de eenzaamheid van een station diep in de nacht
“De volstrekte eenzaamheid. In het urinoir van een groot station om één uur ’s nachts.”
Een vriendin vroeg me of ik weleens melancholisch werd van gebouwen in de avond.
Ze stuurde me deze foto:
Ze zei:
‘Ik loop hier bijna elke avond langs en op deze plek overvalt me steeds datzelfde vreemde gevoel. Moeilijk uit te leggen, maar het is net alsof het hier niet helemaal thuishoort. Alsof het uit een andere tijd is blijven hangen.
‘Het roept iets melancholisch op, met een vleugje nostalgie waar ik niet precies de vinger op kan leggen. Alsof er herinneringen of gevoelens in de lucht hangen die niet van mij zijn, maar wel voelbaar.
Heb jij dat ook weleens bij bepaalde gebouwen of straten?’
Sowieso een kleine melancholische zucht bij deze observatie.
Ik zei: ja. Vooral op een treinstation als je net uit de laatste trein van die avond bent gestapt. Dan overvalt de melancholie me. De kou in de lucht. Mensen die op hun fiets wegrijden. Het geluid van de wegrijdende trein. De stilte van de slapende stad. Iets dat er de hele dag was en nu weg is.
Het zijn ook een van de mooiste zinnen die in het dagboek van albert camus (1930-1960):
“De volstrekte eenzaamheid. In het urinoir van een groot station om één uur ’s nachts.”
En het doet me ook aan het liedje ‘Old Yellow Bricks’ denken van de Arctic Monkeys.
‘Who wants to sleep in a city that never wakes up?’
dit deed me denken aan die ene nacht
Ik was in een ver verleden ooit muziekredacteur.
We deden verslag van een festival in Paradiso. Dat was ooit een kerk en nu een poppodium in Amsterdam.
Het festivalletje begon overdag en ging tot na middernacht door. Daarna nog het laatste artikel uittikken op de zolder waar alle kantoren zaten. En dan een biertje drinken met de collega’s en dan was het voorbij.
Ik was zo moe dat ik een taxi nam naar Amsterdam Centraal Station (wat ik kon declareren).
Daarna liep ik het station op. Eerst naar het urinoir, ergens verstopt achterin het eerste perron. Dat bestaat na de verbouwing niet meer. Maar het was een gigantische, oude, vochtige, gure ruimte waar je ter plekke huidschimmel kreeg als je je gulp opendeed.
De eenzaamheid van Camus voelde ik volledig.
Daarna naar mijn perron toe, wachtend op de nachttrein naar Utrecht. Het was er nog opvallend levendig. Overal groepjes mensen. Ik had een rugzak om en een gast riep: hij gaat naar school!
Al zijn bro’s moesten heel hard lachen. Ik vond ’t op zich ook wel een goede grap, maar was vooral moe. Die moeheid die je in je lijf voelt na de hele dag en nacht werken, omringd door al die feestende mensen en veel geluid en veel getik op de laptop.
De melancholie was aanwezig in mij, wachtend op de trein.
Ik heb meer herinneringen aan die dag.
Ik weet nog dat ik die dag op mijn kop kreeg omdat ik de website niet goed had gevuld met de spelende bandjes. Ik zei sorry, maar weet tot op de dag van vandaag niet wat ik fout had gedaan.
En ik herinner me dat een andere collega fan van Arctic Monkeys was en ik zei: ik ook. En toen vroeg hij, als een soort overhoring, hoe de songtekst van ‘Old Yellow Bricks’ ging en hij begon met het zeggen:
‘Old yellow bricks Love’s a risk Quite the little escapologist Looked so miffed When you wished For a thousand places better than this’
Ik wist het niet en voelde me zo’n sul. Nu vind ik het vooral een gemene overhoring.
Aan die dag heb ik drie krachtige herinneringen overgehouden.
Nou, eigenlijk vier.
Florence + the Machine liep daar backstage neuriënd rond en ik vond haar muziek geweldig. Ze was opvallend klein vergeleken met mij. Een jaar later brak ze door bij het grote publiek. En laatst las ik dat ze in een uitverkochte Ziggo Dome stond.
Ik kan me niets van de terugreis herinneren. Net zoals niets van de dag ervoor en de dag erna.
Gek is dat hè. Al die dagen die we geleefd hebben, maar niet onthouden. En sommige dagen is er zoveel gebeurd dat we ze nooit meer zullen vergeten.
Melankolieke groet,
tomson darko