De oude Grieken. Bedanken we ze wel goed genoeg?

Het alfabet.
Democratie.
De olympische spelen.
Griekse yoghurt.
Souvlaki.
Op z’n Grieks doen.
(Google maar. Viespeuk.)

Die oude Grieken hadden elk jaar een reden tot een feestje. Namelijk het oogstfeest. Ze eerden daar de god Dionysus.

Dat was de god van de extase, de vruchtbaarheid.
Grappig detail: de god werd vaak met vrouwelijke trekjes afgebeeld. Gewoon een gevoelig non-binair persoon dus!

Kijk. Brabo’s en Limburgers gaan ook elk jaar flink naar de klote, al dansend in een kroeg met gekke kleren aan.

Maar de Grieken konden ook goed naar de klote gaan tijdens dat oogstfeest.
Die gingen dus met z’n allen tijdens die feestweek toneelstukken bekijken van minimaal vier uur.
Beat that, Limburg en Brabant!

Niet alleen dat.
Al die toneelstukken gingen over het lijden van de mens.
Zwartgallige jongens.
(Mijn type mens.)

Wij kennen deze toneelstukken onder de naam Griekse tragedies.

Tragedie betekent letterlijk bokkenlied.

Je weet wel. Van de bok. Met de sik.
Niemand weet wat een toneelstuk nou met een bok te maken heeft.
Maar het klinkt best cool:

Maak kunst van je bokkenlied!

Goed.

Ik wil dat je niet te licht denkt over de Griekse toneelstukken.

Ze zijn qua kunstvorm het hoogst haalbare wat de mens ooit bereikt heeft.

There.

I said it.

Al wil ik best wel een avondje met je filosoferen of de film qua kunstvorm het Griekse toneelstuk van de troon heeft gestoten.

Besef.

Al die artistieke disciplines die samen komen in een toneelstuk.

Teksten schrijven.
Decors bouwen en schilderen.
Kostuums maken.
Liederen en muziek.
Acteren.
Dansen.

Het is de ultieme kunstvorm waar mensen in grote getale aan meewerken.

Ik krijg daar dus tranen van in mijn ogen.

Zuurpruim Nietzsche debuteerde met het boek De geboorte van de tragedie.

Hij betoogt daarin dat de Griekse tragedie de ultieme samensmelting is van de twee grootste tegenstellingen van de mens.

Het intuïtieve en de logica.

De logica is God Apollo. Deze vent was onder andere beschermheer van de beeldende kunst.

Dionysus is de god van het vage. Het abstracte. Het mythische. De waanzin. God van de epische Griekse verhalen.

Nietzsche betoogt dat deze twee menselijke stromingen die tal van kunstuitingen hebben, samenkomen in het toneelstuk. De menselijke en goddelijke kant worden belicht. Er wordt een evenwicht gevonden tussen gevoelens en logica.

Tussen goddelijke interventies en menselijk lijden.

Als je een samenvatting van een toneelstuk leest, lijkt het meer een sprookje over mensen die het lot willen ontlopen, tot een Griekse god ingrijpt.

Maar die tragedies waren veel meer dan dat.

Echt.

VEEL MEER.

In die toneelstukken worden namelijk tegenstellingen onderzocht die we in ons hebben. Er vindt een onderhandeling plaats tussen wij en zij.

Tussen hoe je naar je vijand moet kijken en naar jezelf.

Moet je je vijand haten?
En als je de oorlog wint van de vijand. Moet je dan feesten bij hun lijken?
Of vraagt het nederigheid en menselijkheid om in te zien dat de verslagen soldaten ook vrouwen, kinderen en dromen hadden?

Daar gingen de toneelstukken van Euripides over. Bijvoorbeeld De Trojaanse vrouw en Hecuba.

Dit zijn morele dilemma’s waarop geen makkelijk antwoord te geven is.

Centraal in al die toneelstukken staat het lijden van de mens. Het is niet zo dat elk toneelstuk slecht afloopt. Integendeel. Maar het gaat wel om de kern van onze gevoelens.

Je lijdt als je iets achterlaat en op weg bent naar iets nieuws.

Zoals liefdesverdriet.

Of het moment dat je als overwinnaar van het slagveld stapt, terwijl je omringd bent door duizenden dode lichamen van vriend en vijand.

Maakt je dat echt blij?

Je bent na een oorlog niet meer dezelfde persoon.

Hoe kan je juichen als je zoveel leed hebt meegemaakt?

De tragedies gaan over deze overgangen in onze levens.

En die Grieken hadden het toen zwaar.

Ze waren verzeild in tal van oorlogen. Er heersten tal van epidemieën.

Het was gewoon kut.

Daarom.

Maak er kunst van.
Voer het uit op het podium.

Zodat iedereen zich gevoeld voelt.
(Eigenlijk gehoord voelt. Maar volgens mij bedoelen we allemaal gevoeld, toch?)

Je zou het melancholie kunnen noemen.

Maar de Grieken noemden dit het bokkenlied.
(Rare jongens, die Grieken.)

Kort samengevat: de Griekse tragedies gaan over die tegenstellingen die we in ons hebben.

En dat is nog steeds actueel.

In je dieselauto naar de stad rijden, om daar een duurzame trui te kopen bijvoorbeeld.

Die toneelstukken spelen continu met ‘het lot’. Een of andere ziener voorspelt de toekomst.

De hoofdpersoon doet er alles aan om het lot te ontlopen en ontketent daardoor toch het lot.