Wat is het toch dat zelfs de beschaafde mannen hondsdol worden als zij de ruimte betreedt? Welke feromonen verspreidt zij daar tussen haar benen?

Ze is niet per se esthetisch heel mooi. Niet per se heel uitdagend gekleed. Ze komt zelfs wat timide en verlegen over.

Maar toch leiden alle wegen naar haar kut.

Ik ken vrouwen die in een tijdelijke sletperiode zaten. Het was niet per se elke donderdagnacht zichtbaar op de dansvloer. Ook stopte het vrij snel toen ze iemand vonden die wel wilde blijven.

Ik ken mannen die vrouwenslipjes verzamelden zoals ik mijn hagelslagkorrels op mijn boterhambordje met een natte vinger verzamel. Ik vraag me af of deze mannen überhaupt wel beseffen dat ze verdwaald zijn.

Maar zij... Zij heeft geen datingapp nodig. Zij heeft niet eens een smartphone. Slechts zo'n ding waar je alleen mee kan bellen en sms'en.

En toch leiden alle wegen naar haar kut.

Zo'n kans die blijkbaar geen enkele man wil missen als zij terug begint te kijken op de dansvloer.

Ze voelen zich allemaal een beetje vies. Na de climax is de lust weg en slechts de kilheid van het bestaan te zien. De paar ogen die onder de lakens terugkijken en geen idee hebben wie die persoon is.

De straf van iets doen 'wat niet hoort'.

Starend naar de afgrond voelen we pas echt onze doodsangst. Dan voelen we pas echt dat ons hart klopt, omdat we daar staan en niet binnen enkele seconden beneden liggen, zo plat als appelmoes.

Naar bed gaan met iemand is iets speciaals. Je doet dat niet met Jan en alleman zei mijn ma vroeger aan de keukentafel.

Maar wie legt deze oudjes uit dat we, als je het ene zegt, juist nieuwsgierig worden naar het andere?

Het is tegenwoordig als een bestelling bij de Chinees. Wachtend in een te smalle gang onder een tl-lamp, met de achterbuurman tegenover je, een niet stil te krijgen kind naast je en een man in een te wijde spijkerbroek en een veel te warme trui voor de tijd van het jaar leunend tegen de muur.

Alle wegen leiden naar haar kut.

Ik vind van mezelf dat ik haar niet mag veroordelen. Toch doe ik het. Ik weet dat ik een hypocriet ben. Want hoewel niet alle wegen naar mijn kut leiden, heb ik vaak genoeg betekenisloze seks met mensen die niet goed voor me zijn. Het is niet eens per se heel lekker en toch blijf ik het doen, ze appen met de zin 'Wat ben je aan het doen?'

Maar bij haar verzin ik woorden in mijn hoofd die jij ook binnen een halve seconde kan oplepelen.

Omdat zij het zo makkelijk krijgt? Omdat zij haar verlangen niet verbergt?

Omdat we zo lang dachten dat maagdelijkheid je echt begeerlijk maakte voor de jonkheren in het kasteel en de monsters in het bos?

Er zijn veel manieren om de alledaagsheid van het bestaan op te heffen.

We creëren graag een kunstmatig paradijs.

Zij doet het op deze manier. Ik op een andere.

Dus waarom denk ik dan zo?

Ik zag haar laatst bij een bijeenkomst op de universiteit.

Ze zat links voor. Ik zes rijen achter haar.

In de pauze sprak ik haar aan.

Dat had ik beter niet kunnen doen. Want al die termen die ik voor haar verzonnen had, klonken niet heel eerlijk meer.

Ze was zachtaardig, ze luisterde echt, had verstand van onderwerpen als de gotische romantiek en Edgar Allan Poe's gedichten.

Ze had een veel te intrigerende persoonlijkheid. Nu kon ik het al helemaal niet meer rijmen met elkaar.

Als je zo bent, waarom leiden dan toch alle wegen naar haar kut?

Ze legde een hand op mijn blote schouder en zei: 'Je huid is echt zacht' en ze legde haar wang tegen me schouder aan. Toen werd ik bevangen door een raar gevoel van tederheid en een gevoel van verbondenheid.

Oh shit, ik wist niet dat ik zo verlangde naar een ander...

Daarna glimlachte ze naar me en zei: 'Leuk je gesproken te hebben' en ze liep naar haar plek. De bijeenkomst ging verder waar die gebleven was.

Nu vinger ik me 's avonds klaar in bed, denkend aan haar wang op mijn schouder.

Wat doet zij met mij? Met mensen? Wat is haar geheim? De onbereikbare vrouw die zo snel bereikbaar wordt.

Hoe zou het voelen als ik toegeef aan mijn lusten? Als ik nog een keer haar aandacht probeer te vangen? Wat gebeurt er met dit gevoel als we samen ergens elkaars naakte lichaam voelen?

Hoe teleurstellend gaat het zijn? Waarom blijft niemand bij haar 'hangen'? Waarom zoekt ze elke keer een nieuw persoon op die de weg naar haar ... bewandelt.

Ik kan het woord niet meer uitspreken. Het wordt te banaal. Ik zie alleen maar haar schoonheid. En iets zegt me dat na afloop de schoonheid wordt vervangen door de walging. Het idee hoeveel voeten dit pad al hebben bewandeld. Dat je slechts een passant was in haar bestaan. Nummertje zoveel.

De witte dampende zak hoog boven de toonbank, wachtend op je hand. Ze laten je tien minuten wachten om je de illusie te geven dat ze het vers voor je gemaakt hebben. Maar het enige wat ze daarachter doen, is al het gemaakte spul van eergisteren in witte bakjes scheppen.

Leiden al mijn wegen naar haar toe?

Dus ik sms’te haar. Of ze een wijntje wilde drinken. Ik trok mijn fleurigste jurk aan en stiftte zelfs mijn lippen iets. In de spiegel voelde ik me onzeker worden. Hoe zou ik zijn in vergelijking met al die anderen? Een stomme gedachte die niet paste bij mijn waardigheid.

Op het terras hadden we weinig te bespreken. Zelfs na twee wijn had ik het koud. Zij staarde naar de wolken op zoek naar de zon.

Daarna zei ze: ‘Zullen we afrekenen en een rondje lopen?’

Ik betaalde onze drankjes. Zoals waarschijnlijk zo veel anderen voor haar betaald hadden. Het liet me goedkoop voelen. Alsof ik me nu via mijn hoffelijkheid inkocht bij haar om daarna iets smerigs te gaan doen.

Dwalend door de straten van het museumkwartier pakte ze mijn hand vast.

Alle wegen van deze wijk leidden naar de sterrenwacht toe.

'Ik moet je wat vertellen', zei ze en we stopten met wandelen, onderaan het heuveltje van de Sterrenwacht. 'Iets wat ik zelfs nog niet met mijn moeder heb gedeeld.'

Ik begon me gek te voelen. Dat er iets ging komen dat of heel duister was, of heel teleurstellend. Welke van de twee zou het worden?

Maar haar lippen bleven vervolgens op elkaar.

'Je hoeft het niet te delen', zei ik en ik wreef over haar arm.

'Het lijkt me leuk om morgen weer met je te wandelen', zei ze. 'Het gewoon rustig aan te doen. Begrijp je? Elkaar een beetje beter leren kennen. Het ongemak laten verdwijnen. Onze spanningen laten zakken.'

'Hoe bedoel je?' vroeg ik.

'Voel jij je niet zenuwachtig dan?'

'Als een verliefde puber', zei ik.

Toen gaf ze me een zoen op de wang en ze legde haar hoofd weer even op mijn schouder.

's Avonds bij het eten met mijn huisgenoten wilde ik niets zeggen over vandaag.

Maar toch ging het groepsgesprek zo dat we uitkwamen bij wat ik morgen ging doen. Dus ik noemde haar naam en dat we gingen wandelen. Als een soort date.

De stilte was pijnlijker dan ik me had kunnen voorstellen.

'Je bedoelt die slet?' zei de een uiteindelijk.

Ik wilde het wegslikken. De andere kant op kijken, opstaan en naar de wc gaan. Maar ze waren er net zo snel als de eerste zaadlozing met mijn eerste vriendje stiekem in het bed van mijn ouders: de tranen.

'Ik vind het niet leuk dat je haar zo noemt', zei ik snikkend.

'Maar. Jij en zij? Wat? Wat zijn jullie van elkaar dan?' vroeg de ander. 'Val je op vrouwen dan?’

Ik haalde mijn schouders op.

'Waarom zij?' vroeg de ander met zo'n knorrende lach.

Ze begrepen me niet.

Ik zou het ook niet hebben begrepen een paar weken geleden.

Ik stond op en liep naar boven, ook al had ik afwasdienst. Ik stortte me op bed en huilde mijn kussen vol. Niet wetend waarom dit me zo raakte. Waarom ik verlangde naar een vrouw die ik al die tijd had veracht?

Ik had nog nooit naar de lippen en tong van een vrouw verlangd. Ook al was het mijn meest aangeklikte categorie op bepaalde videowebsites.

Was dit wat ik zo graag wilde? Haar lijf? Ik wilde gewoon bij haar zijn en met haar praten. Haar huid aanraken. Door haar haren woelen. Erachter komen waarom alle wegen naar haar...

De volgende dag wandelden we samen langs de Singel. We zeiden niet eens veel. De spanning zakte nauwelijks. Maar we hielden elkaars hand zo stevig vast. Bang dat de ander weg zou waaien.

Op een bankje zoenden we. Daarna verlieten we het centrum. We gingen op zoek naar een steegje, waar we verder konden zoenen en dingen met onze handen konden doen die niemand mocht zien. Maar de stad had te veel ogen. Er waren hier te veel mensen.

Dus ze zei uiteindelijk: 'Ik moet gaan.'

'Zie ik je nog?' vroeg ik weer te emotioneel.

'Wil je dat?' vroeg ze.

Ik knikte.

'Dat lijkt me best leuk. Als vrienden.'

'Ja', zei ik, 'vrienden.'

'Weet je het zeker?' vroeg ze.

'Nee', zei ik en ik huilde zo hard. Wat gebeurde er in mijn lijf?

Ze bleef maar wrijven over mijn rug en zei: 'Laten we een theetje doen op mijn zolder.'

Dus we deden een theetje. Op haar kamer. Zo'n veel te nette kamer. Tweepersoonsbed. Wat geurkaarsen. Een kast vol met boeken en een klein bureautje met een aantal planten.

We keuvelden over niets. Toen kwamen de tranen weer. Ze sloeg een arm om me heen en zei: 'Wat is er?'

Ik wist niet hoe ik het moest zeggen, dus ik mompelde, ik stotterde, ik huilde nog harder.

'Zeg het gewoon.'

En daar kwam het: 'Waarom leiden alle wegen in godsnaam naar je kut?'

Moest ze lachen? Was ze beledigd? Bedroefd? Teleurgesteld?

Ze liet me los en ging op haar bed zitten, leunend naar achteren, met haar kleine borsten wat naar voren. Ze moest eens weten hoe erotisch dit was. Maar haar blik was te serieus daarvoor.

Zonder me aan te kijken zei ze: 'Omdat seks makkelijk is. Voor al het andere ren ik weg.'

'Zou je seks met mij willen dan?' vroeg ik.

'Ik vrees dat ik iets bij je vind waar ik altijd voor weg ben gerend.' Toen: 'En jij?'

'Ik dacht dat ik wist wie ik was. Op wie ik val. Wat ik van het leven verlang', zei ik. 'Nu weet ik het allemaal niet meer.'

'Daarom. Laten we de tijd nemen. Als vrienden.'

'Dat voelt zo… uitzichtloos', zei ik.

'Ik denk niet dat het leuker wordt als we met elkaar gaan slapen', zei ze.

'Maar misschien word het wel leuk?’

'Vast', zei ze. 'Maar ik ben niet per se heel leuk.'

'Je wil niet weten hoe leuk je bent!' zei ik zo fel dat ik schrok van mijn eigen verliefdheid.

Toen zei ze: ‘Ik bedoel meer dat ik geen leuk persoon word. Ik wil het de wereld besparen. Ik kan je het ene moment de hemel in prijzen. Het andere moment je volledig uitschelden. Het is gewoon... Het triggert te veel, intimiteit. Ik weet niet of ik er klaar voor ben. Of jij de persoon bent met wie ik dat aan durf te gaan, met al mijn gebreken.’

'If not now. When?' Ik wees naar haar poster op de muur van een soldaat die werd neergeschoten.

'Van mijn vorige huisgenoot’, zei ze.

Toen zwegen we een lange tijd. Ik wilde een hoop zeggen, maar mijn rationaliteit blokkeerde het. Zij zette zwijgend nog een mok thee.

'Laat het gewoon zijn wat het nu is. Zoete herinneringen aan dat wat nooit heeft plaatsgevonden’, knikte ze.

'Oké', zei ik maar en voelde me precies als toen ik mijn eerste vriendje zag zoenen met een klasgenoot op een schoolfuif in de aula. Ik dronk de thee op en we gaven elkaar een knuffel, zoals beste vriendinnen elkaar knuffelden.

Op straat bleven de tranen uit.

Alsof mijn lijf al vrede had gesloten met deze nieuwe teleurstelling in het leven.

Thuis voelde ik me zo moe, maar verre van verward. Eerder berust.

Wat voor geheim wilde ze eigenlijk met me delen daar bij de Sterrenwacht?

Dat niet alle wegen leiden naar haar kut?

In ieder geval niet mijn weg?

Misschien wel.

Misschien wel.

Dit korte verhaal is eerder verschenen als onderdeel van mijn vijf-daagse mail. Alleen voor petje.af abonnees.

Foto https://www.instagram.com/lastnightsparty/