Hij stak een dikke tak in het kampvuur. Hij staarde geduldig naar de vlammen die om het hout dansten. Hij haalde toen de tak eruit. De top stond in de brand. Hij ging toen zwaaien met zijn zelfgemaakte fakkel. Hij schreeuwde: ‘Ik heb de menselijke evolutie in mijn hand’.

Hein: Alles wat hij deed veroorzaakte een afkeuring in mij. Dat ging dieper dan denken: oké het zal wel.

Hein voerde het hoogste woord, maar alles wat hij zei was stom, slecht onderbouwd en te ver gezocht. Iedereen adoreerde hem. Zijn kledingstijl was waardeloos.

Hij was in het zwart gekleed met een baardje rondom zijn kin en een muts op zijn hoofd. En was duidelijk de onuitgesproken leider van deze club.

Het was zomer, get a life, met je muts. Donder op. Aandachtstrekker.

Maar ik zweeg. Ik staarde naar hem en zag hoe hij met de fakkel over het strand rende.

Zijn vriendin huppelde achter hem aan. Ze gilden beiden en sprongen in de lucht. Hij gooide zijn brandende tak in het stille water van het meer.

Toen deed hij de tak na die het water in beweging bracht. Met krachtige bewegingen viel hij op het strand en zij viel toen in zijn armen.

Ze omhelsden elkaar, hij zoende haar in haar nek en op haar schouders. Toen rolden ze over elkaar heen. Ze hielden niet op met lachen.

Zo moest geluk eruit zien.

Dat deed me beseffen dat Hein alles in het extreme deed. Zelfs zoenen was een avontuur op zich. In tegenstelling tot mijzelf.

Ik zoende met meiden omdat het mezelf liet vergeten. Omdat ik hoopte op seks.

Hij zoende om de romantiek en op het leven.

Nik kwam naast me zitten. ‘Dat is nu Hein. Waar ik wel eens over heb verteld. Hij is cool. Ik zou niet weten wat ik zonder hem zou moeten,’ zei Nik.

Wat me direct deed afvragen of Nik wel eens zo over mij sprak tegen anderen. Ik kon het me nauwelijks voorstellen. Misschien was ik wel te lang Nik’s vriend. Ik was te gewoon geworden. Niets bijzonders meer.

Niet meer een persoon om je over te verbazen. Niet het vermelden waard.

< Vorig bericht | Ik zit ook op Instagram | Volgend bericht >