Weet je wat ik nou de meest treurige plek vind om te slapen?

Een hotelkamer. Dat is zo’n ruimte waar stelselmatig herinneringen worden uitgewist door de schoonmakers. Zodat het lijkt alsof je de eerste bezoeker ooit bent. Behalve dan misschien de versleten cijfers op de afstandsbediening, die toch iets van de geschiedenis van deze ruimte laten doorschemeren.

De hotelkamer. Dat is de plek die je een ‘thuisgevoel’ probeert te geven door er een bureau en een telefoon neer te zetten. Een fauteuil. Een strak opgemaakt bed. Wat frisse handdoeken van verschillende formaten in de badkamer. Een groot kussen en een nog groter kussen.

Maar hotelkamers laten je bewust en onbewust weten dat het gevaar altijd dichtbij is.

Zo kan het raam niet open, want stel je eens voor dat je een gedachte krijgt om te springen. Een gedachte die pas bij je ontstaat, omdat je het raam niet kan openen. En vervolgens kijk je naar beneden en besef je: best hoog. Als je wil gaan, dan kan dat dus hier. Als je het raam open krijgt.

Of de grote tekening bij de deur met daarop hoe je het snelst het gebouw via de trap verlaat bij een brand.

Het is de plek waar je je elke keer weer bewust wordt dat jij niet de enige slaper in dit gebouw bent. Als je de lift open hoort gaan om 23.00 uur ’s avonds. De voetstappen die je langs je deur hoort stampen. De tv-zender van de overburen die je vertelt dat RTL4 aan staat.

Het hotel. De enige plek waar je creatief met de ruimte wordt met je partner, om de spanning een beetje terug te brengen. Op het bureau, op de stoel, in bad, in de douche, op het bed, onder het bed, op de grond, voor het raam.

Het is ook de enige plek waar je afspreekt omdat thuis zogenaamd niet bestaat.

Het is de plek die je net zo snel weer vergeet als je via de lobby naar buiten loopt. Zoals je de uren durende file waar je net in zat vergeet als je de auto hebt geparkeerd.

Het personeel is inwisselbaar, doordat ze dezelfde kleding dragen en dezelfde omgangsvormen met de gasten hebben.

We komen niet per se naar een hotel toe om er een nachtje te slapen. Maar om ‘het andere leven’ tijdelijk te vergeten.

Net zoals je een prostituee niet betaalt om seks mee te hebben, maar juist zodat ze na afloop ook weer vertrekt.

Het hotel is een stofzuiger van de tijd. Van de herinnering. De perfecte moord op je geweten.

Elke dag weer een nieuw begin. Hetzelfde buffet. Dezelfde kamers. Geen morgen. Geen gisteren. Of je er nu wel of niet was. Het doet er niet toe. Want het wordt weer gewist. Het wordt niet gezien. Het volgt zijn repeterende regime.

Als niemand je echt heeft gezien in het hotel, ben je er dan wel geweest?

Deze tekst komt uit mijn dagelijkse e-mail. Ontvang ook dagelijks een tekst van tomson darko over de melancholie van het leven.