Ik verloor mijn woning met al mijn spullen erin. Een paar maanden nadat ik met mijn blog psychokiller was begonnen. De verzekeringsexpert had het nog nooit zo erg gezien. Ik was net een uur weg. Mijn andere huisgenoten waren ook niet thuis. Ik zag het pas de volgende dag op tv, op het nieuws bij RTV Utrecht. Brandweermannen die mijn woning ingingen.

Dat gevoel. Van alles kwijt zijn, maar niet jezelf. Dat is enorm dubbel. Dat geeft levenszin en het verlamt je tegelijkertijd.

Zoiets doet wat met hoe je de wereld ziet. Mijn leven was vanaf dat moment in tweeën gescheurd. Een leven dat ik ervoor had gehad en een leven dat daarna kwam.

Ik kan me niet meer zo goed herinneren of ik daarvoor bang was om alles kwijt te raken wat ik bezat. Waarschijnlijk wel.

Foto's, m'n laptop met al mijn verhalen, kleding, verzameld servies, boeken, de Xbox.

Maar ik kan je dit zeggen, als dit ook jouw grootste angst is: dat wat je nu voelt bij die gedachte dat een brand alles wegneemt, zo zal het niet zijn als het je overkomt. In tegendeel.

Ik heb geen traan gelaten om het spul. Jammer. Dat wel. Maar dat was het. Ja. Met mijn eerste geld, verdiend met het afwassen van borden in een café, gekochte geluidboxen. Duur. Maar oh zo fijn. De man in de winkel zei nog toen ik het kocht dat hier de verzameling van hifi-spullen begon. Ja. Die wilde ik de komende jaren wel uitbreiden.

Toen ik alles kwijt was, kickte de realiteit in. Het was onomkeerbaar. Dus waarom zou ik me hier druk om maken?

Nu ik dit zo geschetst heb. Wat denk je dat de reacties waren van collega's, vrienden, familieleden en vage Facebookvrienden? En dan bedoel ik de reactie na de 'Wat erg voor je!' en 'We denken aan je!'

Mensen begonnen mij te vertellen hoe erg het hun leek om al hun eigen spullen te verliezen. Hoe bang ze zelf waren voor een brand in een hotel, op kantoor of in hun eigen huis.

Ik neem het ze niet kwalijk. Dit is hun brein dat meteen dit soort associaties oproept met hun eigen angsten en delen is een manier om ermee om te gaan.

Ik weet hoe het voelt om alles kwijt te raken. Het gevoel is vergelijkbaar met wat je voelt als een dierbare is overleden. Het was exact dezelfde emotie.

Maar waarom tegen mij vertellen over je grootste angst? Als het mij net is overkomen?

Het maakt eenzaam. Dat een ander niet echt kon voelen wat ik voelde. Dat de ander niet echt een poging deed om mij te begrijpen. Wat het met mij deed. Dat mensen vanuit hun eigen perspectief vooral hun eigen gevoelens gingen delen en ik hen uiteindelijk aan het geruststellen was in plaats van andersom.

Ik was een halfjaar later op een tuinfeestje in Utrecht. Daar was iemand die de brand van mijn woning had gezien. Hij had er toen een biertje bij gepakt en was op het balkon gaan staan. 'Spectaculair!' vond hij het.

Tja. Hoe moet je reageren op zo'n verhaal?

Mentaal lijden is eenzaam.

Terwijl het niet per se heel eenzaam hoeft te zijn.

Maar mensen blokkeren. Kunnen het misschien niet begrijpen. Of willen het gewoon niet begrijpen.

Wat valt er ook te begrijpen als je het niet kent?

Maar weet je wat het stomste is wat er gebeurt?

Na een tijdje vergeten mensen dat je lijdt.

Bijvoorbeeld als je in een burn-out of depressie zit, vragen ze er niet meer naar. En na een tijdje nodigen ze je ook niet meer uit.

Wat begrijpelijk is. Want degene die lijdt, is degene die vaak op het allerlaatste moment afzegt. Die zich isoleert. Die ongeïnteresseerd over kan komen, omdat diegene zo druk is met zichzelf.

Maar die desinteresse, dat gebrek aan initiatief, dat is juist onderdeel van de ziekte. Je kan er niets aan doen. Hoe onbegrijpelijk en frustrerend het soms ook is voor de buitenstaander.

Mentaal lijden is letterlijk eenzaam.

Wat ook eenzaam maakt, is dat mensen je mentale ziekte doodzwijgen als je bij ze bent. Alsof het nooit gebeurd is. Alsof het een taboe is. Alsof je er geen last van hebt of hebt gehad. Alsof ze bang zijn dat ze een therapeut moeten spelen. Alsjeblieft niet zeg...

Ken je de Deense film Festen, waarin de hoofdpersoon in een landhuis tijdens een groot buffet het woord pakt? Zijn vader zit aan het hoofd van de tafel, als jarige. De zoon begint te vertellen hoe zijn pa hem seksueel misbruikte vroeger. Iedereen aan tafel zwijgt. Niemand reageert op zijn verhaal. Daarna zetten ze het allemaal op een zuipen en gaan ze de polonaise doen, door het hele landhuis heen.

Absurd.

Wat wel te doen? Wat zou ik moeten doen voor een ander die mentaal lijdt? Ik denk er gewoon zijn. Fysiek. Via een appje. Een mail. Gewoon laten weten dat je er bent. Meer is er niet nodig.

Maar dit vinden we toch zo moeilijk om te doen voor een ander.

Ook ik. Ook ik heb mensen tijdelijk verwaarloosd die mentaal leden. Ook ik 'vergat' het.

Het is gek. Gevoelens zijn er genoeg in de publieke ruimte. Als ik mijn favoriete app op mijn telefoon open, Teletekst, dan word ik overspoeld met emoties. En dat voor een nieuwsdienst die alles zo beknopt en zo droog mogelijk opschrijft.

Die boos, dan die weer verontwaardigd, dan die weer teleurgesteld, dan die weer geschokt, dan maakt die zich weer zorgen. Die directeuren, premiers, presidenten, voorzitters en politici voelen toch wat af met elkaar. De hele dag door extreme gevoelens ventileren bij journalisten.

Maar in ons dagelijks leven komen onze geventileerde gevoelens niet veel verder dan opgewonden raken van een eikel die ons inhaalt op de snelweg, dat smerige broodje van de Kiosk op het station, de verveelde verkoopster die de kassa liet vastlopen en degene die voordrong bij de snelkassa in de supermarkt.

Klinkt het heel somber als ik zeg dat we allemaal eenzaam aan het lijden zijn in ons hoofd, met onze eigen herinneringen, verwachtingen en staat van zijn? En dat ik nu kan zeggen: vraag eens wat vaker aan de ander hoe het nou echt gaat? Maar dat dit slechts een pleister is van ons eigen ongemak?

Heb jij ooit een personage in een James Bondfilm een arm om hem heen zien slaan wat geen voorspel van seks was, maar van warmte en liefde? Bijvoorbeeld net nadat hij dertig mannen kapot heeft geschoten en zo de wereld heeft gered? 'Hé James. Pittig man. Dertig mensen hadden ook jou kunnen vermoorden. Gaat het?'

Ik heb nu, negen jaar na die brand, nog steeds geen nieuwe geluidsboxen gekocht overigens. Ik heb regelmatig in de winkel gestaan. Maar ik voelde geen sparkle of zo. Terwijl ik met weemoed terugdenk aan mijn oude boxen. Hoe ze klonken in die woning. En waar ze stonden in de diverse huizen waarin ik heb gewoond. En nu maak ik mezelf wijs dat de geluidskwaliteit van Spotify, via een versterker naar een nieuw paar geluidsboxen, kutter is dan een cd. Moet ik een platenspeler nemen? Vinyl verzamelen? Is dat wat ik wil? En dan stap ik met lege handen de winkel weer uit.

Zoals je merkt, zijn mijn gedachten nog steeds onder invloed van wat me ooit is overkomen. Niet per se dat ik nu angst heb voor een nieuwe brand. Maar alles eromheen. Alles wat daarna kwam. De struggles. De moeheid. Andere angsten. Het kleurt mijn brein nog steeds.

Als jij mentale struggles hebt gehad, weet ik dat die je nog steeds bezighouden. Op de een of andere manier. Ook al voel je je nu 10.00 keer beter en gelukkiger. En als je er nu middenin zit, laat je me dit zeggen: het wordt beter.

Maar we lijden wel. Eenzaam en alleen.

Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Ontvang ook dagelijks een tekst van tomson darko over de melancholie van het leven.