dag van mijn executie en dat ze me zouden begroeten met kreten van haat.’

Hij, de vreemdeling, is één met de wereld en hoopt dat het publiek hem haat bij zijn executie. Zodat ze eigenlijk zichzelf haten.

Of zoals The Cure zong in het nummer Killing an Arab over dit boek:

I'm alive. I'm dead. I'm the stranger. Killing an Arab.


😱 Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Elke vrijdag schrijf ik over je creatief uiten of een artiest die zijn lijden om heeft gezet in een kunstwerk. Alleen voor abonnees.
😏 Ik heb een nieuw boek geschreven. Het heet 'Ze gingen samen het toilethokje in.mp4'.
👀 Ik ben een dagelijkse e-mail begonnen. Over naar bed gaan met iemand die je niet mag. Je eenzaam voelen in een club vol mensen. Over de toxiciteit van je eigen perfectionisme. Abonneer je via https://petje.af/tomsondarko/. Als je niet zo goed weet wat je kan verwachten, schrijf je dan in voor mijn wekelijkse e-mail (gratis) of luister naar mijn wekelijkse spraakberichten (gratis).

Foto via @alielayus