Elk stereotype beeld dat ik kon bedenken over een gamer, bezat Hugo. Ogen diep weggevallen in zijn zwarte oogkassen, een onverzorgde grote bos krullen op zijn hoofd en een te papperige buik. Hij droeg All Stars-schoenen en sweaters waarvan de kleur vorig jaar al vaal was.

Hugo was een man van weinig woorden. Een droogkloot. Best slim, als hij daar zin in had. Ik had nooit helemaal begrepen wat Kurt in hem zag, maar ze waren al jaren bevriend. Dat zou dan wel iets zeggen.

Ik en Hugo gedoogden elkaar. We hadden weinig te bespreken. Onze werelden lagen te ver uiteen. Hij had zijn pc en GTA V op de Xbox, ik het geluid van de nacht en de warmte van dansende lichamen om me heen.

Volgens Kurt was Hugo bovenmatig intelligent. Hij zou op zijn vijftiende door de AIVD zijn benaderd om daar intern opgeleid te worden tot codebreker of zoiets. Maar hij had zich verslapen voor het intake-gesprek. Net zoals hij de eindstreep van het VWO niet haalde, het op een ROC verklootte en zes bijbaantjes in zeven weken tijd versleet.

Opstaan was niet zijn ding, zullen we maar zeggen.

Toch had hij het op de een of andere manier voor elkaar gekregen om tussen het uitslapen en gamen door een lekker wijf te scoren. Ze was een kop groter dan hem, had blond haar dat over haar enorme zadeltassen-reet hing en dubbel D.

Ik had respect voor deze man.

Hugo zat achterin in de auto. We waren op weg naar Brussel. Sinds hij was ingestapt had hij zijn ogen niet van zijn PSP player afgehouden.

Hij wist niet wat hij miste. Geluidschermen, weiland, geluidschermen, rivieren, bruggen, geluidschermen. De rit richting Brussel was eentonig en lang. Ik gaf Hugo geen ongelijk.

‘Wat speel je’, vroeg ik ergens in de buurt van Rotterdam.

‘Football manager’, zei hij zonder van zijn scherm af te kijken.

‘Dat is toch dat spel waar je een voetbalteam kan kiezen en de opstelling kan bepalen, maar je niet zelf mag voetballen?’

Hij keek op en keek mij lang en droog aan. ‘Ja man. Het zijn gewoon Exceltabbelletjes en een hele hoop tekst.’

‘Dat spel heb ik nooit begrepen’, zei ik. ‘Welk team ben je?’

‘Tom Tomsk. Een Russische club.’

‘Ken ik niet.’

‘In mijn wereld kennen ze me wel. Ik heb net voor de vierde keer de Champions league gewonnen en voor de achtste keer op rij de Russische beker. Ik ben een legende.’

‘Hoe gaat het met je chick dan.’

‘Het is uit,’ zei hij.

‘Hoe dat zo.’

‘Ergens tussen mijn vierde en vijfde kampioenschap in verloor ik het contact met haar.’

‘Die meid met die dikke tieten en die grote billen. Die vriendin hebben we het over, toch?’

‘Ja man. Het enige wat ik dacht was: Nog een wedstrijd. Nog een wedstrijd. Ja schat, ik kom zo naar bed, nog een wedstrijd. Ja schat, trek je onderbroek maar alvast uit. Nog een wedstrijd.’

‘Ik hoop dat je een grapje maakt’, zei ik. Ik keek Kurt aan, maar hij staarde geconcentreerd naar de weg. Alsof hij ons niet hoorde.

‘Toen ik blij kwam vertellen dat Messi had besloten zijn carrière bij mijn club te beëindigen, had ze zo’n blik in haar ogen dat ik wist dat wij nooit meer samen gingen zijn.’

‘En toen.’

‘Toen speelde ik nog een wedstrijd.’

Hugo keek weer naar zijn PSP. Ik keek weer naar buiten. Naar een geluidscherm. Te bedenken hoe mijn leven eruit zou zien als ik de hele dag zou gamen.

Dan zou ik vast op hetzelfde punt zijn beland als waar ik nu was. Een studie doen die ik niet echt helemaal oké voelde. Een toekomst die ik niet wilde invullen. De gedachte aan het volgende weekend dat me op de been hield.

‘Ik kan niet treuren om het verlies. Ik heb haar aan mijn zijde gehad. Dat kunnen maar weinig mannen zeggen,’ zei Hugo toen.

‘Hmpf,’ zei ik denkend aan Rosalie. Dat klonk zo zinloos. Alsof mijn hoogtepunt achter me lag en nu vijftig jaar moest uitzitten naar de dood toe. Met Rosalie in mijn gedachte.


Mis niets. Ontvang het volgende verhaal direct in je mailbox


< Vorig bericht Volgend bericht >


Volg Psycho killer op Facebook, Twitter, Instagram