In de kleuterklas lag in de kledingkist een politiepak. Dat was van de echte politie geweest. Zo’n uniform dat ze niet meer gebruikten. Ik weet nog precies hoe het rook. Ik ruik het nog steeds als ik mijn bruine leren jas aantrek.

De jas was veel te zwaar voor mijn kinderlijfje en de politiepet was veel te groot voor mijn hoofd. Toch voelde ik me een politieman.

Soms kijk ik op YouTube afleveringen van Bassie & Adriaan terug. Vooral in die oude afleveringen dragen de politieagenten hetzelfde pak als wat ik droeg in de kleuterklas.

Als jij naar onze wereld kijkt, denk je dan ook wel eens: ‘De wereld is net een groot theaterstuk?’

Ik heb soms echt het idee dat bijvoorbeeld politieagenten gewoon politieagentje spelen. En de brandweer speelt de brandweer. En ambtenaren spelen ambtenaartje. En de premier speelt de premier.

Ik krijg dan kortsluiting in mijn hoofd als ik de volgende berichten lees op nieuwssites:

– Penningmeester van kerk gebruikte de kas om prostituees te betalen: ‘Ik voelde me alleen.’

– Ex-agent en havenmedewerkers Rotterdam verdacht van drugssmokkel

– De kinderarts die zijn eigen kinderen sloeg

Het afgesproken theaterstuk klopt niet meer. Bij politici heb ik juist een omgekeerde error. Als een politicus niet een politicus speelt, maar een andere versie van zichzelf. Zoals bij Obama.

Die errors krijg ik ook in de supermarkt. Cafeïnevrije koffie. Alcoholvrij bier. Halvarine.

Daar klopt iets niet. Maar ik weet niet zo goed wat.

Mijn wiskundeleraar in de brugklas zong regelmatig het refrein van het liedje Halvarine van The Shavers. Het refrein ging zo:

Halvarine. Gatverdamme. Gatverdamme. Halvarine.

Een stukje verder in het liedje zingt Johannes:

Wat een rare wereld leef ik toch in

Halve mouwen, halve broek, een halve jas

Ik doe toch ook geen halve plas?

Het moge duidelijk zijn wat Johannes echt vindt: boter moet gewoon boter zijn. Niet dat half-slappe halvarine gedoe.

Dat heb ik dus ook als ik aan onze eigen koning denk. Willem-Alexander.

Je bent koning. Speel dan ook gewoon dat je echt de koning bent!

Ze gaven hem een scepter en zetten een kroon op zijn hoofd. Maar hij wil helemaal niet zijn wat wij willen dat hij is. Al die ‘misverstanden’ en ‘blunders’ van hem. Hij is constant in strijd met wat wij verwachten van hem.

Arme man.

Het koningshuis is het meest vreemde theaterstuk waar ik naar kijk in mijn leven. Wanneer verlost iemand de Oranjes eens van deze last?

Het brengt me op de volgende vragen:

Wie ben ik dan zelf eigenlijk? Welk toneelstuk wil ik zelf spelen dit leven?

Het klinkt als een spirituele zoektocht. Als de zin van het leven: worden wie je bent.

Maar je weet hoe het zit toch, met de zin van het leven?

Die kan je zoeken. Je kan erop wachten. Of je gaat gewoon zin maken.

Maar maak je die zin dan voor jezelf of voor de ander? Als je graag geliefd wil worden door een lieve partner, dan geef je jezelf volledig over aan andermans verlangen.

Als je succesvol wil worden, geef je jezelf volledig over aan wat anderen bestempelen als succesvol. Als je rijk wil worden, wanneer heb je dan genoeg geld? Genoeg getallen op de balans om in tijdschrift Quote te verschijnen?

De echte ik en de symbolische ik lopen dwars door elkaar heen in dit leven.

Ik kan ze soms nauwelijks scheiden. Ben ik nu Darko of gewoon Tomson? Is deze iPhone in mijn hand nou wat ik echt wilde hebben of heeft iemand anders me ingefluisterd dat ik dit wilde hebben?

Een aflevering van de tekenfilmserie Batman Beyond zit nog steeds vers in mijn geheugen. In deze reeks is Bruce Wayne een oude man en geen Batman meer. Dat is nu Terry. Bruce ondersteunt hem met zijn inzichten.

In een aflevering wordt Bruce Wayne wakker in het ziekenhuis met een stem die tegen hem praat. De stem zegt dat hij Bruce is. Dat het zijn eigen stem is. De miljonair wordt helemaal gek in het ziekenhuis. Gelukkig loopt alles goed af. De stem blijkt van de slechterik Shriek te zijn, die deze stem in zijn hoofd heeft geplant.

Aan het einde van de aflevering, als Shriek verslagen is, vraagt Terry aan Bruce: ‘Hoe wist je zo zeker dat die stemmen die je hoorde niet je eigen stemmen waren?’

Bruce antwoordt: ‘Ten eerste. Ik ben niet psychotisch. Ten tweede: de stem bleef me maar Bruce noemen. Maar zo noem ik mezelf niet in mijn hoofd…’

Terry reageert sarcastisch: ‘Maar, hoe jij jezelf noemt, dat is nu mijn naam geworden.’

Bruce: ‘Zeg dat maar tegen mijn onderbewustzijn.’

Deze aflevering is me altijd bijgebleven.

Ik voel mezelf al mijn hele leven een schrijver. Maar ik krijg het nog steeds niet echt over mijn lippen om dit tegen een half-vreemde te zeggen. Als ik het uitspreek, voelt het aan alsof ik het dan ook echt ben en dat het dan ook van me afgepakt kan worden. Dat mijn zoektocht naar fulltime schrijver zijn meteen tot een mislukt einde komt, omdat ik mezelf verraden heb door het te delen. Dat het universum zich dan tegen me keert.

‘HAHAHA. JIJ DENKT EEN SCHRIJVER TE ZIJN? JIJ? MUHAHAHAHA.’

Ik weet het… Een vermoeiende gedachte is dit.

Maar ja. Ik ben toch niet mijn baan? Ik ben toch niet wat tussen mijn benen hangt?

Ben ik wat je wil dat ik ben? De mysterieuze schrijver, die gevoelens zo helder omschrijft dat het net lijkt alsof het over jou gaat?

Ben ik wat ik wil zijn of wat ik altijd al was?

Ben ik mijn eigen opgezette maskers in dit leven?

Kijk.

Laten we even eerlijk zijn.

De politieagent is zijn eigen opgezette masker als hij mij van de weg haalt en me een boete geeft omdat ik met mijn telefoon in mijn hand autoreed. Als ik de boete niet betaal, zal een rechter zeggen: ‘Jij gaat de gevangenis in.’

Al die opgezette maskers die over mijn leven kunnen beslissen. Terwijl de agent ook een mens is. Thuis is die een ander persoon. En de rechter is ook gewoon een mens. Maar als die tijdens kantooruren zijn toga met witte bef aantrekt, spreekt die namens de wet. Het wordt even iemand anders. Als een rechter oordeelt, is dat wat telt.

Over gevangenissen gesproken. Wist je dat ontsnappen uit de gevangenis niet strafbaar is? De staat mag je wel van je vrijheid beroven. Maar ze kunnen je je drang naar vrijheid niet ontnemen. Dus als je geweldloos ontsnapt, is dat niet strafbaar.

Fascinerend toch?

Wat me dus weer tot dezelfde conclusie brengt: we spelen een heel vreemd theaterstuk met elkaar.

The Shavers hadden gelijk: Wat een rare wereld leef ik toch in

Ik moet regelmatig om deze wereld grinniken. En soms als een boer met kiespijn. Vooral als mensen hun eigen rol te serieus spelen. Zoals Trump. Of die buurman die de politie belde toen allemaal basisschoolleerlingen zich in coronatijd voor een huis hadden verzameld. Dat kon niet in coronatijd! Terwijl al die leerlingen hun klasgenoot welkom wilde heten. Die kwam net uit het ziekenhuis na een lang traject tegen kanker…

Ook zoiets.

Is die jongen nou een kind? Een kankerpatiënt? Een slachtoffer? Een held?

Welk masker past bij zo’n persoon?

Weet je wat het vreemde is als er een baby wordt geboren in je omgeving?

Dan gaan mensen die baby claimen. Ik heb het niet per se over de ouders. Maar iedereen eromheen. Moet je maar eens opletten hoe snel mensen het kind labelen.

‘Je lijkt zo op je moeder!’ ‘Ooooh, echt net z’n vader.’ ‘Oh, dit is wel van opa hoor. Hahaha.’

Ja? Is dat de belangrijkste vraag voor de nieuwgeborene? Op wie die het meest lijkt? Welk masker de baby nu al op heeft? Of nou ja. Het masker wordt de baby opgezet. ‘Je lijkt op mijn kant van de familie! Je bent van ons!’

De baby mag niet zichzelf zijn. Die moet gelijk iemand anders worden…

Misschien is dit wel de kern van deze mail en moeten we deze vraag aan onszelf stellen in de spiegel.

We zijn altijd iemand anders. We spelen altijd een rol. De vraag is niet wie je bent, maar op wie je het meest lijkt.

Op wie lijk jij het meest?

En nu niet antwoorden welke karaktertrekken je van je ma of pa hebt overgenomen.

Ik weet wel hoe ik deze vraag zou beantwoorden: ik lijk het meest op een schrijver.

Deze tekst is als e-mail op 14 april 2021 gedeeld als onderdeel van de woensdage-mail.