Zijn we hypocrieten als we antwoorden op de vraag 'Hoe gaat het?' met 'Prima', terwijl we ons helemaal niet prima voelen?

Zijn we hypocrieten als iemand bij het koffiezetapparaat even een 'balletje' opgooit over een verbetervoorstel in een project dat je samen doet en je echt denkt: 'Wat een walgelijk idee is dit', maar je antwoordt met: 'Interessant!'?

Zijn we hypocrieten als een kennis met wie je af en toe een biertje doet, een voorstel doet om een weekendje samen weg te gaan en je denkt: ‘NEE NIET HET HELE WEEKEND MET JOU’, maar je antwoordt met: 'Ik bekijk het even.'?

Je snapt wel dat ik nu 'we' schrijf, maar het eigenlijk over mezelf heb. Ik was de hypocriet.

Het punt met die collega is, als ik eerlijk antwoord met: 'Wat een kut idee', dan haal ik niet alleen zijn enthousiasme weg. Hij zou het ook nog eens als een persoonlijke aanval zien. Dus antwoord je maar met de nietszeggende woorden: 'Interessant'.

En bij die kennis, voel ik dat een 'Nee' toch harder aan gaat komen dan mijn bedoeling is. Dus zeg ik maar: 'Ik bekijk het even.'

Het is een soort verhullende manier van praten, waar we iets heel anders mee zeggen.

Volgens psychoanalyticus Lacan zijn dit symbolen. We praten de hele dag door in symbolen met elkaar. Omdat we op een onderbewustzijnsniveau beseffen dat we als we het één zeggen, de ander het anders gaat opvatten.

Als ik namelijk tegen die collega 'Wat een stom idee' had gezegd, had hij dit niet zo geïnterpreteerd, maar dit opgevat als een persoonlijke aanval. 'Wat heb jij tegen mij dat je me op zo'n directe aanvallende manier aanvalt? Je vindt dit idee niet kut. Er moet meer achter zitten. Je vindt mij gewoon kut!'

Daarom praten we zo verhullend met elkaar. Maar hier komt het gekke. In dat verhullende taalgebruik zit natuurlijk ook een andere boodschap en die voelen we ook allemaal aan. We zetten onszelf volledig klem. Want we weten toch allemaal wat iemand bedoelt als die zegt: ‘Bedankt voor je opmerking. Ik neem het mee.’ Die persoon neemt helemaal niets mee. Die zegt gewoon: ‘Fuck you.’

Lacan gebruikt het woord danaoi hiervoor. Dat was een gezegde in de oudheid dat betekent: een Grieks cadeau krijgen. Ze hadden het over het bekendste cadeau dat ooit gegeven is: het paard van Troje. Op het eerste gezicht lijkt het een fantastisch cadeau. Een houten paard! Wat een prachtig ding. Maar achteraf blijken er in dat houten paard soldaten te hebben gezeten, die diep in de nacht even de hele stad hebben afgebrand.

We geven elkaar de hele dag door Trojaanse paarden cadeau. Bijvoorbeeld als iemand net naar de kapper is geweest en je dit niet onbenoemd kan laten, maar je ook niet het feestje wil verpesten met dat het er niet uit ziet. 'Kappertje gedaan? Leuk.'

Ken je dat als je uiteten gaat met iemand en je wil graag de kosten betalen? Dan zegt die ander: 'Doe niet zo gek.' En jij zegt: ’Nee, ik betaal!' 'We doen gewoon fifty-fifty!' En jij weer: 'Laat me nou betalen. De volgende keer betaal jij.'

Dit is een dans van beleefdheid. Maar het wordt ongemakkelijk als het anders gaat:

'Ik betaal!'

'Nee joh. Ben je gek. Laten we fifty-fifty doen.'

'Oké. Is goed.'

Dan denkt die ander: je maakte een gebaar, maar eigenlijk kan je het niet betalen. Waarom maakte je dan dat gebaar?

We kunnen hier niet omheen. Deze symbolen zitten verweven in onze cultuur.

Symbolen zitten niet alleen verstopt in taal en beleefdheidsvormen. Ze vinden zelfs een uitweg naar de toiletpot!

Filosoof Slavoij Zizek zei dit over Franse, Duitse en de Angelsaksische toiletten (Amerika en Engeland).

In een Duits toilet bevindt het gat waar de stront in weg spoelt zich helemaal vooraan. Zodat de poep eerst op het plateau kan landen. Zo kan je die goed onderzoeken met de neus en kijken of er niks raars in zit.

In het Franse toilet zit het gat achteraan. Wat betekent dat de stront zo snel mogelijk moet verdwijnen. Daar hoeft niemand naar te kijken. Weg ermee.

De Amerikanen en Britten hebben een middenweg gevonden. De stront valt direct in het water, met een plons, zodat de stront erin blijft drijven. Zichtbaar, maar die kan je niet onderzoeken, want die valt door het water al half uit elkaar.

Zizek vindt deze toiletpotten geen toeval. Dit is de ideologie van deze landen. De toiletpotten zijn symbool van hoe deze naties naar zichzelf kijken.

De Duitsers staan bekend om hun reflectieve doordachtheid. Ook wel Duits conservatisme genoemd. De Fransen hebben last van een revolutionaire gehaastheid. Ook wel revolutionair radicalisme genoemd. En de Engelsen en Amerikanen zijn heel pragmatisch. Wat je terugziet in het Britse liberalisme.

Deze wc-potten zijn gewoon een vertaling van hun culturen!

Ik denk niet dat we hypocrieten zijn als we 'Interessant' zeggen, terwijl we bedoelen: 'Wat een kutvoorstel.'

Zoals gezegd: we voelen aan dat een directe manier van praten bijna altijd persoonlijk wordt opgevat, in plaats van dat het gaat over het onderwerp. We zijn overgevoelige wezens.

Het verbaast me daarom ook zo dat er op scholen en werkplekken zo gehamerd wordt op feedback geven aan elkaar. Het wordt zelfs officieel gemaakt. Dat je bij een eindbeoordeling aan het einde van het jaar verplicht wordt om feedback te vragen aan collega's. Omdat we dit best 'lastig' vinden, gieten we het in een vorm. '360 graden feedback' of de 'tips en tops'-methode. Volgens mij kan je er zelf ook nog wel vier noemen.

Ik verpest toch niet het feestje door je te vertellen dat in deze feedbacksessies nooit de volledige waarheid wordt gesproken? Bij het roddelen over een ander, wordt die persoon juist veel te negatief en gemeen of zwak afgeschilderd. Zwakker en negatiever dan die is. Maar in feedbackrondes worden de negatieve punten als 'verbeterpunten' gebracht, wat aanvoelt als een drol met een vlaggetje erin. Je moet er als ontvanger ook nog eens heel blij mee zijn. Je moet het zien als een cadeautje. Je mag je niet eens verdedigen. Want het is een leerpunt! Respecteer degene die dit tegen je zegt. Je moet zelfs 'Dankjewel' zeggen, terwijl je van binnen natuurlijk denkt: 'Wat ben jij een fucking hypocriet.'

Ik dacht op kantoor en tijdens mijn studie altijd: 'Wat je zegt tegen een ander, gaat gewoon over jezelf. Dus wat lul jij nou stom.'

Degene die moeite had met plannen, ging mij erom bekritiseren. Waar ze eigenlijk mee bedoelde: 'Ik kan het niet, dus jij moet het goed doen.'

Of degene die van duidelijkheid houdt: 'Je bent soms zo onduidelijk'. Ja hallo, doe eens wat meer moeite om me te begrijpen dan, in plaats van dat ik me moet aanpassen aan jouw chaotische manier van denken.

Je merkt het al. Al die ‘cadeautjes’ zitten me nog steeds dwars.

Afschaffen dit belachelijke systeem.

Feedback geven is een virus geworden.

In mijn wereld mag je alleen positieve feedback geven.

En dan bedoel ik niet de 'Interessant'- of 'Ga ik over nadenken'- of 'Nemen we mee'-feedback.

Maar de oprechtste vorm van feedback.

Dat je heel goed gaat nadenken wat je echt tof, goed en fijn aan de ander vindt. Dat vertel je zo enthousiast mogelijk.

Moet je dan eens zien wat er gebeurt in iemand anders ogen. En je zult merken dat de relatie met die persoon nooit meer hetzelfde is. Jullie zijn bijna vrienden geworden. Samenwerken gaat opeens veel makkelijker. Je vergeeft de mindere kanten van die persoon ook meteen. Of nog beter: je kan op het moment dat het even stroef gaat, het gewoon benoemen, zonder dat de ander je aan wil vliegen.

Weet je wat het is met positieve feedback geven? We kunnen het niet automatisch doen. Negatief praten over een ander of over onszelf gaat vanzelf. We hoeven er niet eens over na te denken. Onze negatieve radars staan de hele dag aan. Maar als het gaat om het mooie in een ander zien, moeten we echt moeite doen. Dan moeten we die ander echt gaan analyseren en in een ander daglicht stellen. Dat levert verrassende conclusies op. Niet alleen over de ander, maar ook over onszelf. Waarom we nou juist dat zo waarderen in die ander.

Dus eigenlijk had ik niet tegen die collega 'Interessant' moeten zeggen na zijn verbetervoorstel bij het koffiezetapparaat. Maar: 'Dit vind ik zo leuk aan je. Je bedenkt gelijk drie nieuwe oplossingen voor onze problemen. Laten we eens wat afspreken om hier verder over te praten.'

En tegen die kennis: 'Wat leuk dat je wat anders met mij wil doen dan bier drinken. Misschien kunnen we eens een dagtripje organiseren naar een museum?'

Deze tekst is als e-mail op 5 mei 2021 gedeeld als onderdeel van de woensdage-mail.